Concertnieuws: Thundercat in De Roma

, door ()

1200

Thundercat, ofte Stephen Bruner, is één van de architecten van Kendrick Lamars nog altijd verpletterende ‘To Pimp a Butterfly’. Hij sleutelde mee aan wonderplaten zoals ‘You’re Dead!’ van Flying Lotus, ‘The Epic’ van Kamasi Washington en ‘Velvet Portraits’ van Terrace Martin. Ooit heeft hij zelfs nog bij fucking Suicidal Tendencies gebast. Tussendoor maakte hij op zijn dooie gemak drie soloplaten, waarvan het recente ‘Drunk’ de beste is: een bont lappendeken vol hyperkinetische minitracks, spacey loungesessies en – vooral – een geile funkmicrobe die zich, zónder verkennend gesprek dan wel vooraf gekregen toestemming, gretig een weg langsheen broekspijpen tast. Thundercat is een meestermuzikant die in zijn reizen rond de kosmos nog nooit op de grenzen van de muziek is gebotst; zonder het te weten heeft hij ze misschien wél al een keer of twee verlegd.

Waarom staan hierboven dan twee sterren en een half, in plaats van de vier die ontegensprekelijk bij zijn status, zijn talent, en zijn platen horen? Omdat ik Thundercat live – en dit kan gerust een kwestie van slechte smaak zijn – maar erg moeilijk kan behappen.

De beste jazzoptredens – dit jaar alleen al: Christian Scott aTunde Adjuah, Kamasi Washington, Makaya McCraven, Shabaka and the Ancestors – zitten in elkaar als een lekker menu: pas als iedereen in de keuken weet welke ingrediënten in welke hoeveelheid op welk gerecht moeten, krijg je goeie schotels op tafel. En bij Thundercat stonden de koks elkaar een beetje tegen te werken. Geen kwaad woord over de talenten van Stephen Bruner – een man die, op zijn enorme 6-snarige Ibanez, sneller bast dan zijn eigen schaduw – en de drummer, toetsenist en elektrisch violist die hij had meegebracht. Maar ze smaakten samen zo ongeveer even lekker als een hamburger met groene curry, pindakaas en ananas.

Anders gezegd: ze stonden twee uur lang heel erg virtuoos náást elkaar te spelen. Niet uit het ritme, eerder… allemaal in tune met een verschillende muziekgeest, waardoor de vele jamsessies geen samenhang vertoonden, geen opbouw, geen vuur, geen spánning. Er werden héél snel héél veel noten gespeeld (‘Tron Song’ ging tien minuten lang pijlsnel nergens heen, ‘Jethro’ was een flipperkast met honderd balletjes tegelijk), maar het sneed nooit door merg en been. De muzikanten stonden met zichtbaar genoegen een huisje van plezier te bouwen op podium, maar ik vond – en ik heb geprobeerd – de voordeur niet.

Dat Thundercat bijna twee uur vulde, legde ook enkele zwaktes bloot. Ten eerste is hij een buitengewoon muzikant, maar ook een beperkt zanger. Eén die zich het veiligst voelt wanneer hij in zijn vertrouwde falset kan blijven hangen. Alleen: er zit heel weinig rek op die falset, heel weinig variatie, waardoor ze na een uur al stevig begon te vervelen. Nummers waarbij hij zijn stem níét de hoogte in trok (‘Heartbreaks + Setbacks’, ‘I Am Crazy’) waren een verademing, maar toonden bijwijlen ook, zoals in het verder erg geestige ‘Tokyo’, dat hij er geen wonderen mee kan verrichten.

Ten tweede schepte Bruner er plezier in om nummers in elkaar te laten overvloeien. ‘We’ll Die’ werd ‘MmmHmm’ werd ‘Lava Lamp’ werd ‘Where the Giants Roam/Field of the Nephilim’ werd ‘Inferno’, en dát maakte dan nog eens een bruggetje richting ‘Hard Times’. Wat af en toe leuk was, maar ook soms onbedoeld in de verf zette hoe hard sommige van zijn nummers op elkaar lijken. Of eerder: in de troebele geluidsmix in De Roma – waar was, bij momenten, de bás naartoe? – kon je ze soms moeilijk uit elkaar houden.

Zo negatief? Tja, de lat ligt hoog omdat Thundercat ze daar zelf gelegd heeft. En bij momenten was dit optreden alles wat het te vaak níét was: spannend en opwindend, sexy en stoer, speels en inventief.

‘Heartbreaks + Setbacks’ was bijvoorbeeld een feilloze lap R&B, een wonderlijk buitenbeentje. Pure pop, eigenlijk. Kendrick-nummer ‘Complexion’ (plus het stukje ‘We’ll Die’ dat erachter plakte) was de mooiste jazzsessie van de avond: de vier muzikanten werkten voor een keer samen – dóélgericht! – naar een climax toe, en bewezen zo, alsof het twee keer niks was, dat ze een fantastisch potentieel hebben. ‘Oh Sheit, It’s X’ was dan weer een onhoudbaar feestje in de staart van de set, net als ‘Them Changes’: hier was de funk helemaal uncut, zo puur als witte sneeuw.

Het laatste halfuur was eigenlijk helemáál uitstekend. In ‘Friend Zone’ – de beste song ooit met een ‘Mortal Kombat’-referentie – plinkten en plonkten Daniel Lopatin-achtige Atari-sounds. 'Tokyo' stond even beeldig te glitteren als de stad waaraan het nummer is opgehangen. En tijdens ‘Drink Dat’ (‘Can’t open my eyes, girl / Cause I’m just too wasted’) bracht Bruner toepasselijk ode aan de veel te vroeg heengegane Lil Peep. In ‘Drunk’ zat zelfs een onweerlegbare levenswijsheid: ‘No one wants to drink alone.’

Misschien was dit optreden in z’n geheel te mechanisch, te lang en te neuzelend. Of misschien had ik gewoon mijn dagje niet. In dat laatste geval schenk ik mezelf toch maar een vol glas whisky uit. Schol!

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven