Concertreview: alt-J in Vorst Nationaal

, door ()

vrijbeeld

‘I just want to love you in my own language’ , zong Joe Newman tegen het eind van de set in ‘3WW’. Die taal is, technisch gesproken, het Engels, maar doet vaak zo nonsensicaal aan dat er nauwelijks een touw aan vast te knopen valt. En ook wat de liefde betreft houdt alt-J er, getuige de vele potsierlijke seksuele metaforen in zijn songs, vreemde gewoonten op na. De bandleden zijn dan ook nerdy types die grilligheid veeleer als een deugd dan als een gebrek beschouwen. 

Dat de Britten onwaarschijnlijke rocksterren zijn, spreekt voor zich: mocht je samen met hen staan aan te schuiven bij de kassa van de supermarkt, je zou hen wellicht niet eens herkennen. Ook op het podium in Vorst lag de nadruk minder op hun persoontje dan op de muziek en de visuele vormgeving van de show. Vooral de belichting, een combinatie van steeds van kleur veranderende verticale lichtstaven en een videowall, was smaakvol en zinnenprikkelend.

Sinds het vertrek van Gwil Sainsbury zijn alt-J nog slechts met zijn drieën. Veel groepen zouden dan in de verleiding komen extra krachten op te trommelen, maar numerieke versterking bleek nergens voor nodig te zijn. De muzikanten hadden genoeg aan gitaar, drums en keyboards om een uniek universum op te roepen, waarin indierock, symfo-folk en elektro fluks haasje-over sprongen.

Newman zong door zijn neus alsof hij net een zware verkoudheid had opgelopen. Dat kon de pret echter  niet drukken. Veel van de songs werden namelijk versierd met driestemmige vocale harmonieën, waardoor je tijdens nummers als ‘Tesselate’ of het werkelijk alle kanten tegelijk op stuiterende ‘Dissolve Me’, zou hebben gezworen dat de bandleden waren weggelopen bij een Gregoriaans koor. Op de setlist prijkten slechts vier songs uit ‘Relaxer’, de jongste langspeler van alt-J, die niet overal even enthousiast ter ore werd genomen. Niet dat het de drie heren aan ambitie ontbrak: ze brachten zelfs een dertigkoppig strijkersorkest, blazers en een knapenkoor in stelling. Alleen deed het geheel een tikje te brokkelig aan en reden de muzikanten zich iets te vaak vast in de goede bedoelingen.

Tijdens ‘Deadcrush’ werd niettemin een meeslepende groove uitgerold en met ‘In Cold Blood’ bewees alt-J dat ook een auto met vierkante wielen best lekker rijdt. Andere ingrediënten waren malicieus klinkende ‘lalala’s’, pittige koebelpercussie, in een doosje aangeleverde blazers en proggy toetsenmotiefjes waarvoor Gus-Unger Hamilton duidelijk de mosterd had gehaald bij wijlen Jon Lord van Deep Purple. ‘Pleader’ verried, met zijn ingeblikte violen en klassiekerige gitaartje, niet alleen een Genesis-achtige seventiesvibe, tijdens de ‘How green was my valley’-passage kregen we zowaar het gevoel dat we per vergissing op de Night of the Proms terecht waren gekomen.

Alt-J putte opvallend vaak uit zijn eerste (en beste) plaat ‘An Awesome Wave’, die integraal de revue passeerde. Sommige songs, zoals ‘Fitzpleasure’ klonken inmiddels zo gespierd, dat er anabole steroïden in het spel leken te zijn. In het tintelende ‘Something Good’ trok drummer Thom Sunny Green de aandacht naar zich toe, tot uit het niets een oercatchy refrein opkringelde. Publieksfavoriet ‘Mathilda’ werd door de aanwezigen eensgezind meegegalmd en ook ‘Taro’, dat sober en ingetogen begon, mondde uit in Keltisch geïnspireerde uitbundigheid. De song in kwestie zorgde er ook voor dat de Pools-Joodse Gerda Taro, de allereerste oorlogsfotografe die aan de zijde van Robert Capa werkte en op haar 27ste omkwam tijdens de Spaanse burgeroorlog, door een breed publiek werd (her)ontdekt.  

Zijn tweede cd ‘This is All Yours’ liet alt-J evenmin links liggen. ‘Nara’ (ruimtelijke gitaar, jazzy toetsenwerk), het minimalistische ‘The Gospel of John Hurt’ (knisperende elektronica met een kampvuurgevoel) en ‘Every Other Freckle’ (fascinerende beats, overwoekerd door tot meebrullen nodende schapenhoedersfolk), ze werden door de fans allemaal even geestdriftig onthaald. Net zoals ‘Left Hand Free’ trouwens, met voorsprong het potigste en rechtlijnigste uit de discografie van de groep.

Jet even populaire als aanstekelijke ‘Breezeblocks' werd strategisch opgespaard als laatste bis. Maar tegen die tijd was iedereen al overtuigd: live liet alt-J nauwelijks steken vallen en gaf het aan dat je, ook met minder gebruikelijke songstructuren en uitdagende arrangementen, de grote massa kunt aanspreken. Dat het trio een bunker als Vorst bovendien wist om te toveren in iets dat op een intieme club geleek, maakte er zijn prestatie alleen maar imposanter op.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De Persgroep Publishing heeft haar Privacy– en cookieverklaring aangepast.
Wij gebruiken jouw persoonsgegevens vanaf nu ook om de Diensten van MEDIALAAN Groep/De Persgroep Publishing te optimaliseren en deze waarvoor jij kiest te personaliseren.
Door op “verdergaan” te klikken of door verder te surfen, erken je deze aangepaste Privacy– en cookieverklaring gelezen te hebben.

Verdergaan