Concertreview: Weezer in de Ancienne Belgique

, door ()

Koen Keppens

16 jaar. Zo lang zat er tussen gisteravond en de laatste keer dat Weezer zijn zaligmakende woohoows uitstrooide over Belgische bodem. In principe lang genoeg voor de twintigers die er toen bij waren om intussen zelf vader/moeder te zijn van een opgeschoten puber die zich met lichtaandoenlijke nerdrock een houding probeert te geven. Met die iets te lange ledematen van 'm.

Ja, er was hun doortocht in Amsterdam in de lente van vorig jaar. Maar dat was anders. Dat was met Nederlanders en met Heineken. En ik lieg niet wanneer ik zeg dat hoe meer er van dat laatste vloeide, hoe onverstoorbaarder die eersten doorheen de show liepen te ouwehoeren. En hoewel de samenstelling van hun set toen ook van succulent niveau was - misschien zelfs een tikkie beter, want nog niet aangevuld met alwéér nieuw werk - voelde het gisteren in de AB anders. Het was dat collectieve gevoel van thuiskomen dat voelbaar was tot in elk rafelig draadje van eenieders ongedaan gemaakte sweater daar aanwezig.

De tijd lijkt weinig vat te hebben op opperweezer Rivers Cuomo: niet op hoe hij eruit ziet en niet op de manier waarop hij een beetje kromgebogen over 'ergens bijhoren' zingt. En toch klinken de nieuwe nummers van zijn laatste platen enigszins trager, minder opzwepend en veroorzaken ze steeds kleinere plasjes okselzweet bij hun eerste luisterbeurt. De wereldpremière van het fonkelnieuwe 'Happy Hour' bleek bijvoorbeeld voor veel mensen een uitgelezen moment om verse pintjes te gaan halen. Al kreeg je er jammer genoeg geen twee voor de prijs van één. De geur van gemiste kansen was merkbaar aanwezig aan de toog.

Wie enkel kwam voor de nummers uit 'de blauwe' werd overvallen door het besef dat elke opvolger van die plaat stuk voor stuk minstens twee knallers van formaat herbergt én dat die ook professioneel doorheen de set geweven werden. 'Surf Wax America' voerde je mee naar een onschuldig pre-Beyoncé-tijdperk waarin een surfboard nog gewoon een surfboard kon zijn, het Beatlesiaanse 'The Good Life' had geen moeite om je pas herwonnen jeugdigheid weer van je af te schudden, 'Perfect Situation' baadde in het mooiste roze dat je ooit zag en kreeg alle inmiddels gemarineerde keelgaten zover om er een collectief 'Ooohhhhh oh' uit te persen, de vinnigste gitaarsolo hoorde je in powersong 'Hash Pipe', door 'My Name Is Jonas' heb ik vannacht nog mijn mondharmonica weer opgediept, 'Beverly Hills' kreeg een sombrero mee (stond 'm goed!), Mike Posners 'I Took a Pill in Ibiza' bleek de perfecte intro voor het kabbelende maar allesbehalve schiftende 'Island in the Sun' en 'Say It Ain't So' duldde niet de minste tegenspraak. De pathos waarmee die laatste - eerst nog ingehouden, later met een oncontroleerbare woeste urgentie - werd meegezongen, zette de AB in lichterlaaie. Nostalgie? Ja, zeker. 't Is de lijm die ons leven bij elkaar houdt. Koester het.

Er mag in de muzikale carrière van Weezer dan evenveel evolutie zitten als in het liefdesleven van de gemiddelde IT'er, als alle partijen daarmee tevreden zijn, hoeft er geen reden te zijn tot klagen. 
 

Quote

'Now what's cooler than bein' cool?'

Een cover van 'Hey Ya!', zou je denken. Maar toch. Weezers versie was zó knullig dat het al lang geen tongue in cheek meer genoemd kan worden. Meer nog: op dat eigenste moment leken de masters der nerdrock weer op de lokale coverband waar die eerdergenoemde opgeschoten puber niet in zou misstaan. Nope, Rivers is geen Andre 3000. Zelfs geen Andre 1996. En dat vinden we helemaal prima. 

Tweet


 

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven