Concertreview: Gorillaz in Vorst Nationaal

, door ()

1200

Gorillaz is geen groep zoals alle andere. Het is een verzinsel van muzikale alleskunner Damon Albarn –u kent hem ook van Blur– en de Britse striptekenaar Jamie Hewlett, de geestelijke vader van ‘Tank Girl’. De band bestaat louter uit cartoonfiguren met namen als 2-D, Murdoc Niccals, Noodle en Russel Hobbs en in de geanimeerde video’s die hun songs begeleiden, beleven ze de dolste avonturen. Tijdens het eerste optreden van het kwartet, voorjaar 2001 in de Londense Scala, spelen de echte muzikanten achter een scherm en krijgt het publiek enkel Hewletts geprojecteerde visuals te zien. Maar het project kent zoveel succes – Gorillaz heeft vandaag al zestien miljoen platen verkocht – dat het concept noodgedwongen wordt aangepast en de virtuele groep een parallel leven gaat leiden naast de échte.
 
Gorillaz wordt voor Albarn een postmoderne speeltuin waar hij kan experimenteren met alle denkbare muziekstijlen. Indiepop, dub, lofi, hiphop, funk, elektronica, soul, gospel: het wordt allemaal in een blender gegooid en dat leidt tot onwaarschijnlijke maar altijd amusante mutaties. Gorillaz zijn voor Albarn ook een vrijbrief om gasten van divers pluimage naar studio of podium te fluiten. Lou Reed, Bobby Womack, Snoop Dogg of Mavis Staples, ze laten zich met plezier voor de aap houden. En naarmate de muziek belangrijker wordt, ziet Hewlett zijn aandeel steeds verder slinken. Er ontstaan wrijvingen, die zelfs geen gorilla kan overleven.
 
Na jaren stilte zijn de plooien inmiddels gladgestreken en dit voorjaar verschijnt ‘Humanz’, zowat de meest dansbare plaat van het gezelschap, maar tegelijk een getoonzette nachtmerrie. De nummers zijn een reactie op de verkiezing van Donald Trump: een pittige soundtrack bij de party waarop rücksichtlos het einde van de wereld wordt gevierd. Want rampspoed kun je, volgens Gorillaz, enkel te lijf gaan met een fikse dosis vitaliteit en dynamiek.
 
Damon Albarn, in Vorst bijgestaan door zes muzikanten en evenveel backingzangeressen, zong, beroerde afwisselend een gitaar, een reeks keyboards-uit-het-pandjeshuis en een melodica, dirigeerde en regisseerde, terwijl de flitsende visuals van Jamie Hewlett en de uitgekiende lichteffecten zoveel aandacht opeisten dat je er als toeschouwer prompt een punthoofd van kreeg. De Herbivoren zetten er de beuk in met enkele energieke rocknummers (‘M1 A1’, ‘Last Living Souls’, ‘Tomorrow Comes Today’) die hun effect niet misten. Albarn rapte over strakke grooves (‘Rhinestone Eyes’) en struinde voortdurend langs de rand van het podium om het publiek op te jutten, terwijl op de beeldschermen botsende hemellichamen, onderzeese monsters en, uiteraard, ook de virtuele Gorillaz te zien waren. Tijdens het springerige ’19-2000’ staken die met hun autostunts zelfs de beruchte Evel Knievel naar de kroon. Vanaf de eerste noten zat er vaart in de show, maar soms vertraagde het tempo, zoals in het zompige ‘Every Planet We Reach Is Dead’ (opvallend veel songs uit ‘Demon Days’ op de setlist trouwens), het op akoestische gitaar aangezette ‘On Melancholy Hill’ en het elegische ‘El Mañana’, waarin de gospelchanteuses hun soepelste stembanden uitrolden.
 
Tijdens het middenstuk lieten Gorillaz nogal wat speciale genodigden opdraven: Peven Everett (zie de riooldisco van ‘Strobelite’), rapster Zebra Katz en housebewaarder Jamie Principle (in het vervaarlijk pulserende maar iets te lang uitgesponnen ‘Sex Murder Party’), grime-artieste en woordenares Little Simz (het op een nerveuze beat geplante ‘Garage Palace’). Het probleem met al die hiphoppers was echter dat ze ons iets te vaak om de oren sloegen met de gebruikelijke ‘make some noise’-clichés. Dan liever Maseo van De La Soul, die de aanwezigen tijdens ‘Feel Good Inc.’ tot wilde vreugdesprongetjes inspireerde. Andere gasten hadden hun kat gestuurd en deden hun ding dan maar op een scherm, zoals Jehnny Beth van Savages in ‘We Got the Power’.
 
Tijdens de overdonderende finale nam Albarn de teugels weer zelf in handen. ‘Punk’ was precies wat de titel beloofde, het prachtige ‘Hong Kong’ (uit de rarities-collectie ‘D-Sides’) was dromerige, gedeukte bossanova, gedomineerd door een exotische citer, en de dubhop van ‘Clint Eastwood’ deed de zaal finaal ontploffen. De mantra ‘I’m useless, but not for long / The future is coming on’ kringelde op uit duizenden kelen. Tot slot stuurden Gorillaz ons met een rustpunt én een goede raad de nacht in: ‘Don’t Get Lost in Heaven’. Geen overbodige luxe, want na zoveel opwinding zou je innerlijke kompas al eens onklaar kunnen raken. U begrijpt: Bij Gorillaz waren we allerminst in de aap gelogeerd. Reprise volgende zomer in Werchter.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven