Concertreview: Grizzly Bear (Ancienne Belgique)

, door ()

grizzly 1200

Rond de veertigste minuut zetten de Brooklyners ‘Mourning Sound’ in, en dat kraakverse nummer wordt onthaald als een wereldhit. Het is niet eens een hoogtepunt van de recentste langspeler ‘Painted Ruins’, maar het klinkt straf wat Ed Droste en zo tijdens de break doen. En dat is: zo hard aan elektronica frummelen totdat daar vreemd gekraak en geruis uit opstijgt, en instrumenten opzwepen naar een noisy finale die er uiteindelijk niét komt.

De vijf tonen van in het begin al een inventief optreden. Tijdens minuut één waan ik me heel even op een dansfeest, omdat de technopuls die ‘Four Cypress’ inleidt nadrukkelijker en harder bonkt dan op de jongste plaat. Militaristisch aandoende tromroffels nemen over, en het openingsnummer bloeit niet, maar spat open. Het zijn vooral de zes grauwende, klauwende snaren van Daniel Rossen die schitteren. Uitdoven doen ze ook niet meteen; vooral tijdens de eerste concerthelft zijn de beren behoorlijk lawaaierig. Een strakke cadans en staccato pianoklanken zorgen tijdens ‘Losing All Sense’ voor rugdekking, en Rossens gitaarriffs splashen opnieuw uit de boxen. Ook een ouder multicolorpop-deuntje als ‘Yet Again’ is daardoor op het einde een ballorige art- rocker.

Art-rockers; moet ik die niet associëren met pretentieuze, navelstaarderige wankers? Urban Dictionary definieert een grizzlybeer trouwens als “an annoying piece of shit who take's things too seriously”. Arrogant en in zichzelf gekeerd is de band geenszins; ze wensen toeschouwers meermaals een “amazing Saturday night”. Rasechte volksmenners zijn frontman Droste en diens troepen nu ook weer niet. De voorman durft nog wel eens te grappen over zijn zweetoksels en placeert nu en dan voorzichtig een dansje, maar de rest denkt schijnbaar aan de was en de plas die thuis wacht. In wit, oranje en blauw podiumlicht en temidden van iets wat op een verfrommeld boeltje aluminiumfolie lijkt, staan Rossen en de anderen er onbeweeglijk bij. In hun hun hoofd broeit er toch wel van alles, en hun vingers zijn vurig. De dertigers brengen ook de rest van de avond hun subtiele mengeling van droompop, indierock, kamermuziek, psychedelica en jazzy experimenten nauwkeurig en met overtuiging.

Ze geven dus van jetje. Ook tijdens het Grizzly Bear-uithangbord ‘Two Weeks’, waarin Rossen en Droste nog eens onderstrepen dat bezield gecroon en eerder dunne, door het leven geabimeerde stembanden perfect overeenkomen. Geregeld neemt de band ook wel gas terug, zoals bijvoorbeeld tijdens een bloedmooie versie van ‘Foreground’. En ook tijdens de bisronde gaat het er soms wat trager aan toe. Maar daarom niet minder spannend; het aan Robert Wyatt en Love refererende psychjazz- pièce de résistance- en door Rossen zo ontroerend gezongen- ‘Sun In Your Eyes’ laat op een magistrale manier het doek vallen. Thuis zoek ik Grizzly Bear nog eens op in de Urban Dictionary, en lees dat het afscheren van schaamharen en die in het gelaat van een vrouw blazen ook ‘Grizzly Bear’ wordt genoemd. Je verdiende loon zal zijn : a smack in the face. En dat is precies wat deze groep mij vanavond geeft.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven