Borgman

, door ()

Borgman

We zweren het u: de nacht nadat we in de bioscoop hadden kennisgemaakt met Camiel Borgman, is hij ons huis binnengedrongen. We hoorden hem beneden ronddwalen, we hoorden hem de trap opkomen (Krrr! Krrr!), en we hoorden hoe hij zijn hand op de klink van de slaapkamerdeur legde. Roerloos bleef hij in de deur naar ons staan kijken, terwijl wij krampachtig deden of we sliepen. En toen werden we wakker: drijfnat van het zweet, steenkoud tot op het bot en met de daver op het lijf.

Zo is Borgman: eerst zorgt hij dat je licht beduusd en ontregeld de donkere zaal uitschuifelt, en vervolgens baant hij zich een weg naar de diepste krochten van je onderbewustzijn, waar hij het zich gemakkelijk maakt en nog heel lang blijft zitten – u weze gewaarschuwd. De openingsscènes van ‘Borgman’ zijn even briljant als bevreemdend: een met een dubbelloopsgeweer rondzwaaiende priester, twee met bijlen en spiezen bewapende heethoofden en een roedel nijdige jachthonden kammen de bossen uit, waardoor Borgman (de schitterende Jan Bijvoet) zich genoodzaakt ziet om zijn hol onder de grond halsoverkop te verlaten.

Dit artikel volledig gratis lezen?

Humo's tv-tips in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven