Concertreview: Lambchop in De Roma

, door ()

1200

Over ‘FLOTUS’ valt veel te vertellen. Bijvoorbeeld: dat Kurt Wagner (mister Lambchop) zijn inspiratie haalde uit de productietechnieken van Kanye West en Frank Ocean. Hiphop is een referentie die niet bij z'n gelooide ziel lijkt te passen, maar heeft wél altijd al in Kurts bloed gezeten. Toen hij in Chicago woonde, was hij beste maatjes met de tieners die rond zijn werkplek graffiti kwamen spuiten. Hun cassettetjes werden ook zíjn cassettetjes. Naast hem in z’n thuisstad Nashville woonde jarenlang een gezin dat, terwijl hij op zijn porch niks in het bijzonders zat te doen, luide Dr. Dré uit hun autospeakers knalde. De concrete impuls om met ‘FLOTUS’ te beginnen, kwam dan weer toen Wagner toevallig een concert van Shabazz Palaces bijwoonde. Hij zag er hoe ze hun stem live vervormden met een elektronisch apparaatje waar hij stijl van achterover viel. ‘Dat wil ik ook,’ dacht hij toen. Vanavond had-ie het bakje bij.

Voor een totaal andere live-ervaring heeft dat evenwel niet gezorgd. In De Roma trad Kurt Wagner aan met Tony Crow aan een vleugelpiano en Matt Swanson op bas: een intieme set-up, warme sound, vintage Lambchop. Zelf zorgde Wagner voor het gitaarwerk en dus ook: de elektronica. ‘Laptops zijn eindelijk zo ver gevorderd dat zelfs ik ermee kan werken,’ zei hij vorig jaar, maar om alles op orde te krijgen had hij per nummer toch twee minuutjes nodig. Zo kwam het dat Tony Crow zich noodgedwongen moest ontpoppen tot publieksopwarmer, met onderstaande komische uitwisseling tot gevolg: ‘Ik heb een nieuw hoorapparaat’ – ‘Wat voor één?’ – ‘Wablief?’ De sfeer was losjes, gemoedelijk, niet drukker dan wenselijk op een zondagavond.

In de eerste helft van de set was de sfeer zelfs iets té gezapig. ‘Writer’, ‘Old Masters’ en ‘The Hustle’ (een kortere versie dan de 18 minuten van op ‘FLOTUS’) trapten de avond niet op gang, maar gaven ‘m een zo licht mogelijk duwtje – om de avond vervolgens het werk zélf te laten opknappen. De knusse bariton van Wagner verkent op z'n beste momenten maar anderhalve toonhoogte; hier werkte hij zich op een monotone draf door ‘The Decline of Country and Western Civilization’ en ‘Garf’. Het geluid was wel heel mooi – je kon elk kraakje in Kurts stem horen, elk bierglas dat terug op een tafel werd gezet – en de gebrachte versies prettig, maar zo allemaal achter elkaar werd het ook un poco saai. Of toch: te veel hetzelfde.

De tweede helft was veel boeiender. ‘2B2’ was misschien wel het mooiste van de avond: een prachtige, herwerkte versie van het ‘Mr. M’-nummer, dat met de toevoeging van de summiere elektronische elementen opeens veel vreemder, maar ook veel ontroerender werd. Nummers die niet op ‘FLOTUS’ staan, maar wel met die esthetiek gebracht werden: het bleek goed te werken. Zie ook: ‘Give It’. In ‘JFK’ zorgden piano en bas samen voor een heerlijke jazzgroove, ‘Directions to the Can’ (achteraan de zaal naar rechts) was gloedvolle soul en ‘Harbor Country’ werkte als een spierontspanner: een ijl ambientnummer waar iets heel triestigs door waarde.

Intussen nog, uit de mond van Tony: ‘Weten jullie welke sneeuwman erg populair is in ons thuisland? De Trump-sneeuwman. Niet makkelijk om te maken: de bovenste bol moet je helemaal uithollen.’ Of nog: ‘Ik wilde eens porno kijken, maar het internet lag plat. Een maat zei me toen: “Maar je lief woont hier toch vlakbij? Ga naar daar!” Mijn antwoord: “Nee nee, daar ligt het internet ook plat.”’ Zelfs nog een tweede pornomop: ‘Ik zei eens tegen mijn vrouw: “Ik twijfel of ik naar porno zou kijken, of toch maar naar hockey.” Waarop zij: “Kies maar voor porno. Hockeyen kan je al.”’ Intussen zat Wagner te prutsen met z’n opgepoetste vocoder en verontschuldigend in het rond te kijken. Hij amuseert zich wel.

Zo kabbelde de avond voort toen Wagner opeens zei: ‘Het is tijd. Wij moeten even naar achteren, tot jullie zeggen dat we mogen terugkomen. Áls jullie willen dat we terugkomen, natuurlijk.’

In de bis zat nog ‘In Care of 8675309’: wat ‘Desolation Row’ was voor Dylan, dat is ‘In Care of’ voor Wagner – een elf minuten lang, freewheelend praatnummer waarin enkele weinig benijdenswaardige personages zich strofe na strofe tot allerlei leuks laten verleiden. Altijd elf minuten die voorbij vliegen. Prince was daarna een wat rare, maar wel geslaagde keuze voor een cover: Wagner perste alle melancholie uit ‘When You Were Mine’, één van de toppers van ‘Dirty Mind’. Anderhalf uur concert was zo voorbij.

Het was geen avond die je van je sokken blies, maar wel één die genoegzaam passeerde en waarvan je pas achteraf merkte: ze hebben me toch even naar een andere plek gesust. ‘Als u ervan genoten heeft,’ zei Tony, terwijl Kurt verlegen gedag wuifde, ‘wij waren Lambchop. Bedankt om naar hier te komen. Als u het maar niks vond: wij waren Fall Out Boy. Dá-ag!’

Het was wel degelijk Lambchop.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven