Concertreview: The Waterboys in De Roma

, door ()

vrijbeeld

Mocht Scott zich in het dierenrijk bewegen, dan was hij ongetwijfeld een kameleon. In de voorbije 35 jaar veranderde hij haast even vaak van stijl als van ondergoed. Op zijn vroegste platen uit de eighties maakte hij een soort stadionrock waarvoor hij, bescheiden als hij is, de term ‘big music’ bedacht. Later grossierde hij afwisselend in akoestische folk, potige gitaarrock, door soul bevruchte country of met fiddles en mandolines versierde Keltische muziek.

Op zijn vorige plaat dompelde hij zich nog onder in Amerikaanse rhythm & blues en vandaag, op zijn 58ste, verkent hij alweer voor hem onbetreden terrein. Op ‘Out of All This Blue’ flirt hij met disco, funk en andere dance-genres, is hij in de weer met drumloops en samples en goochelt hij met productietechnieken uit de hiphop. De resultaten zijn niet altijd even briljant –tussen de 23 nummers herkennen we al eens een vullertje– maar al bij al houdt Scott zich in zijn nieuwe muzikale biotoop behoorlijk overeind.

‘Verwacht jullie aan een concert dat voor 75 procent uit lovesongs bestaat’, waarschuwde de naar Dublin verkaste Schot, zodra hij in Antwerpen op het podium verscheen. Vorig jaar trouwde hij met de Japanse beeldhouwster en mangakunstenares Rokudenashiko, die in haar thuisland al herhaaldelijk in aanraking kwam met de censuur omdat ze in haar werk bij voorkeur vagina’s afbeeldt. Het stel heeft een zoontje en hun romance staat ook centraal op ‘Out of All This Blue’, het inmiddels veertiende werkstuk van The Waterboys.

Mike Scott, nu met bril en cowboyhoed, krijgt tijdens zijn huidige tournee rugdekking van een voortreffelijke zeskoppige band, waarin toetsenman Brother Paul en violist Steve Wickham de meeste aandacht naar zich toe trekken, en twee soulvolle backingzangeressen. Op zijn jongste cd bediende Scott zich vrijwel uitsluitend van synthetische beats, maar in De Roma bracht hij, tijdens zijn twee uur durende set, twee échte drummers in stelling, wat het organische én gevarieerde karakter van zijn muziek beslist ten goede kwam.

De nadruk lag op het nieuwe materiaal en dus serveerden The Waterboys veerkrachtige, vaak euforische soulnummers, type ‘If the Answer is Yeah’ en ‘Love Walks In’. Scott heeft het blijkbaar zwaar te pakken: in het pittige ‘If I Was Your Boyfriend’ groeide de mededeling  ‘I’m so in love with you’ zelfs uit tot een minutenlange mantra.

Dat de zanger een voorliefde heeft voor de poëtische ontboezemingen van TS Eliot en William Butler Yeats is al jaren een publiek geheim, maar ook zijn eigen teksten zitten vol verrassende beelden en geestige one-liners. Dat was bijvoorbeeld het geval in ‘Nashville, Tennessee’, een brok Southern soul geïnspireerd door het leven van orgelfenomeen Brother Paul, met de onsterfelijke zin ‘My soul is in Memphis, but my ass is in Nashville, Tennessee’.

Andere hoogtepunten waren het gedreven ‘The Hammerhead Bar’, het ooggetuigenverslag van een bacchanaal waar zelfs ene Harvey Weinstein zich al misdroeg), het goed in de gitaren zittende ‘Morning Came Too Soon’ (een ode aan de vleselijke geneugten) en ‘Man, What A Woman’, een bluesballad over onbeantwoorde liefde die het halverwege serieus met Wickham aan de strijkstok kreeg. Maar The Waterboys hadden nog meer kunstjes in petto: ‘The Girl in the Window Chair’ was bestoven door de dramatiek van Brel, ‘The Elegant Companion’ neigde naar triphop en ‘We Walk On Water’ (‘A love song in funk-minor’, dixit Scott) droeg het stempel van Barry White.

‘Rosalind (You Married the Wrong Guy)’ werd opgedragen aan ‘onze Amerikaanse neefjes’ en klonk al net zo bijtend als Dylans ‘Ballad of A Thin Man’. Het met banjo bijgekleurde ‘Has Anybody here Seen Hank?’ diende zich aan als een afgekloven countrywalsje en in ‘When Ye Go Away’ hoorden we zelfs echo’s uit bluegrass.

Tussendoor lieten The Waterboys ook enkele eighties-classics los. ‘A Girl Called Johnny’, ‘All the Things She Gave Me’, ‘Medicine Bow’, ‘The Whole of the Moon’, uitsmijter ‘This is The Sea’, allemaal werden ze door het publiek geestdriftig meegebruld, maar dat nam niet weg dat ze vaak nodeloos werden uitgerekt en ze door die elastiekbehandeling een deel van hun kracht verloren. Prima show, daar niet van. Alleen had het best iets gebalder gemogen. Hadden The Waterboys de kraan een half uur eerder dichtgedraaid, dan was het helemaal top geweest.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven