Concertreview: Mac DeMarco in de AB

, door ()

1200

Mac DeMarco is een guitige, goedgeluimde gozer met schattige Joy Anna-tandjes die aan een gemiddelde zit van zo’n één plaat om het anderhalf jaar. Die van 2017, ‘This Old Dog’, is niet zijn beste (dat blijft: ‘Salad Days’), maar wel nog altijd een hele goeie: een sympathieke collectie songs waarbij je kan barbecueën, zelfs wanneer de kolen buiten ijsklompjes worden. The New York Times noemt hem: ‘The lovable laid-back prince of indie rock.’

'Het laatste stuk van de show kan alleen maar omschreven worden als het wildste, meest bezopen karaokefeestje sinds onze beruchte redactievergadering van 2012 in de Bonaparte in Antwerpen'

Valt niks tegenin te brengen: Mac ádemt indierock. Hij begon eraan in 2012 en zijn muziek heeft sindsdien altijd geklonken als een bont samenraapsel van de gitaarmuziek die rond die periode hip en hups was. Kijk naar vanavond: opener ‘On the Level’ was lofipop uit de Ariel Pink-klas, in ‘Salad Days’ scheen het New Yorkse zonnetje van Real Estate, ‘Let Her Go’ zwierde een been om de dijen van de Kurt Vile van ‘Smoke Ring for My Halo’. En op ‘For the First Time’ plakte onmiskenbaar de stempel van het prachtgroepje Girls en z’n opperhoofd Christopher Owens. De eerste liedjes uit de set waren stuk voor stuk slordig om je nek hangende nazomernummers die uitbundig in je oor hijgden en bleven lummelen tot de eerste ochtendsigaret. Muziek om bij uit te puffen.

Zo flaneerde Mac nog doorheen weggewaaide liefdesliedjes (‘No Other Heart’, ‘One More Love Song’), flukse meezingwijsjes (‘My Kind of Woman’, ‘Chamber of Reflection’) en rammelende rammelrock (al de rest). So far, so normal. Wat hem evenwel uníék maakt, is – zo bleek vanavond nog maar eens – zijn gevoel voor humor. Nu past humor doorgaans even goed bij indiemuziek als Astrid Coppens bij Vrouwe Cinema, maar bij Mac wérkt het. Niet alleen omdat hij gekke stemmetjes doet aan de microfoon of omdat hij zijn bandleden graag op podium roept onder begeleiding van een foorkraamachtige air horn, maar ook – nee, vooral! – omdat hij niet te beroerd is om zijn liveshows te voorzien van een deugddoend anarchistisch, wild onvoorspelbaar kantje. Vanavond ook: naarmate de avond vorderde – en naarmate er méér dronken hipsters op podium kropen om er meteen weer af te springen – werd alles gekker en gekker.

Zo had ú misschien die jazzy pianosolo zien aankomen in ‘Dreams from Yesterday’, maar ik was in de war, vooral omdat-ie zo móói was. Of dat gitaarlijntje uit ‘Misirlou’ van Dick Dale (het surfwijsje uit ‘Pulp Fiction’) dat achteloos in de staart van ‘One More Love Song’ werd gestopt: stond zeker níét op de setlist, maar was daarom des te plezieriger. Je zag: het kwam zomaar even in de band op om dat lijntje ertussen te moffelen. ‘Freaking Out the Neighborhood’ werd van een nog weirdere omkadering voorzien. (In dat nummer ondernam overigens een vriend van de toetsenist de wildste stagedive óóit: meters ver ging-ie, alsof hij in een zwembad dook!) Ervóór werd een piekfijne en daarom hilarische cover gespeeld van – ik verzin niks – ‘A Thousand Miles’ van Vanessa Carlton, erná was de band goed voor een 100% instrumentaal, 200% geschift ‘The Imperial March’ uit de ‘Star Wars’-soundtrack van componist John Williams. Raar? Tuurlijk. Maar ook: leven in de brouwerij! Bonte chaos! Een excuus voor pintjes! En ik voelde aan mijn klein teentje dat zich hier op het podium een Bijzonder Concert aan het voltrekken was dat hoe langer hoe meer een Belevenis werd.

En dat was nog maar het tipje van de ijsberg. Want toen het optreden – na een uur en een kwart zuchten en zwalpen, rocken en rollen – hoorde te eindigen, begon het pas écht, in een soort bisronde die ik nog nooit heb meegemaakt. Rockconcert werd opeens rockkermis.

Het laatste stuk van de show kan namelijk alleen maar omschreven worden als het wildste, meest bezopen karaokefeestje sinds onze beruchte redactievergadering van 2012 in de Bonaparte in Antwerpen. Na een machtig ‘Chamber of Reflection’ knalde de band een véértig minuten durende medley op gang waarin aan speedtempo door een dubbele ‘Ultratop’-cd werd gesjeesd. De nummers? ‘Undone (The Sweater Song)’ van Weezer! ‘Runnin’ with the Devil’ van Van Halen! (Uitstekende metalstem, die Mac.) ‘In Da Club’ van 50 Cent! (Waarom ook niet, op dit punt.) Voorts wat Black Sabbath, Dr. Dré en wat ik meende te herkennen als ‘The Lion Sleeps Tonight’ van The Tokens, en zo nóg een hele rist ‘ochot ja’-songs, zoals ‘The Way It Is’ van Bruce Hornsy and the Range. Allerleukste moment: in het eerste deel van de medley, met ‘Under the Bridge’ van de Red Hot Chili Peppers, wisselden Mac DeMarco, die geen poot kan drummen, en drummer Joe McMurray, die geen noot kan zingen, van plaats. Anthony Kiedis werd koud gepakt.

Het bleef duren, het bleef plezant. Er werd op monitors gesprongen en op handen gelopen. Eén bandlid presteerde het om een houtenblokjessolo te spelen terwijl hij op zijn rug door Macs benen kronkelde. En McMurray dook natuurlijk óók nog eens in het publiek – als hij had gewild, hij had erop kunnen surfen, of een theekransje kunnen houden met vrienden. Maar wat is nu zo mooi? Waar ik op voorhand al in mijn adjectievenzak naar ‘rommelig’ en ‘slodderig’ had gegraaid, bleek op het podium de hele avond lang een góéie zanger, met in zijn rug een góéie band, te staan. Is Mac DeMarco een slacker, zoals ze ‘m vaak noemen? Het zal wel, maar dan wel één die stiekem zijn best doet, die de kunst van het showmanschap onder de knie heeft en die zijn eigen pret – een gouden regel! – nooit zal laten primeren op de pret van het publiek. Hij gaf zelfs, in al zijn oneindige wijsheid, nog een stukje te koesteren levensadvies mee: ‘Zing gewoon méé, want het heeft geen zin om verlegen te zijn.’

Na het optreden dook Mac DeMarco de Brusselse nacht in. Als u zich morgen niks meer van de avond herinnert, dan bent u ‘m waarschijnlijk nog tegen het lijf gelopen. Al de rest zal wakker worden met een kater, ook al hebben ze niks gedronken. Héérlijk concert!

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven