Concertreview: OMD in De Roma

, door ()

1200

Bend your body to the will of the machine’, waren de eerste zinnen die in Antwerpen uit de luidsprekers schalden. Geen toeval, want net zoals hun grote voorbeelden Kraftwerk en NEU! zijn de heren van OMD gefascineerd door de relatie tussen individu en technologie. Nu de discussies over de gevaren van artificiële intelligentie en killer robots weer hoog oplaaien, blijft het een relevant thema. OMD hebben het in hun songs over de mate waarin machines ons van onszelf doen vervreemden en consumptiedwang ons met een gevoel van leegte opzadelt. Maar ook al leven we vandaag in het digitale tijdperk, hun muziek steunt nog altijd grotendeels op de analoge elektronica die in zwang was tijdens de jaren tachtig.
 
OMD, met enkele onderbrekingen actief sinds 1978, wisten hun experimenteerdrang altijd te combineren met catchy melodietjes. ‘We willen tegelijk Stockhausen én ABBA zijn’, luidde hun mission statement. Vanaf het prille begin vermengde het viertal zijn elektropop dus met merseybeat uit de sixties, glamrock uit de seventies en postpunk uit de eighties. Tony Wilson, die de groep aanvankelijk inlijfde bij Factory Records, omschreef haar tongue-in-cheek als ‘The Beatles with synths’. Dat Orchestral Manoeuvres in the Dark er bovendien in slaagden de hitlijsten te bestormen met liedjes over het vliegtuig dat de atoombom boven Hiroshima dropte of over een strijdlustige maagd die op de brandstapel werd geroosterd, leverde hen, althans bij muziekscribenten, extra punten op.
 
In De Roma, waar OMD zich hoofdzakelijk bediende van live drums en keyboards, verschenen de bandleden allemaal in identieke zwarte outfits op het podium. ‘Welkom op ons Sinterklaasfeest’, grijnsde voorman Andy McCluskey. ‘We mogen dan wel ouwe knarren zijn, we spelen nog altijd graag nieuwe songs’. Het gezelschap voegde prompt de daad bij het woord, met enkele nummers uit zijn onlangs verschenen dertiende plaat: het ietwat geconstipeerd klinkende ‘Ghost Star’ en het tintelende, naar Kraftwerk lonkende ‘Isotype’. De ‘ah-ah-ahs’ in ‘What Have We Done?’ verwezen naar ‘O Superman’ van Laurie Anderson en ‘The Punishment of Luxury’ deed zo vertrouwd aan dat je het al minstens dertig jaar dacht te kennen. McCluskey, die niet vies was van vocoders en andere stemvervormers, toonde zich evenmin gespeend van volksmennerstrekjes: het publiek sprong op en neer op zijn commando en raakte, zeker zodra een blik met oude hits werd opengetrokken, door het dolle heen. ‘Messages’, het lichtvoetige ‘Tesla Girls’, het op verzoek gespeelde ‘Dreaming’, het weinig om het lijf hebbende maar lekker meebrulbare ‘Locomotion’, ze werden ontvangen als regen na een lange droogte.
 
De zanger danste intussen molenwiekend over het podium alsof hij minstens vijf epilepsie-aanvallen tegelijk moest incasseren. Een hele opluchting dus toen hij zijn bas opdiepte: zo stond hij tenminste even stil. Mede-oprichter Paul Humphreys, enkele jaren geleden op het oude nest teruggekeerd, wurmde zich even op de voorgrond tijdens ‘(Forever) Live and Die’ en het nog altijd immens populaire ‘Souvenir’. Méér euforische kreetjes hoorden we toen het tweeluik ‘Joan of Arc’ / ‘Maid of Orleans’ in de etalage werd gezet. Eén van de mooiste momenten van de avond was echter ‘Of All The Things We’ve Made’, uit ‘Dazzle Ships’, de plaat van OMD die destijds als commerciële zelfmoord werd gezien en een tijdelijke breuk tussen McCluskley en Humphreys veroorzaakte. Alle bandleden stonden nu, voorzien van draagbare instrumenten, netjes op een rij aan de rand van het podium. Het was meteen de enige keer dat er een gitaar in ons gezichtsveld verscheen.
 
Met het onverwoestbare ‘Enola Gay’ trokken de heren een streep onder het concert, al waren er uiteraard verlengingen voorzien. ‘Walking on the Milky Way’, waaruit een kerkorgeltje opkringelde, had iets van een gecroonde Bowie-ballad en ‘Pandora’s Box’, uit de soundtrack van  ‘Pretty in Pink’, werd opgefleurd met een saxsolo van Martin Cooper. Maar naar aloude gewoonte eindigde de groep bij het begin en werd de set afgerond met ‘Electricity’, haar eerste single en misschien wel allerbeste song. OMD nam je in Antwerpen mee op een retrofuturistische nostalgietrip. Niet onaardig, daar het maakte toch vooral duidelijk dat het kwartet meer verleden dan toekomst heeft.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven