Concertreview: Mount Eerie in de Brigittinekapel

, door ()

vrijbeeld

Een stem en een Spaanse gitaar: méér rekwisieten had Mount Eerie niet meegebracht. Kwetsbaarder en franjelozer kon het nauwelijks meer worden, maar geen mens die vertrouwd was met ‘A Crow Looked At Me’ had een avondje zorgeloos entertainment verwacht. Het optreden van Phil Elverum leek veeleer op een daad van exorcisme. Daarbij toonde de zanger zich ondergeschikt aan zijn verhaal en gaf hij iedere persoonlijke anekdote een universele lading.

Elverum maakt doorgaans een mix van alt.folk en introspectieve ambient met black metal-invloeden, waarin vooral dreinerige keyboards, veldopnamen en experimenten met feedback de aandacht opeisen. Dertien jaar was hij getrouwd met Geneviève Castrée, een Frans-Canadese striptekenares die zich liet inspireren door de stijl van Hergé en als getalenteerde muzikante platen maakte onder pseudoniemen als Woelv en Ô PAON. Begin 2015, vier maanden na de geboorte van hun dochtertje, werd bij Geneviève terminale pancreaskanker vastgesteld: het begin van een troosteloze odyssee langs dokterskabinetten en chemo-afdelingen. Toen het stel niet meer in staat bleek zijn ziekenhuisrekeningen te betalen, deed het noodgedwongen beroep op crowdsourcing. Het was een maat voor niets: mevrouw Elverum stierf, kort na haar vijfendertigste verjaardag, op 9 juli 2016 en liet haar man achter met een peuter van anderhalf jaar oud.

Enkele maanden later begon Phil Elverum het trauma van het verlies van zich af te schrijven. Zijn elegische songs, opgenomen in de kamer waar Geneviève haar laatste adem uitblies en ingespeeld op haar instrumenten, vonden hun weg naar het even hartverscheurende als afgekloven ‘A Crow Looked At Me’. De collectie behoort tot dezelfde categorie als ‘Skeleton Tree’ van Nick Cave, ‘Benji’ van Sun Kil Moon en ‘Tonight’s the Night’ van Neil Young. Alleen klinken de stream-of-consciousnessteksten van Mount Eerie nog intenser, snijden ze nog dieper en maken ze de afwezigheid van de overledene nog aanweziger.

In Brussel hielden Elverums sombere overpeinzingen het midden tussen brieven en dagboekaantekeningen. De artiest registreerde het gemis op een ontwapenend eerlijke, directe manier en ging daarbij bewust níet naar zingeving op zoek. De dood is zo willekeurig, zo allesoverheersend, dat ze de nabestaanden plat mept en verdooft. Maar er valt volstrekt niets van te leren. 'It’s not for singing about, it’s not for making into art', stelde de zanger in ‘Real Death’. En inderdaad: wat Mount Eerie in de Brigitinnekapel liet horen was zo ongekunsteld, monotoon en verstoken van melodieën dat je het bezwaarlijk muziek kon noemen. Het rudimentaire gitaarspel was als een kruk waarop niemand zich staande kon houden en in de songs zocht je vergeefs naar strofen, refreinen of rijmschema’s.

Elverum prevelde zacht voor zich uit, alsof hij zijn herinneringen in gebeden had gevat. Zijn onopgesmukte, naar Mark Kozelek verwijzende proza kwam hem recht uit het hart en werd slechts gestut door enkele simpele, repetitieve akkoorden. Toch zouden nummers als ‘Seaweed’, ‘Ravens’ of ‘Forest Fire’ hun effect niet missen. Als toeschouwer zat je met ingehouden adem en dichtgeschroeide keel te luisteren naar een man die met vallen en opstaan grip probeerde te krijgen op een nieuwe werkelijkheid, of in zijn eigen woorden, ‘a crushing absurdity’.

Elverum vertelde hoe, enkele dagen na de dood van Geneviève, met de post een rugzakje arriveerde, dat ze had besteld tegen de tijd dat hun dochter naar school zou gaan. Hoe hij de as van zijn vrouw uitstrooide op het eiland in de buurt van Seattle waar ze een huis zouden gaan bouwen. Hoe hij daarna haar kleren wegschonk, hoe hij steeds vaker op foto’s was aangewezen om vervagende beelden te vervangen. Daarbij werd je als toehoorder het diepst geraakt door de banale tafereeltjes uit het dagelijkse leven en de momenten waarop een vorm van humor de kop op stak. Tijdens de tweede helft van de set speelde Mount Eerie vooral nieuwe nummers, die aangaven dat ook zijn volgende lp wellicht nog op de ruines van zijn huishouden gebouwd zal zijn. Toch wentelde artiest zich in Brussel niet in zelfmedelijden.Er gaan voortdurend mensen dood, besefte hij. En het verdriet van de een is niet belangrijker dan dat van de ander. ‘When I address you, who am I talking to?’, mompelde hij, niet goed wetend of hij nu gesprekken voerde met zijn dode vrouw of met zichzelf.

Deelde hij de intieme details van zijn leven met Geneviève met het publiek om zijn smart te halveren?Of bouwde hij een monument van herinneringen dat zijn dochter later alsnog de kans moet geven haar moeder te leren kennen? In ieder geval stond Mount Eerie in Brussel op het podium omdat hij niet anders kón. Wie de Everest wil bedwingen, moet nu eenmaal bereid zijn door de hel te gaan.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven