Concertreview: Warhaus in de Vooruit

, door ()

1200

Een grijns, precies zoals op de hoes van die nieuwe, titelloze plaat. Je gunde hem dat lachje, want hij had net een steengoed concert gegeven. Het had de euforie van een nacht op de kermis: meisje voor je winnen met een pluchen beer, sigaret delen op het reuzenrad, wittebroodsminuten beleven op de carrousel, en op het einde afspreken om elkaar misschien nog eens te zien. Zoiets.

Maarten Devoldere en Sylvie Kreusch zijn elkaar blijven zien. Al vier jaar lang noemen ze de ander ‘lief’. Maar niet elke nacht, want ze geloven niet in monogamie. Het zal wel, kon je denken, liefde steekt complexer ineen dan die AND-OR-NOT-poorten uit de lessen T.O.. Niemand zou je daarin ongelijk geven. Maar tegelijk kon iedereen die gisteren in de Vooruit was die grijns vaststellen op Devolderes façade. Waar kwam die vandaan?

Het begon met ‘Well Well’, nummer drie op de nieuwe Warhaus. Het was een kerkdienst na een bacchanaal: Pascal Deweze stond te zwalpen met zijn basgitaar, Tijs Delbeke blies een dronken trompet aan, Michiel Balcaen deed in tribale drums. En Devoldere was zijn geloof aan het belijden: ‘You put your red lipstick on / And there’s this feeling I get / You love me in spite of them’. Meteen op de opener volgden ‘The Good Lie’ en ‘Control’, beide songs over dobbelen voor de liefde, en je begreep dat Devoldere een punt wilde maken. Wie nog niet geïnvesteerd had in polygamie, kreeg met deze drie songs een infofoldertje toegestopt.

Overigens, ‘The Good Lie’ klonk nauwelijks nog als die jazzy single van de debuutplaat. Het donkere randje dat het had op ‘We Fucked A Flame Into Being’ ruimde gisteravond plaats voor een veel speelsere toon, met xylofoon en samenzang. Mij best: ik hou ervan als een band live iets meer doet met een oud nummer dan het even in de microgolfoven opwarmen. De make-over toonde ook hoeveel de sound van Warhaus veranderd is. Invloeden als Leonard Cohen hoor je nog wel, maar de klemtoon ligt nu elders. Warhaus is verhuisd van een rokerige club met zware gordijnen naar een cafeetje ergens offshore, waar een openstaand raam al eens een warm briesje binnenbrengt. Het nieuwe Warhaus heeft minder mysterie, maar meer plezier.

Vergis je niet: in het Warhaus-universum zal het altijd nacht blijven. Al is het maar omdat je met zo’n Sylvie overdag geheid de zedenpolitie achter je aankrijgt. Kreusch heeft nog steeds licht ontvlambare benen en een suggestieve garderobe. En toch is het vooral wanneer ze zi̇́ngt dat ze een 18+-label afdwingt. Ook als je een klantenkaart had voor het steegje achter de Vlaanderenstraat tekende Kreusch’ soepele, gladde stem een blos op je wangen. De eerste minuut van ‘Dangerous’ was een hoogtepunt alleen al omdat Sylvie de song had ingezet.

Er zouden er nog volgen. Na de zoete singalong ‘Everybody’ kwam ‘Kreusch’, een opzwepend popnummer met franjes en laagjes uit de seventies. Maar niets van dat gisteravond. De opvoering zou sober zijn, het moest om de tekst draaien. En dus ging Devoldere solo, en wel all the way: de band verdween van het podium en de enige lichtbundel die nog scheen, richtte zich op zijn rechterschouder. Tijdens het ontmandelde ‘Kreusch’ stripte Devoldere zich van zijn jaarringen. Drie minuten lang werd hij weer de jongen die net de eerste sms had gekregen van iemand die hij sinds kort ‘lief’ kon noemen. Al liet ook deze Devoldere zich niet op tederheid betrappen: voor hem staat liefde gelijk aan aantrekking, en niets meer dan dat. Als Devoldere aan het begin van de avond zijn geloofsbelijdenis had opgevoerd, was dit zijn communie.  

Wat breng je na zo’n nummer zonder dat je ermee het risico loopt iedereen te ontnuchteren? Devoldere wist het ook niet, en besloot eromheen te wandelen met een ironietje. ‘I’m Not Him’ startte met ‘You want Warhaus / But I’m not him’, en over Kreusch: ‘You want love / But she’s not him’. Mijn liedjes moet je nu ook niet té persoonlijk op mij betrekken, leek Devoldere zo’n beetje te zeggen. U dacht er het uwe van, en danste mee.

In het laatste kwartier toonde Devoldere nog een paar keer de dwarse jongen die hij is. Tijdens ‘Here I Stand’, een heerlijk weelderig nummer dat op geen van beide platen staat, maakte hij een afrukgebaartje voordat hij in de coulissen een sigaret ging opsteken. De band ploegde enkele minuten lang meer dan verdienstelijk voort, waarna Devoldere hun applaus kwam innen. Grijns.

Het allerlaatste nummer zou niet ‘Mad World’ zijn, of ‘Love’s A Stranger’. Die hadden we intussen al gekregen. Neen, het moest een break-upsong zijn. ‘Fall In Love With Me’ was de melige chanson waarop je zat te wachten. Feestelijk opgevoerd, weliswaar, met warme blazers en Devoldere die lijntjes trok door het publiek. Maar je voelde dat iemand ondertussen al door de achteruitkijkspiegel aan het kijken was en de balans opmaakte. Mogen we zo gelukkig zijn? Op dat moment zie je Devoldere lachen.  

Het publiek

‘Nog is!’ De Vooruit telde gisteravond in elk geval één Antwerpenaar. 

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven