Lang geleden, in onze jaren van onrust en gemijmer, verzeilden we op een keer in de Cubaanse hoofdstad Havana. Een bevriende backpacker had ons een zogeheten casa particular aanbevolen, een slaapplaats bij een Cubaan thuis, maar omdat wij niet erg avontuurlijk zijn aangelegd – geef ons maar een harde reiskoffer in plaats van een met kooktoestellen en fleece regenjasjes volgestouwde trekrugzak – verkozen we een comfortabel hotel in het snikhete hart van de stad.

De receptionist, een goedmoedige autochtoon met een ondeugende grijnslach, liet er geen gras over groeien: ‘Als u echte Cubaanse sigaren wenst te kopen, moet u bij mij zijn. En na middernacht stuur ik een vrouw naar uw kamer.’ ‘Eh?’ ‘Wees gerust! Mijn dochter is erg knap!’ Zeven dagen later keerden we weer huiswaarts: volgepompt met mojito’s, vervuld van Salsa, gegrild door de UV-straling, en met in onze harde reiskoffer enkele peperdure echte Cubaanse sigaren - die overigens allemaal uit rottende bananenbladeren bleken te bestaan. De ziel van Havana hebben we tijdens ons droeve verblijf nooit echt kunnen doorgronden, maar sindsdien weten we wel hoe een sigaar zich voelt: gerold.
En dus keken we met veel verwachting uit naar ‘7 Days in Havana’: zou deze compilatiefilm, de optelsom van zeven korte, in Havana gesitueerde verhalen, ons alsnog helpen om de ware aard van de stad te ontdekken? Helaas Castrobaas. In het eerste filmpje, geregisseerd door Benicio Del Toro, volgen we een jonge Amerikaanse acteur (Josh Hutcherson) die in het nachtleven wanhopig een chick aan de haak probeert te slaan: de sfeer zit goed, maar eigenlijk had Del Toro evengoed een paragraaf uit een reisgids kunnen verfilmen. Ook de andere segmenten – van Laurent Cantet, Julio Medem, Elia Suleiman, Juan Carlos Tabío en Pablo Trapero - blijven aan de oppervlakte van de toeristenclichés krabben, met veel beelden van dansende lijven, gebakken bananen en roestige oldtimers, overgoten met wat salsamuziek en voorzien van een vleugje erotiek. De enige cineast die een beetje dieper boort is Gaspar Noé: in het bezwerende ‘Ritual’ houdt de regisseur van ‘Irréversible’ zijn camera onafgebroken gericht op een jong meisje dat in het schijnsel van een geheimzinnig vuur een soort nachtelijk voodooritueel ondergaat. ‘t Is een knap, hypnotiserend, mysterieus stukje cinema, dat schril afsteekt tegen de banale Havana Club-atmosfeer van de andere verhaaltjes. En of het nog iets is geworden met de knappe dochter van de receptionist? Dat is voor ons een weet en voor u een vraag, haha.
Bekijk de trailer:
0 reacties
reageer ookReageer ook