Concertreview: The National in Vorst Nationaal

, door ()

1200

Er waren tekenen aan de wand. Vroeger op de dag had The National een foto op Facebook gepost, een variant op de meest iconische platenhoes van 2007. In het wit: THE NATIONAL. En in fluogele letters, daar net onder: niet ‘BOXER’, maar wel ‘BRUSSELS’. De tweede clou: in Vorst werd een mysterieuze teller op het indrukwekkende videoscherm boven het podium geprojecteerd. Die teller gaf, achteraf gezien, aan hoeveel jaren, maanden, dagen, uren, minuten en seconden er verstreken waren sinds ‘Boxer’ het daglicht zag. (Voor de volledigheid: 10 jaar, 5 maanden, 19 dagen, 20 uur, 55 minuten en 16 seconden op het moment van noteren.) Heel het podium, tot de visuals toe, was in ‘Boxer’-kleuren gestoken: zwart, wit en geel, met hier en daar een tint afgebrokkeld grijs. Alles wees op een feestavond. Op z’n Nationals wil dat zeggen: sámen grienen.

Ze hadden dan ook iets goed te maken: een date afzeggen omdat je plots het oké hebt gekregen van een iets sappiger brok… ’t Is maar een vuile streek. In oktober stond The National geboekt in het met een heldere akoestiek gezegende Bozart, tot ze een uitnodiging kregen van Barack Obama – ze gingen natuurlijk liever naar zíjn feestje dan het onze. En toen ze een nieuwe datum voorstelden, moest dat plots in Vorst doorgaan; alsof je boekt in Comme Chez Soi en mag gaan eten in Brasserie Madeliefje. De fans morden, en The National-fans morren nóóit – of toch niet over The National. Gelukkig waren daar de eerste noten van ‘Fake Empire’ (Matt Berninger die mompelde: ‘Stay out super late tonight / Picking apples, making pies’), niet veel later gevolgd door de láátste noten en een zachte fade to black: tegen dan was alles al lang vergeven en vergeten.

U kent het vervolg natuurlijk: ‘Mistaken for Strangers’ en ‘Brainy’ (nog altijd bloedmooi). ‘Squalor Victoria’, vol razernij, wanhoop en opengekrabde korstjes. ‘Green Gloves’, dat wonden mocht likken die ze net zélf hadden opengereten. Een zachtjes aan het oor knabbelend ‘Slow Show’. En zo ging het door. Via ‘Apartment Story’ naar ‘Start a War’ (gitaren die afwisselend sterrenstof én supernova’s in de ether pompten), en van dáár weer naar ‘Guest Room’. (Matt trapte een open deur in door te zeggen: ‘Dit is een triest nummer.’ Ja, Matt, en er komen ook noten in voor!) ‘Racing Like a Pro’ miste de piano van Sufjan Stevens níét, terwijl het prachtig opgebouwde ‘Ada’ gul hintte naar de gospel uit ‘Gospel’. De nummers werden gespeeld zoals ze al – ja, ja – 10 jaar, 5 maanden en 19 dagen in uw hart zitten, maar ze werden ook opgeleukt met hier en daar een experimentele uitspatting, een gitaarsolo, een opflakkerende party-trombone. Of alles tegelijk. Het was, zeiden ze zelf, de eerste keer dat ze ‘Boxer’ integraal brachten, en het sterkte mij alleen maar in de overtuiging dat ‘t de beste plaat is die The National ooit heeft gemaakt.

Vanzelfsprekend leek het tweede deel van het concert maar zo’n beetje als bij toeval aan het eerste te hangen. Mijn innerlijke econoom denkt dan: twee optredens voor de prijs van één! En twijfelaars – of zielen die nog in de melancholische waas van ‘Boxer’ waren blijven hangen – werden snel meegetrokken. De gents vlogen er namelijk in met een nummer dat op ulta-efficiënte wijze toonde dat The National in de afgelopen tien jaar wel degelijk een muzikale evolutie heeft doorgemaakt: ‘The System Only Dreams in Total Darkness’ – een Philip K. Dick-titel die zich op de inspiratiesnelweg van afrit heeft vergist. Vanaf dat moment sloop er elektronica in de set, drumcomputers en krakende synths. In het geval van ‘Walk It Back’ zelfs een beetje recente Nick Cave. ‘Guilty Party’ was potige, nukkige ventenrock waarbij Matt Berninger, altijd een spastische halfgod op podium, zijn beste luchtgitaarmoves van de avond bovenhaalde. Hier stond opeens een modérne rockgroep.

Nieuwe plaat ‘Sleep Well Beast’ kreeg nog vertegenwoordigers met ‘Carin at the Liquor Store’ (wéér die blazers die op precies het juiste moment invielen; goeie toevoeging aan het live-arsenaal) en ‘Day I Die’, dat aangevuurd werd door enkele aan breakbeats grenzende drumsalvo’s van Bryan Devendorf. Uit de overige platen werd gegraaid als moest er een best of worden samengesteld. ‘Don’t Swallow the Cap’ en ‘I Need My Girl’ uit ‘Trouble Will Find Me’, ‘Mr. November’ uit ‘Alligator’, en het machtige trio ‘Bloodbuzz Ohio’, ‘Terrible Love’ en ‘Vanderlyle Crybaby Geeks’ (de afsluiter, samen gezongen door het publiek) uit ‘High Violet'. Daarmee is de boekhouding ook weer in orde.

Op de beste momenten knálde The National: heel ‘Squalor Victoria’, stukken uit ‘Start a War’, de holy fuck-ervaring die ‘Terrible Love’ was. En we hadden – met dat ‘Boxer’-eerbetoon – zelfs een soort van primeur gekregen. Waarom was het dan niet het beste The National-optreden dat ik ooit gezien heb? Steek de schuld maar op het ‘einde van de tour’-syndroom; dit was het allerlaatste optreden in Europa. Met name Matt Berninger – altijd de wandelende wijnfles van de groep – vertoonde onmiskenbaar tekenen van vermoeidheid. Soms (‘Mistaken for Strangers’, ‘Guilty Party’) trapte hij eens vrolijk naast een noot of twee, een enkele keer scheurde zijn stem in stukken uiteen: in het doorgaans verpletterende ‘Mr. November’, mijn lievelingsnummer van The National, viel er met hem geen land te bezeilen. Hij beperkte zich de hele avond tot een Leonard Cohen-achtig soort spreekzingen, waar in feite niks mis mee is. Dat doet hij wel meer. Maar nooit wanneer hij op zijn allerbest is.

Een knagend stemmetje in mijn achterhoofd: in de Bozar waren ze misschien briljánt geweest. Nu waren ze fenomenaal. Ach ja.

Quote

'Ik heb een bear hug gekregen van Michelle Obama. En ik heb Nas gezien. Ik zei: "Hey, Nas, ik ben Matt." En hij zei: "Hey, Matt."' Ja, ook Matts gave voor goeie anekdotes leed een beetje onder z'n vermoeidheid.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven