Festivalreview: Sonic City 2017 in Depart (Kortrijk)

, door ()

1200

We amuseren ons al vanaf het begin, want we vapen vollen bak hazelnoten, verorberen lekkere vegan kebabs, drinken stevige Omers, en kopen ‘This Is André Brasseur’ van André Brasseur. Leuk is ook het optreden van Nels Cline. Rolling Stone noemt hem een ‘avant romantic’. Terecht, muziek die hij in veertig minuten netjes in vier breekt, klinkt soms lieflijk en soms verstoord. Hij aait en slaat zijn instrument, en is bijna evenveel in de weer met allerlei effectenbakjes. Gevolg: intieme jazzblues doet haasje over met Dylan Carlson-drone metal en de computer game-soundtrack bij ‘Mario Bros op ketamine’. Ook verdiend is zijn benoeming tot ‘één van de twintig beste gitaristen op deze aardkloot’, want wie anders dan deze Wilco-gitarist laat een gitaar afwisselend als een boze oscillator en het zachtmoedigste van Tom Verlaine klinken? ‘J'ai pleuré’, horen we nadien een toeschouwer mompelen. Ook wij zijn ontroerd door zoveel schoonheid.

Mark Kozelek bralt dat hij Nels Cline haat! En hij verfoeit ook iPhones en Twitter. En in de evenementenhal Depart is de zanger boos op iemand. Niet omdat de arme jongeman tijdens het Sun Kil Moon-concert zich vingerkrampen tweet, wél omdat die het waagt om iets te veel richting Kozelek te kijken. Daarom maant de zanger hem aan om het substantief ‘lief’ te Wikipediaën en zich er zo één te zoeken. De onnodige - en ondertussen ook wel clichématige - provocaties van de Buckeye nemen we maar voor lief, en de gedeclameerde dagboekpassages vinden we ook niet zo erg. De man heeft weldegelijk humor. In ‘House Cat’ zijn Trump and stuff de pispalen van een poes, en het gemiauw dat uit zijn kwaaie bulldogkop komt, masseert onze lachspieren. ‘Butch Lullaby’ is een ode aan een overleden vriend, en doet dat in mindere mate. Interessant is het geswitch tussen het slome Beck-ritme en een vreemd wiegeliedje wél, en ‘Chili Lemon Peanuts’ groovet behoorlijk. Maar van de grond komt het optreden pas echt als (jawel!) Cline tijdens twee kabalerige en rammelende indierockers mee mag afsluiten. Zo heel erg haten zal Kozelek hem dus niet, en zelfs met de afgeblafte toeschouwer maakt hij het goed.

Ook Liars zijn goeie gasten, maar Angus Andrew moet wel leren dat je een tutu niet op het hoofd draagt. Het zou ons ook niet verbazen als hij zijn roze glitterjurk binnenstebuiten en achterstevoren aanheeft. Maar als hij muziek moet spelen, is de frontman wél bij de zaak. Het komen en gaan van andere bandleden bevordert dat niet, maar zaterdagavond flirten punk, vuile elektrorock en electronic body music zo hard met elkaar dat we er van zouden opkijken als daar géén vuile sms'jes van zouden komen. Ze zitten strak in hun DIY-catsuit, zijn overtuigd van hun kunnen, en Andrew lijkt vaak een denkbeeldige middenvinger op te steken. ‘The Overachievers’ is een Ramones-moment: het nummer dendert maar voort. Rechttoe rechtaan en rücksichtslos. En met ‘Mess on a Mission’ en ‘Cred Woes’ steken ze met z’n drieën het kot in de fik. Hoogtepunt nummer één!

Ook het James Brandon Lewis Trio staat met een 'fuck it'-houding te spelen. Lewis, die blijft er op los toeteren, en zijn sax-uithalen zijn beurtelings staccato en langgerekt. Trommels tikken zachtjes, roffelen, en ratelen, terwijl de bas bijna continu grolt. Soms gunnen de swingende tunes meer introspectieve passages een straaltje podiumlicht, maar Lewis en de anderen spelen een halfuur lang toch vooral moderne uptempo avant- jazz van een hele goede soort. En zijn daarom verantwoordelijk voor hoogtepunt nummer twee.

In het departement ‘Underground’ squirt Pharmakon een ferme lading power electronics, en The New Blockaders pinnen er hun manifest vast. Dat gaat als volgt: 'Blockade is resistance. It is our duty to blockade and induce others to blockade: Anti-music, anti-art, anti-books, anti-films, anti-communications. We will make anti-statements about anything and everything'. Tegen alles wat op een muziekinstrument lijkt zijn ze zeker; een piano hameren ze onverbiddelijk kapot, en al de rest op het podium smijten ze gewoon in een cementmolen. Met hun vermaledijde pokketeringherrie beulen de noise-veteranen het publiek af, en de zaal loopt leeg. Wij vinden hen eigenlijk wel goed, maar meer dan hoogstwaarschijnlijk hebben de broers Rupenus ook daar compleet het schijt aan.

Op de afdeling ‘Oude Rebellen’ pikken we de laatste twintig minuten van The Ex mee. Wat Katherina Bornefeld uit een hihat en basdrum stampt en mept klinkt soms hoekig, en dan weer swingend. Arnold de Boer is een behoorlijk goede replacement voor G.W. Sok en Terrie Hessels krast nog altijd lekker over zijn gitaar. De mannen van Wire zijn ook eeuwige dwarskoppen, maar een electroshock zoals op Pukkelpop 2003 met ‘Send’, dienen ze niet toe. Deze zondagavond is donker, voelt nat en koud; het trage en mistroostige ‘An Alibi’ vangt de novemberregen prima op. Het nieuwe ‘Short Elevated Period’ en golden oldie ‘Three Girl Rumba’ klinken jachtig, tight. En het is niet omdat  Colin Newman et les autres de tactiek van de verschroeide aarde niet langer gebruiken, dat ze helemaal uitgeblust zijn. Onverwachts (of niet?) piepende feedback laten ze voor wat die is, af en toe steekt er een bitterzoet Kevin Shields-gitaarmotiefje de kop op, en de afsluitende drone klinkt haast als goede Spacemen 3.

Net zoals in de seventies kijkt David Bowie nu misschien ook bewonderend naar This Heat. Maar dat doet hij dan wel vanop een kleine witte wolk aan de hemel. Toen, dertig jaar geleden ondertussen, zei hij na het optreden dat hij bijwoonde trouwens niks tegen de loop- en overdubtovenaars. Nu zou hij Charles Hayward misschien vertellen dat het iets minder exquisit is dan op het Manchesterse Transformer 2017-festival. Toch bewijzen de zeven tot This Is Not This Heat omgedoopte avantrockers dat bizarre zanglijnen, inventieve melodieën, machinale drums en rauwe gitaren samen fantastische muziek kunnen maken.

Thurston Moore houdt tijdens zijn passage met Thurston Moore Group een filmquiz, wil Steve Shelley aan een fan koppelen, en draagt ‘Cusp’ op aan de Catalaanse vrijheidsstrijd. Kortrijkzaan Vincent Van Quickenborne is gelukkig nergens te bespeuren, want anders vertelt hij dat aan Charles Michel en dan gebruikt onze eerste minister weer een vrachtlading kleenex om zijn biljartbal te deppen. Moore voelt zich op zijn eigen festival duidelijk beter op zijn gemak, en samen met James Sedwards en Debbie Googe musiceert hij losser, vrijer dan op pakweg Rock Werchter. ‘Aphrodite’ en ‘Exalted’ maken serieus van hun neus, en ook de geïmproviseerde soundscape mag er wezen. Stephen O'Malley staat hem tijdens een nog betere en  andersoortige set. Wat begint als geschraap over nylon en wat spielerei met het volume, ontaardt in een blatante geluidtrip die nu en dan refereert aan Sunn O))). Hoewel het duo de eerste vijf à tien minuten vooral op hoge noten mikt, boren laag brommende bastonen zich langzaam maar zeker toch een weg door onze oordopjes op maat. Free jazz-expert Mats Gustafsson mag de gelaagde soundscape even aan flarden blazen, en is zo mee verantwoordelijk voor hoogtepunt nummer drie. Wij blij!

Het publiek

Gaat bijna op de vuist met Mark Kozelek, huilt bij het horen van Nels Cline, shaket de hips op de tunes van Liars, en bezorgt Thurston Moore de slappe lach met een grapje over 'Deep Throat'. Kortom: it's having a ball!

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven