There will be blood

, door ()

5379_catalogue_8676_detail.jpg

Dat Anderson, die zich losjes baseerde op een boek van schrijver-activist Upton Sinclair, er geen episch periodedrama van wil maken, maar zijn film opvat als een breed uitgesmeerde karakterstudie van één obsessief personage maakt hij vanaf de eerste beelden duidelijk: de camera besluipt, begeleid door de omineuze score van Radiohead-gitarist Jonny Greenwood, een kale heuvelrand, duikt een kloof in, en volgt dan een kwartier lang hoe Daniel Plainview met een maniakale verbetenheid in de rotswand naar zilver graaft. Nog voor er één woord is gesproken, heeft Anderson niet alleen zijn hoofdpersonage scherp afgetekend, maar ook duidelijk gemaakt dat we géén gewone film moeten verwachten: 'There will be blood' heeft geen rechtlijnige plot, niet meer dialoog dan strikt noodzakelijk en een hoofdpersonage zo overdonderend (Plainview zit in haast elke scène, niet zelden in dreigende close-up) dat alle andere personages haast tot figuranten worden herleid.

Dat je desondanks dik tweeënhalf uur aan je sofa genageld zit, pleit in de eerste plaats voor het vakmanschap van Daniel Day-Lewis, die Plainview, een bijna oudtestamentische presence meegeeft. De man is een mythische misantroop die nergens vandaan lijkt te komen, aan niemand gebonden is, en naar eigen zeggen maar één doel heeft: zo snel mogelijk zo rijk worden dat hij zich van de rest van de mensheid kan afzonderen.

Dit artikel volledig gratis lezen?

Humo's tv-tips in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De Persgroep Publishing heeft haar Privacy– en cookieverklaring aangepast.
Wij gebruiken jouw persoonsgegevens vanaf nu ook om de Diensten van MEDIALAAN Groep/De Persgroep Publishing te optimaliseren en deze waarvoor jij kiest te personaliseren.
Door op “verdergaan” te klikken of door verder te surfen, erken je deze aangepaste Privacy– en cookieverklaring gelezen te hebben.

Verdergaan