Concertreview: Protomartyr in de Botanique

, door ()

vrijbeeld

Nachtrust lijkt niet te zijn weggelegd voor Joe Casey, de frontman van Protomartyr. Hij werd geboren met dezelfde nationaliteit als Donald Trump. Als dat niet genoeg reden geeft tot slapapneu, dan dit vast wel: hij is ook nog eens gedomicilieerd in Detroit. Sinds de stad vier jaar geleden failliet ging, zijn de straten er onverlicht, staan de huizen er leeg en zijn de panden er verroest. De politieke verneukerij die daaraan ten grondslag lag, doet wat met een mens. Ook Casey slaapt er niet beter van.

In Brussel stond hij met twee pinten in elke zak van z’n blazer en nog een andere in z’n hand. Hij kwam declameren uit eigen werk. Declameren, zo mag je dat noemen als je Casey heet. Op opener ‘My Children’ zong hij nog bedaard, maar ter hoogte van ‘Ain’t So Simple’ stond hij zijn kaakspieren al terdege te blesseren met allerhande smoelentrekkerij. Moest-ie ook wel, want de gemiddelde Protomartyr-song heeft bijna even veel tekst als een bijsluiter.

En Caseys woorden zijn niet zomaar fluimen met lettergrepen. Hij heeft de gave om met parabels en anekdotes te duiden wat er nu zo klote mis is met deze wereld. In ‘Half Sister’ zingt hij over een paard dat geraakt werd door de bliksem en sedertdien bleef herhalen dat mensen kut zijn. Tot iemand het meenam naar de achterkant van de schuur en het een kogel door de bek schoot. Casey, onder een zware baslijn en gekartelde gitaren: ‘He's now on display / As a lesson for the kids / To always do your best’. Om maar te zeggen: een Protomartyr-optreden is méér dan een postpunkoptreden. Het is een TED-talk over de mentale hygiëne van onze samenleving.  

Even iets over die gitaren. Sinds de nieuwe, vierde plaat ‘Relatives In Descent’ – en eigenlijk al sinds ‘The Agent Intellect’ – klinken ze net iets minder vaak als een remmende trein op het spoor. Onder de distortion liggen melodieën – nog steeds sober en donker, maar voldoende catchy om een tegengewicht te bieden aan Caseys treurige bariton. Al zijn het ook die melodieën die gisteravond de kleine kantjes van Protomartyr toonden. Live blijft het gitaarriedeltje op ‘Male Plague’ even dunnetjes als op de plaat, en als het ritme achterin ‘Corpses of Regalia’ Casey dwingt om zijn spoken word-stijl te verwisselen voor een stukje zang, valt het nogal op dat hij dat gewoon niet kan.  

Niet dat daarmee de avond kaltgestellt was. ‘Up The Tower’ had de vernielzucht van driehonderd Brusselse relschoppers, ‘A Private Understanding’ trapte stennis op de elegantst mogelijke wijze en ‘Don’t Go To Anacita’ was wat je tegen passanten roept als ze hun cuberdons van het andere neuzekeskraam dreigen te kopen. En dan moest ‘Scum, Rise!’ nog komen. Na drie jaar mag het undergroundhitje van op Protomartyrs debuut al wat verweerd klinken, het blijft een tempeest van een song. Of welk nummer horen we op úw begrafenis? 

Het moment

De eerste helft van ‘Half Sister’, omdat Casey vlak ervoor beleefd had verzocht de discobal boven zijn hoofd te belichten, en de tweede helft ervan, omdat nummers over pratende paarden per definitie goede nummers zijn.

Quote

Joe Casey is er de man niet naar om te paaien met bindteksten. De zeldzame keer dat hij iets zei, was toen hij terug op het podium wandelde voor de bis: ‘We zijn gewoon onze autosleutels aan het zoeken.’

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven