Concertreview: Tori Amos in het Gentse Capitole

, door ()

vrijbeeld

Precies een dag vóór haar concert in Gent liet de 54-jarige Amerikaanse haar vijftiende langspeler op de wereld los. En jawel, Native Invader, behoort tot haar meest geïnspireerde platen uit het voorbije decennium. De tracks houden het midden tussen folktronica, gospel en aan Fleetwood Mac verwante softrock waarin de gitaren weer wat vaker op de voorgrond mogen. In de teksten staan zowel maatschappelijke als persoonlijke trauma’s centraal. Tot de eerste categorie behoren de verkiezing van Donald Trump, de revival van het rechts extremisme en het opwarmende klimaat, tot de tweede de deplorabele gezondheidstoestand van Tori Amos’ moeder, die er na een reeks beroertes haar spraakvermogen bij inschoot. Naar de songs te oordelen, ziet de artieste paralellen tussen de turbulente gebeurtenissen die vandaag in de natuur plaats grijpen en de stormen die al eens door ons hoofd en lichaam razen. Dat leidt tot complexe nummers die pas na meerdere beluisteringen als puzzelstukjes op hun plaats vallen.

Een optreden is voor la Amos méér dan een verplicht promo-uitje. Vandaar dat met ‘Reindeer King’ slechts één fragment uit Native Invader de setlist had gehaald. Wél grasduinde de zangeres in Gent ruim anderhalf uur lang in haar discografie van de jongste 25 jaar en wist ze te verrassen met haar eigenzinnige songkeuzes. Tori Amos verscheen in haar eentje op het podium, waar ze geprangd zat tussen een vleugelpiano en twee elektronische keyboards. Die bespeelde ze afwisselend, maar soms ook gelijktijdig, en aangezien ze met geen andere muzikanten rekening hoefde te houden, kon ze vrijelijk haar instincten volgen. Haar shows zijn avond na avond dus even verschillend als onvoorspelbaar. Niettemin werden ‘Roosterspur Bridge’, ‘Cooling’ en ‘Curtain Call’ door de die-hards meteen op herkenningskreetjes onthaald. Pech voor de iets minder fanatieke fans: Tori Amos bracht in Gent een representatieve dwarsdoorsnede van haar carrière, maar dan wel zonder de hits.

Het vaakst putte ze uit Little Eartquakes, Boys for Pele en To Venus and Back, allemaal cd’s uit haar begindagen. En Amos groef nog dieper: ‘On the Boundary’ kwam zelfs uit haar geflopte debuut met de band Y Kant Tori Read uit 1988. In opener ‘i i e e e’, waarvoor ze zich bediende van een vooraf ingeblikte ritmetrack, etaleerde de chanteuse de dramatiek van een doorsnee operadiva, terwijl ze in ‘Bliss’, ontsierd door bombastisch toetsenwerk en stemvervormers, de competitie met Trent Reznor leek aan te gaan.

Zeker, de roodharige bosnimf –half madonna, half toverkol– heeft een stem die het poolijs sneller doet smelten. Jammer genoeg bezondigde ze zich in Gent iets te vaak aan overacting en zette ze uitroeptekens achter songs die meer gebaat waren met een minder exuberante interpunctie. De vocale tics (iedere ‘she’ werd steevast ‘she-hee-hee’), het aanhoudende gehijg, de vreemde frasering, het deed allemaal nogal gekunsteld aan en ook het overdadige spel met effectpedaaltjes kreeg ons aan het knarsetanden. We konden ons niet van de indruk ontdoen dat Tori Amos teveel wilde bewijzen en de noden van het materiaal uit het oog verloor. Zo was het van Don McLean geleende ‘Vincent’ van iets teveel tierlantijntjes voorzien. Met ‘Boys of Summer’ van Don Henley bewees Amos echter dat ze wel degelijk in staat was andermans liedjes naar haar hand te zetten. Eerder had ze ook haar eigen ‘Caught A Lite Sneeze’ al van een geslaagde facelift voorzien..

Tijdens het laatste half uur vond de zangeres alsnog de juiste toon. ‘Cooling’, ‘Blood Roses’ en het dromerige ‘China’ steunden op vloeiend klavierspel. En met het huiveringwekkend intense ‘Beauty Queen/Horses’, één van die songs vol gaten die je als luisteraar zelf moest zien in te vullen, bewees Tori Amos dat ze nog altijd tot grootse dingen in staat was.  Alleen: dat had ze iets vaker mogen doen.

Het moment

Het concert werd een tijdlang geteisterd door technische problemen (irritant gekraak uit de P.A., uitvallende microfoons), maar zodra die verholpen waren, zette Amos het frivool-sarcastische ‘Leather’ in. De toeschouwers zongen het woord voor woord mee.

Het publiek

Bestond uitsluitend uit overtuigde Toristen, veerde meteen recht om de zangeres te begroeten en reageerde geestdriftig op iedere obscure song die mevrouw Amos uit haar catalogus opviste. 

Quote

Tori Amos vertelde weinig opzienbarends en gaf de voorkeur aan een vreemd soort gebarentaal. Maar deze passage uit ‘Leather’ blijft onsterfelijk: ‘Look I’m standing naked before you / Don’t you want more than my sex? / I can scream as loud as your last one / But I can’t claim innocence’.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven