Black

, door ()

Black

We hebben de minuscule hype op het filmfestival in Toronto meegemaakt, waar ‘Black’ door het gros van de critici op gemengde gevoelens werd onthaald en waar Adil El Arbi en Bilall Fallah de Discovery Award wonnen. We hebben de promotiecampagne meegemaakt, met het ‘Hey, check ‘Black’!’-rijm dat overal in de media enthousiast in het rond vloog. We hebben de zegetocht op het Film Fest Gent meegemaakt, waar ‘Black’ de Port of Ghent Publieksprijs won. En toen kwam het lang verbeide uur dat we zelf in de donkere zaal gingen zitten; toen kwam het magische moment (want ja: een bioscoopvertoning blijft een wonderlijk gebeuren!) dat het alleen tussen ons en de film ging. Showdown at the House of Kinepolis. En wat we zagen, bezorgde ons – en we’re not the only one – de illustere mixed emotions. Vergeleken met hun debuut ‘Image’, wat echt wel een trieste bedoening was, hebben de heren Fallah en El Arbi een enorme stap vooruit gezet: ‘Black’ – over de verboden liefde tussen een zwart meisje en een Marokkaans straatschoffie – zit al een stuk strakker, professioneler en vakkundiger in elkaar. En hoewel we hier niet gaan declameren dat we de nieuwe Matthias Schoenaerts en de nieuwe Jennifer Lawrence aan het werk hebben gezien – voor zulke superlatieven is het echt wel te vroeg – dient absoluut te worden vermeld dat de twee cineasten puike vertolkingen uit hun twee jonge, onervaren hoofdacteurs hebben gehaald. Als oud-inwoner van de stad Brussel, die even weerbarstige als poëtische metropool, kunnen we ook getuigen dat ‘Black’ barst van de authentieke details: zo weten Fallah en El Arbi dat de automatische deuren van de Brusselse metro altijd nog een keer onverwacht openvliegen, en doen ze daar iets spannends mee. Maar er is iets dat knaagt, en het is geen chinchillarat. Een clevere journalist merkte in Toronto terecht op dat Fallah en El Arbi wel de verkrachting van het zwarte meisje in volle glorie in beeld brengen, gretige titshot inbegrepen, maar dat ze de verkrachting van het Marokkaanse meisje angstvallig buiten beeld houden. Zou het kunnen dat Fallah en El Arbi bang waren van de reacties van de Marokkaanse heethoofden uit Molenbeek? We gooien het maar even in de cité.

Er knaagt nog meer, en het zijn geen stompstaarteekhoorns: hun filmstijl is ons te gelikt, te Amerikaans, te onpersoonlijk. Luie en gemakzuchtige filmrecensenten hebben de vergelijking getrokken tussen ‘Black’ en ‘Do the Right Thing’ van Spike Lee, maar dat houdt geen steek. Wie écht de moeite neemt om naar ‘Do the Right Thing’ te kijken, ziet een grootstadsdrama met een swingende, gedurfde en geprononceerde stijl – cinema met een geheel eigen smoel. Dompel u onder in ‘Black’, en u zit – toch wat de look betreft – in de grijze brij van de Hollywoodmainstream. Toegegeven: vergeleken met de vele brave Vlaamse filmpjes die we de voorbije maanden geserveerd kregen, oogt ‘Black’ – met die overdaad aan geluids- en slowmotioneffectjes – inderdaad erg modern en internationaal. Maar echt originele shots, echt inventieve beeldkaders, echte flitsen van briljantie zult u in ‘Black’ niet aantreffen. Dat verklaart ironisch genoeg perfect waarom ‘Black’ door de Noord-Amerikaanse pers vrij goed werd onthaald, en waarom de twee regisseurs straks in Hollywood een film kunnen gaan draaien: Fallah en El Arbi spreken de taal van de Amerikanen; ze vertellen simplistische verhalen; ze beheersen de met Hollywoodvaseline ingesmeerde filmgrammatica die er ook in onze multiplexen in gaat als zoete koek.

Dit artikel volledig gratis lezen?

Humo's tv-tips in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De Persgroep Publishing heeft haar Privacy– en cookieverklaring aangepast.
Wij gebruiken jouw persoonsgegevens vanaf nu ook om de Diensten van MEDIALAAN Groep/De Persgroep Publishing te optimaliseren en deze waarvoor jij kiest te personaliseren.
Door op “verdergaan” te klikken of door verder te surfen, erken je deze aangepaste Privacy– en cookieverklaring gelezen te hebben.

Verdergaan