Concertreview: The Strypes in de AB Box

, door ()

1200

Een prijs voor originaliteit zullen ze nooit in de wacht slepen. Alles wat The Strypes uit hun koker schudden, heb je al vele keren eerder gehoord. Hun sound, een pittige cocktail van garagerock en speedblues, hield aanvankelijk ergens het midden tussen die van Dr. FeelgoodThe Animals en The Yardbirds. Sinds ‘Snapshot’, hun langspeeldebuut waarop ze vijf jaar geleden hun liefde voor oude rhythm & blues beleden, maakten ze echter een snelle ontwikkeling door. Op het vorige zomer verschenen ‘Spitting Image’ haalden ze hun inspiratie vooral uit de periode waarin de Britse pub rock overging in new wave.

'In de AB spelen ze duidelijk met buskruit in de vingers en peper in de reet: hun songs klinken kort aangebonden, gebald en furieus'

Aan verwijzingen naar Squeeze en The Only Ones, maar ook naar Elvis Costello en Joe Jackson toen die nog bekend stonden als angry young men, valt vandaag dus niet te ontsnappen. The Strypes zijn kerels bij wie de invloeden als het ware op het voorhoofd getatoeëerd staan. Ze stelen als de raven, maar komen ermee weg omdat ze hun songs volproppen met onweerstaanbare hooks en ze, dank zij het vele toeren, zoveel bevlogenheid uitstralen dat het lijkt alsof ze iedere riff helemaal zelf hebben verzonnen. Die huisvlijt resulteert in bruisende melodietjes vol vitamine c, voorzien van zuignappen waarmee ze zich kordaat in je geheugen vastzetten. Sneu dus dat ze ook gebukt gaan onder de iets te gelikte productie van Ethan Johns.

Live overheerst bij The Strypes gelukkig een hoge fun-factor. De heren beklimmen het podium met de ingesteldheid van veroveraars die geen tegenstand dulden. In de AB spelen ze duidelijk met buskruit in de vingers en peper in de reet: hun songs klinken kort aangebonden, gebald en furieus. Hun passage in Brussel is dan ook niet zomaar een optreden, het lijkt veeleer een strijd op leven en dood. Die attitude heeft de groep al het respect opgeleverd van beroemde collega’s als Paul Weller, Noel Gallagher, Dave Grohl en zelfs Elton John, die haar binnenhaalde bij zijn eigen Rocket-management.

Zanger Ross Farelly is het type dat zijn zonnebril wellicht zelfs in bed niet afzet, maar die van The Strypes bij uitstek een opwindend bandje maakt, is bassist Peter O’Hanlon. De man staat geen seconde stil en hanteert zijn instrument alsof het een aanvalswapen betrof. Je zou zweren dat er een sleuteltje in zijn rug steekt, waar een onzichtbare hand om de haverklap een fikse draai aan geeft. Het gitaarspel van Josh McClorey vertoont een scherp randje zonder snoeverig aan te doen en drummer Evan Walsh beukt er met zoveel overgave op los dat er gaandeweg gaten in de podiumvloer dreigen te ontstaan.

Het kwartet opent de feestelijkheden met ‘Rollin’ and Tumblin’, een deltabluesklassieker uit het repertoire van onder anderen Muddy Waters. Meteen zijn de ordewoorden bekend: luid, snel, grofkorrelig en primitief. Goed nieuws voor de oudere fans is dat er evenveel nummers uit ‘Snapshot’ als uit het recente ‘Spitting Image’ op de setlist prijken. ‘Hometown Girls’ stormt de zaal in als een op hol geslagen veulen, maar tijdens het bluesy ‘Angel Eyes’ valt plots een stilte waarin de groepsleden lijken te bevriezen. Jawel, The Strypes delen graag goedmoedige plaagstootjes uit. En ze komen de dynamiek nog ten goede ook.

Dat de Ieren graag leentjebuur spelen, valt nog eens op zodra ze hun tweede cd ‘Little Victories’ aansnijden. Het puntige ‘Eighty-Four’ verwijst naar Arctic Monkeys, ‘Cruel Brunette’ naar de begindagen van The Jam en het met een vette smoelschuiver op smaak gebrachte ‘Get Into It’ naarTimbuk 3. Lang niet alle liedjes zijn memorabel, maar de uitstapjes naar powerpop overtuigen op het podium alleszins meer dan op de jongste plaat. ‘(I Need A Break From) Holidays’, ‘Grin and Bear It’, ‘Great Expectations’ en ‘Behind Closed Doors’ zijn één en al veerkracht. Toegegeven, in al hun enthousiasme schieten The Strypes er al eens naast, waardoor ‘Black Shades Over Red Eyes’, na een valse start, de mist in gaat.

Het molenwiekende, crowdsurfende en op en neer springende publiek vindt het allemaal best, participeert aan de typische vraag- en antwoordspelletjes, brult mee met een stukje ‘Psycho Killer’ en hurkt braaf neer tijdens ‘Scumbag City’ om, op het teken van de groep, als één man weer recht te veren. In de staart van de show inspireert de gedreven coverversie van Nick Lowes ‘Heart of the City’ ons nog tot een opgestoken duim. Toch blijft onze mening over The Strypes onveranderd: het ontbreekt hen aan een eigen smoelwerk en hun songs komen uit het tweedehandscircuit. Zodra ze in de schijnwerpers staan, worden ze echter onweerstaanbaar. Over die halve ster extra hoort u ons dus niet krenterig doen.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De Persgroep Publishing heeft haar Privacy– en cookieverklaring aangepast.
Wij gebruiken jouw persoonsgegevens vanaf nu ook om de Diensten van MEDIALAAN Groep/De Persgroep Publishing te optimaliseren en deze waarvoor jij kiest te personaliseren.
Door op “verdergaan” te klikken of door verder te surfen, erken je deze aangepaste Privacy– en cookieverklaring gelezen te hebben.

Verdergaan