Concertreview: Depeche Mode in het Sportpaleis

, door ()

vrijbeeld

Vier schudinstructies staan er voorgedrukt op het rode plastic vlaggetje. “Shake after the second song” zegt het vlaggetje bijvoorbeeld. Veel truttiger zal je het niet snel zien. Tijdens het tweede nummer gaan er amper vlaggen de lucht in. Nee, een revolutie kun je ook niet verwachten van voorgedrukte plastic vlaggetjes, net zo min als van een band die toch al een dikke dertig jaar behoorlijk consistent klinkt. Consistent, maar nergens achterhaald. En potverdomme, wat mengt het lekker, die oude klassiekers als ‘Everything Counts’ en nieuwe klassiekers als ‘A Pain That I’m Used To’.

Het Sportpaleis zit vol, en dat terwijl de band hier eerder dit jaar, in mei, ook al voor een uitverkochte zaal speelde. Voor fans die beide concerten bijwonen, is het fijn dat de setlist geen exacte kopie is. Opener ‘Going Backwards’ en afsluiter ‘Personal Jesus’ zijn hetzelfde, maar tussendoor is er net voldoende variatie.

Het tweede voorgedrukte vlagmoment is tijdens ‘Where Is The Revolution?’. De vlaggen gaan nu wel de lucht in, net als de telefoons om alles te filmen. ‘Where is the revolution?’ vraagt Dave Gahan terwijl hij ronddanst met zijn microfoonstandaard. Een jongen naast mij swipet door de Instagram-stories van zijn vrienden. Hij bekijkt een filmpje, ik kijk mee en zie een hondje dat een cocktail drinkt. ‘Come on, people, you’re letting me down’, vervolgt Gahan met een onbewust perfecte timing. De jongen vertrekt niet veel later, maar de rest van het publiek heeft er de hele avond zin in. Er wordt massaal meegeklapt, meegezongen en zelfs een beetje meegedanst met de bizarre passen van Gahan. Een eend, een yogaleraar, een sensuele vrouw: Gahan speelt alle rollen behalve die van een vijf-en-vijftigjarige man.

Een tijd heb ik gedacht dat de muziek van Depeche Mode het best tot zijn recht komt in een ietwat verlopen Oost-Europees café, waar een morsige barman sterke cocktails mixt en het interieur ergens halverwege de jaren ’80 is blijven hangen. Het café in kwestie: de Depeche Mode Baar in Tallinn. Een fancafé met onmogelijk veel Depeche Mode per vierkante meter, waar ik alleen met mijn vrienden op de dansvloer stond terwijl ‘I Just Can’t Get Enough’ uit de speakers kwam. Het was prachtig, maar vanavond weet ik het zeker: Depeche Mode galmt niet het beste in een lege bar, Depeche Mode galmt nog altijd beter in een vol Sportpaleis. Zeker met een publiek dat zo gretig is en met zoveel overtuiging een feestje bouwt. 

Het moment

Tijdens ‘Precious’ staan Martin Gore en Gahan back to back en bouwt de muziek op naar een climax die verzandt in krakende elektronica. Gore glimlacht, Gahan steekt zijn tong uit. Hier staat een band die nooit ophield plezier te hebben.

Het publiek

Alle leeftijden zijn vertegenwoordigd vanavond, maar het gemiddelde ligt toch ergens in de veertig. Verder is het publiek net zo blank als de band zelf. Na een uitgesponnen versie van 'Enjoy The Silence' wil het publiek meer en blijft het enkele minuten lang de klanken van het nummer nabootsen. Gahan pakt zijn microfoonstandaard en hangt zijn microfoon boven de zingende massa op het middenveld.

Tweet

En een feestje werd het.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven