Concertreview: King Krule in De Roma

, door ()

1200
© Julie Rommelaere

De discussie zit er ondertussen op, eigenlijk was de knoop maandagavond al doorgehakt na opener ‘Has This Hit?’. Ja, het is een Héle Grote die in De Roma plompverloren (en tegelijk compleet gefocust) begon met het relaas van ‘another disappointed soul’. Hij deed dat boven jazzpunk die niet alleen met de grove borstel is gemaakt, maar waarin ook een ambachtelijkheid, een precisie en een elegantie zaten. Alleen al die existentiële a capella-schreeuw  ‘I know when I look into the sky / There is no meaning’'. En ook het meisje dat daarna wordt aangesproken: het wordt uiteraard niks met haar, Krule loopt een blauwtje, maar waar anderen in dat geval stalkend beginnen te sms-en, laat Marchall de ontgoocheling groot zijn, en zingt hij zijn wanhopige liederen. Toen de eerste diepe saxstoten van Ignacio Salvadores erop zaten en Krule zich uit ‘Has This Hit?’ had geschreeuwd, was de bas van ‘Ceiling’ al bezig. Ook die song klonk onaf, en leek in Londen opgetekend aan de grens tussen een punk- en een jazz-wijk die al lang niet meer bestaat.

In ‘Dum Surfer’ was iemand ergens in het verleden een emotioneel dubreggaemomentje gaan ratten, de song trok omvattend voorbij, bassist James Wilson deed het met zombiestem, de geweldige jazzdrummer George Bass trok de song breed open, de dubknoppen bevonden zich aan de keyboards van Connor Atanda.

Krules Londense schooljaren waren een zeer hobbelig parcours, hij spijbelde wat af, en hing dan rond met andere boefjes-in-opbouw. Van z’n moeder uit de lower class mocht alles, zijn vader was - zijn woorden - ‘meer bruine rijst’. Hij ging er pas echt voor toen hij in de kunstschool terechtkwam. Zijn eerste voorbeeldmuzikant was Angus Young van AC/DC, hij herinnert zich ook slapeloze nachten vol Pixies en Libertines onder grootmoeders koptelefoon. Uiteindelijk is hij een artiest geworden die - goh, dit hebben we nu eens écht graag, zie - zelf verzonnen genre-etiketten op zijn eigen muziek plakt: loungecore, vanilla jazz en midget waltz. Hahaha!

Krule is een man van zijn tijd, en dus een man van beats en samples, maar hij houdt ook van de oude muziekjes van jazzpianist Bill Evans, van Ian Dury, Fela Kuti en Eddie Cochran, en van DNA en John Lurie.

Drie kwart ver in het concert zat ook de romantische crooner ‘Baby Blue’, met aan het begin een bijzonder mooi stukje tekst: ‘My sandpaper sigh engraves a line into the rust of your tongue’. En dat rijmt dan nog op ‘Girl, I could have been someone'. Zoiets gaat door merg, been, hart én bloedvaten. Tegelijk: in interviews sleurt Krule er geen muze of grote theorie bij: ‘Songs schrijven is als kakken: niet te veel over nadenken, gewoon laten gebeuren’, dá’s meer zijn stijl.

In de Roma werden de songs mompelend aangekondigd, en een paar te lange pauzes haalden de vaart uit het concert. In ‘The OOZ’ (eigenlijk één grote vraag, meerbepaald ‘Is anybody out there?’) kwam een mooie vrouw droomzingen, maar Krule draaide zich van haar weg. Van één ding zijn we zeker: de man doet wat hij wil, en zoals hij het wil.

In ‘The Locomotive’ was Krule in Borgerhout ‘alone / in deep isolation / in the dead of night’, maar gaandeweg werd de song woeliger en kroop hij in de rol van angry young man. De zachte songs vinden we beter in de live-versies die we kennen van in radio-opnamen op youtube. Maar de uptempo, weerstrevige songs (waarin soms even werd overgeschakeld naar het sfeervolle jazz-gitaartje van Jack Towell), die waren wél allemaal goed. 'Rock Bottom’, bijvoorbeeld, instant herkenbaar van bij het moment dat alleen een gitaar werd aangeraakt; aan het eind werd er uitvoerig in geciteerd uit de finale van ‘A Grand Don’t Come For Free’ van The Streets. ‘Emergency Blimp’ ook. ‘Half Man Half Shark’ was een beetje rockabilly, een stuk ervan werd door Krules vader geschreven.

Ergens gelezen over de song ‘A Lizard State’: geschreven in een uur, en heavily influenced by James Chance and the Contortions. James Chance was een bleekscheet met een sax en een vetkuif die zichzelf een onmogelijke opdracht gaf: James Brown bijbenen. Genre: no wave.

‘Easy Easy’, dat hij op z’n 12e heeft geschreven, sloot de set af. Van iemand die zingt dat hij zijn bonnetje had moeten bijhouden, want van het broodje dat hij in de Tesco-supermarkt heeft gekocht is de versheidsdatum overschreden, denken wij in theorie: rot op, we gaan gewoon bij anderen en ouderen tanken. Maar de song is zo goed dat dat niet nodig is.

Bisnummer ‘Out Getting Ribs’ was King Krules eerste single, en is dé song voor wie nu pas instapt, zoals - pakweg - ‘Watching’ the Detectives’, de eerste single van Elvis Costello, dé introductiesong is tot diens werk.

Geen idee wat voor oeuvre we nog van één van de geksten en de dappersten van de nieuwe generatie jonge goden mogen verwachten. Trip- en hiphop op z’n Tricky’s en Earl Sweatshirts? Croonermuziek à la Frank Sinatra? Een elektronica-tussendoortje in de stijl van songs die hij bij Mount Kimbie inzong? Sfeervolle Ronny Jordan-jazz? Houterige no wave? Of, nog beter: misschien wordt er ooit écht werk gemaakt van die zelf verzonnen loungecore, vanilla jazz en midget waltz. We zullen zien. For now: knap concert!

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De Persgroep Publishing heeft haar Privacy– en cookieverklaring aangepast.
Wij gebruiken jouw persoonsgegevens vanaf nu ook om de Diensten van MEDIALAAN Groep/De Persgroep Publishing te optimaliseren en deze waarvoor jij kiest te personaliseren.
Door op “verdergaan” te klikken of door verder te surfen, erken je deze aangepaste Privacy– en cookieverklaring gelezen te hebben.

Verdergaan