
'Che' is bijna een anti-biopic: Soderbergh breit niet gewoon een paar keerpunten uit Che's leven aan elkaar, versneden met flashbacks die een nogal simplistische psychologische verklaring moeten leveren voor zijn latere denken en doen, maar toont eigenlijk twee lange, door de duur van de films bijna als realtime aanvoelende momentopnamen uit Che's leven.
In het eerste deel volgen we Che (een rol waarvoor Benício Del Toro wel geboren lijkt) van zijn ontmoeting in 1955 met de toen ook nog baardloze Fidel in Mexico City tot aan hun zegetocht naar Santa Clara, de tweede stad van Cuba, in 1959; in het tweede deel zien we hem zeven jaar later, vastbesloten de revolutie naar het vasteland uit te dragen, als een kaki martelaar ten onder gaan in het iets minder revolutionairvriendelijke Bolivia.
Soderbergh toont net niet de scènes die je verwacht: het eerste deel knipt hij af vóór de mannen Santa Clara, laat staan Havana bereiken; in de tweede film zit niet het iconische beeld van de na zijn executie als een Christus opgebaarde Che en worden we opnieuw, zonder context of uitleg, droogweg midden in de actie gedropt. De regisseur is ook zo vriendelijk ons niet te vervelen met de verplichte taferelen van wanhopige echtgenotes en/of gekwetste minnaressen en een opdringerig dramatische score en slaagt erin zelfs Castro in een onopvallende bijrol te dwingen.
Ook al blijft vierenhalf uur - zelfs met een teil zoutjes en een emmer cola bij de hand - een serieuze zit, net die dwarse en compromisloze aanpak maakt van 'Che' zo'n bijzondere ervaring. 'Ocean's Fourteen' en 'Fifteen' zijn hem bij dezen vergeven.
Extra's: Niks spectaculairs: een kort interview met Del Toro, een gesprek met de componist en - wél uw dierbare tijd waard - een interview met de auteur van een biografie over Che.
Bekijk de trailer


























![Aimé Van Hecke: 'Humo heeft afspraak met de 21ste eeuw gemist' [fotospecial]](http://img.humo.be/q90/w148/h148/img_352/352566.jpg)


0 reacties
reageer ookReageer ook