Concertreview: The War On Drugs in Vorst Nationaal

, door ()

vrijbeeld

Vijf jaar geleden zag ik The War On Drugs voor het eerst, in een schimmig Trix, waar ze arm in arm met hun broeders van Real Estate een pleidooi hielden voor uitgewaaide woestijngitaren in zwervende rocknummers. Er was een fles whisky die werd rondgegeven als een joint op een scoutskamp, en een mondharmonica die, wanneer ze niet gebruikt werd, onceremonieel op de vloer werd gegooid. Hun sound rammelde even hard als het busje waarmee ze die nacht over Vlaamse velden zouden tuffen. Van die kerels had je nooit gedacht: híér zit stadionpotentieel in. En kijk nu: zoals Christo ooit de Reichstag in Berlijn en de Pont-Neuf in Parijs inpakte, zo wikkelde Adam Granduciel vanavond heel Vorst in een dekentje melancholie.

Waar te beginnen? Bij het begin is meestal een goed idee – dat was, in dit geval: ‘In Chains’ – maar dit voelde niet aan als een avond met een begin, een midden en een einde. Dat had het natuurlijk allemaal wel (zó stoned was ik nu ook weer niet). Maar van zodra de eerste noten van Adams in weemoed gedrenkte snaren sprongen, vervaagden tijd en ruimte, en begon alles te kolken zoals het op normale werkdagen alleen kolkt op plaatkanten A, B, C en D van ‘Lost in the Dream’ en ‘A Deeper Understanding’. Het werd een wonderlijke waas. Adam Granduciel, maar ook – om ze maar eens bij naam te noemen – Jon Natchez, Anthony LaMarca, Robbie Bennett, David Hartley en Charlie Hall trokken iedereen mee naar ergens anders: een verlaten Amerikaanse arena, de oever van de Missouri-rivier, of een dorre woestijn met een paar kussens om in te gaan liggen. Ergens waar je even ongestoord... ergens anders kon zijn. Het was een trip, voilà.

Niet dat het daarom rommelig was. Elk vreemd afgestemd pianotoetsje, elk maf elektronisch toevoeginkje, elke ademstoot van Jon Natchez uit z’n sax-die-nooit-klinkt-als-een-sax: alle details zaten ergens waar niemand ze ooit zou stoppen, maar net dáár klonken ze telkens perfect. Een uur lang lag iedereen zomaar wat te staren – in een diep persoonlijke roes – naar de lokken van Adam of het prachtig belichte podium. Kitscherige sf-lampen hingen in halve cirkels boven de band (net de cockpit van de USS Enterprise!) en daaronder speelden zich af: de nummers ‘Holding On’, ‘Pain’, ‘Strangest Thing’ en ‘An Ocean in Between the Waves’, die achter elkaar als één lange compositie klonken. Een wervelwind die almaar aan kracht won.

Even optekenen: The War on Drugs is één van de beste jambands van het moment omdat ze zo lang spelen als ze willen zonder ooit één seconde te breien. Elke toetsaanslag van elke muzikant voegt iets toe aan het geheel.

Na dat eerste, verdwaalde, hypnotiserende uur begonnen de heren toch naar iets concreets toe te werken: enkele kaakslagen, met name. ‘Red Eyes’ was het normáálste nummer van de avond – de War on Drugs-song waar in de grootste letters ‘single’ op staat geschreven – maar dat was gewoon de opwarmer voor het grote, pijnlijk mooi gebrachte ‘Thinking of a Place’. Oók een single, maar dan alleen omdat, euh… Het is mij eigenlijk nog altijd een raadsel hoe ‘Thinking of a Place’ ooit een single is kunnen worden, want ‘Thinking of a Place’ is: twaalf minuten psychedelisch duizelen, vallen in een put zonder bodem, rijden op een weg zonder einde. En toch is het ook een radiohit, iets waar véél mensen naar luisteren. Als er in 2017 ergens verborgen hoop voor de mensheid valt te rapen, dan wel in díé vaststelling.

Een bescheiden concert zou het daarbij houden als hoogtepunt – welletjes geweest! – maar nee: onder het podium sluimerde nog een vulkaan die bij uitbarsting negen smeulende minuten ‘Under the Pressure’ op het publiek deed regenen. Dat was, nog méér dan ‘Thinking of a Place’, de song van de avond, het kippenvelmoment van de week. Een vleeshaak die zich zonder pardon in je stramme spieren sloeg; mijn hart klopt nog altijd op het ritme van Charlie Halls gewetenloze, opwindende kickdrum. Alle stuurloze emoties die al een hele avond gewichtsloos rondtolden in die grote, holle Vorst-zaal werden opeens gekanaliseerd in één brutaal, efficiënt, overrompelend stadionmoment. Het is toen dat iedereen wist: The War on Drugs hoort hier thuis, als de Grote Rockband die ze zijn.

Alles wat na ‘Under the Pressure’ kwam, was nagenieten; een sigaret na een lange, zweterige vrijpartij. Tijd om te douchen en gelukkig in slaap te vallen, maar eerst nog dit: Tom Petty, Neil Young en Bruce Springsteen zwerven nog altijd rond in de klankkamers van deze prachtsongs, maar wie er vanavond bij was, hoort alleen nog maar The War on Drugs, The War on Drugs en The War on Drugs.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven