Concertreview: Tinariwen in OLT Rivierenhof 2017

, door (kl)

Ook niet chaotisch was de doortocht van Pathé Thiam, die als singer-songwriter Doylu met een karavaan vol ballades Africaines voortsjokte. De enige die mee aan de kar trok was gitarist Koen De Gendt, en zo beluisterden we een meer ingetogen en kaler concert dan op Humo’s Rock Rally 2016. De driftige ritmesectie en Frank Zappaiaanse gitaarriedels van toen liet de Senegalees dus thuis. Wél present op het Antwerpse domein: gloedvolle, hese keelgeluiden en zes melancholische nylon snaren. Die maakten een halfuur lang trage en exotisch klinkende gevoelsliederen die afwisselend weemoedig en verbeten klonken. Of Doylu in het Wolof, Mandinka, Serer, Bambara en zo verder zong weten we niet. We snapten er dus niets van, maar toch begrepen we dit optreden als eerlijk, moedig, en soms een beetje saai.

“Waarheid en schoonheid ontmoeten elkaar soms op afgelegen plaatsen”, schreef Arnon Grunberg ooit. ”Een mens wordt verliefd op een gebrek. Het is het gebrek dat ontroert, het zien van de wonde door het masker heen, dat week maakt”, opperde hij ook wel eens. We citeren hem hier omdat zulke bedenkingen de klanken van Ibrahim Ag Alhabib en de zes andere bandleden mooi verwoorden. Tinariwen is Tamasheq voor ‘woestijnen’; in de Sahel vind je die afgelegen plaatsen vast nog wel. Door de vrijheidsstrijd van de Toeareg tegen de Malinese regering en exploderende bommen van islamistische extremisten, hebben die zandrakkers ook heel wat erge dingen beleefd. Heimwee naar de tijd van toen de Toeareg nog een onafhankelijk volk waren, schemerde ook in het openluchttheater door hun assouf-muziek. Onderhuids onbehagen, ingehouden boosheid en strijdvaardigheid hoorden wij ook. De nieuwe plaat heet niet voor niets ‘Elwan’, oftewel olifanten. Voor Ag Alhabib staan ze symbool voor de multinationals en corrupte politici die de planeet verzieken. En dat mag niet.

Met een fluit en bezwerende samenzang leek het zevental die knoeiboel al te willen bestrijden in ‘Intro Flute Fog Edagha’. Terwijl de Berbers in ‘Talyat’ samen een bleekhuidige schone bezongen, krulden de solo’s uit de akoestische gitaar van Abdallah Ag Alhousseyni zich sierlijk rond de kwieke percussie. Ook mooi, maar niet altijd even spannend was het trage, weemoedige ‘Ittus’. De groep kwam onlangs uit de kast als Metallica- en Motörhead-fans, maar een speed metal-combo zal deze groep wel nooit worden. De gesluierden spelen immers vooral down-en midtempo songs, want dat zou geluiden gevoelsmatig beter doen doordringen. Doorleefd en oprecht klonken andere, psychedelische Malinese rootsrockers wel. De slagwerkers mepten er ook niet naast. Ook de gruizige, bluesy gitaren klonken fantastisch en de call-and-response techniek van de zangers wérkte. En toch schuifelden wij wel eens ongeduldig op ons stoeltje omdat de groep te veel dezelfde cadans trapte.

Soms restte ons niets anders dan ons aan de ritueel aandoende danspasjes te vergapen en soms leek Bez van Happy Mondays mee op het podium te staan. Eén woenstijnrocker amuseerde zich immers vooral met het zwiepen van benen en roteren van armen. Het jachtige ‘Assàwt’ versnelde tijdens de tweede concerthelft gelukkig wél en de bijna drony gitaren en repetitieve ritmes waren magnifieke uitsmijters. Deze getulbanden noemen zichzelf trouwens “nobel en vrij”. Mogen ze zo nog lang muziek maken.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven