Concertreview: St. Vincent in de Ancienne Belgique

, door ()

1200

Toen ik St. Vincent voor het eerst live zag, was zij – Annie Clark – nog een ander mens: een jonge vrouw die net een eigen plaat uit had en verlegen op podium stond. Ze blunderde op aandoenlijke wijze door haar set zoals het gemiddelde Zooey Deschanel-personage: in haar ogen alleen maar wide-eyed wonder. Wat een contrast met nu! Heden is St. Vincent een artieste met popicoonallures – een rockster, een punker – die op haar eentje hele fabrieken draaiende houdt.

Vroeger handelde ze in quirkiness en zoete popgeheimpjes, nu is ze een levend stuk performance art. ‘Masseduction’ – de hele promocampagne baadt in neonplastic – ging gepaard met een sliert van de pot gerukte stunts. Er werd een escape room gebouwd in het kader van de muziek. Voorafgaand aan de release interviewde St. Vincent zichzelf: maffe vragen en antwoorden, geschreven door Sleater-Kinney- en Wild Flag-boegbeeld Carrie Brownstein. Wanneer de deluxeversie van de vinylplaat binnen was, postte Clark een filmpje op Instagram waarin ze die zelf voor het eerst verkende. Had ze er het geld en de tijd voor gehad, ze had er vast nog een pretpark, een langspeelfilm en een ruimtereis aan gekoppeld.

Het optreden in de AB had dan ook iets van een kunstinstallatie. Voorafgegaan door een kortfilm en even georkestreerd als een show van Solange of Kraftwerk, met een doorgetrokken visuele stijl en een heel strak afgelijnd concept. Het was een avond in twee luiken: het eerste was een best of van haar carrière tot nu, chronologisch gerangschikt, in het tweede speelde ze het integrale ‘Masseduction’, van nummer één tot en met nummer dertien, in die volgorde. Heel erg vreemde aanpak, maar je leerde Annie wel beter kennen. Ook al was het dan helemaal op de manier dat zij wóú dat je haar leerde kennen. Denk ik. Ondergaan was alleszins de boodschap.

Annie kwam tevoorschijn als een personage uit een David LaChapelle-foto: ze had een knalrood ‘Baywatch’-badpak aan met de pofmouwtjes van een prinsessenkleed. Ze stond helemaal links op podium, het gordijn op een kier. Daar zong ze ‘Marry Me’:‘Marry me, John / Marry me, John / I’ll be so good to you / You won’t realize I’m gone.’ Die John komt vaak voor in haar nummers en hij valt niet te benijden. Annie zong, en had krassende strijkers als enige gezelschap: muziek uit een kapot poppenhuis. Bij elk nummer dat volgde, werd het gordijn, samen met het instrumentenbestand, iets breder opengetrokken, tot de sound tegen ‘Birth in Reverse’ nagenoeg onherkenbaar was. Daarom noemen hippe blogs haar al jaren ‘la nouvelle David Bowie’: omdat ze een postmoderne kameleon is. In ‘Now, Now’ sprong één zin eruit: ‘I’m not Annie, Annie, Annie, Annie… anything at all.’

Ondertussen had ze ook voor het eerst één van haar vier custom-made gitaren bovengehaald (ze heeft er één fluoroze, één gele, één blauwe en één oranje met luipaardmotief) en ging ze zelf voor stoorzender spelen. Ze is een fantastische gitariste, met een stijl die je herkent uit de duizend, en vanavond was haar gitaarspel de draad waarmee ze alles aan elkaar reeg. Tijdens ‘The Strangers’ bouwde ze meer en meer een wall of sound op, om tijdens ‘Actor Out of Work’, waarin het gordijn eindelijk helemaal openging en de mensen rechts vooraan ook iets konden zien, tot een eerste climax te komen wanneer haar stem uit pure frustratie oversloeg: ‘You know I’m fucking mad, right?’ Kwaad omdat ze van iemand houdt maar misschien toch ook een beetje hitsig.

Nog in helft één: ‘Cheerleader’ was een Sleigh Bells-achtige ontmanteling van de high school spirit. ‘Digital Witness’ en ‘Rattlesnake’ waren opeens allebei dancetracks, zoals ook het springerigste van Animal Collective dancemuziek kan zijn: vooral geschikt voor dansers in een dwangbuis. En in ‘Strange Mercy’ kwamen die dissonante violen uit ‘Marry Me’ de finale verstoren: St. Vincent maakt pop, maar nooit pop die het u makkelijk maakt. Zonder weerhaakjes blijft zelfs de best gemikte pijl niet steken.

In deel twee dus: heel ‘Masseduction’. Wie doet dat nu, een gloednieuwe plaat van a tot z spelen? Annie Clark! Ze droeg dit keer een zilveren jurkje en de visuals gingen van sm-modellen met beplakte tepels tot enkele benen die uit een tv-toestel hingen. Daarover zei ze heel even: ‘Bedankt om met mij deze psychedelische reis te ondernemen.’ En dan rechtte ze de rug weer, om haar gitaar te laten spreken, gieren, krijsen.

Wat moet ik daar nog over kwijt? Dat ‘Masseduction’ weleens haar beste plaat zou kunnen zijn. Dat ‘Sugarboy’ op de ‘Drive’-soundtrack had kunnen staan, zij het afgespeeld op 78 toeren in plaats van de gebruikelijke 33, en dat ook ‘Los Angeless’ Johnny Jewel-disco met een strik rond is. Dat de John uit ‘Marry Me’ nog eens kwam piepen (of net niet) in het kwetsbaarste, hardst binnenkomende, strafste nummer van de avond, ‘Happy Birthday, Johnny’: ‘The last time you called it was on New Years’ Eve / You asked me for dough to get somethin’ to eat / Since we last spoke, you live on the street / Yeah, I wouldn’t believe all the shit that you've seen … Happy birthday, Johnny / Wherever you are.’ Voor een keer gespeeld tegen een vaalgrijze achtergrond, geen roze in zicht. Clarks stem was helemaal naar voren gemixt; ze brak soms, maar dat hoorde zo.

Nog een paar keer had ze me liggen. Vanwege de tristesse die bleek te schuilen in ‘Young Lover’, één van de meest instant meezingbare nummers op de plaat, maar één waarvan de tekst nooit helder was binnengekomen: het gaat over een zelfmoord, een overdosis en heel veel spijt. Twee dingen die opvielen tijdens ‘New York’: 1) niemand zingt zo mooi ‘motherfucker’ als Annie Clark, en 2) hey, daar is die poep van de hoes! Voor de volledigheid: ze behoort toe aan artieste Carlotta Kohl. ‘Smoking Section’, tot slot, eindigde met de zin ‘this is not the end’, meteen gevolgd door het plakkaat ‘The End.’ Listig Liesje, die Annie. Snel nog dit: ‘Savior’ was zwanger van Prince-funk en is me ten zeerste – haha! – bevallen. Net zoals de hele avond, eigenlijk.

Er is de laatste tijd – wanneer niet? – veel geschreven over seksisme, dat virus dat onvermijdelijk alle lagen van elke business binnen sijpelt. Het tegengif is bij deze bekend: St. Vincent. Artiesten zoals zij (en bijvoorbeeld Solange) hebben alle controle in handen, héérsen over hun kunst, zijn ongegeneerd sexy én leggen hun ziel bloot on their own fucking terms. Vanavond was een showcase van haar talent, een door Annie Clark vlekkeloos geacteerd concert met een piekfijn geluid. Performance art die tegelijk geil én ontroerend was, persoonlijk én raar. Enig mooi.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven