Hail, Caesar!

, door ()

hailcaesar vrijbeeld

Het is intussen een bijna heilige gewoonte geworden: de ene keer bevinden Joel en Ethan Coen zich met hun hele wezen in de greep van de melancholie: dan laten ze Tommy Lee Jones weemoedige monologen afsteken (‘No Country for Old Men’), of laten ze Oscar Isaac droefgeestig ronddolen in het Greenwich Village van de jaren 60 (‘Inside Llewyn Davis’).

Lees ook: De filmbroers Joel & Ethan Coen: Humo's handige pocketgids

Andere keren geven de broers zichzelf met hart en ziel over aan de slapstick- en screwballcomedyfanaten in zichzelf: dan steken ze Jeff Bridges in een psychedelische droomdans op een bowlingbaan (‘The Big Lebowski’), of gooien ze een hoelahoep rond de heupen van Tim Robbins (‘The Hudsucker Proxy’). ‘Hail, Caesar!’ behoort tot de tweede categorie: ’t is een vederlichte komedie waarin de broertjes uitbundig hommage brengen aan de Hollywoodcinema van de jaren 50.

In die tijd specialiseerde Tinseltown zich in Bijbelepossen à la ‘The Ten Commandments’ en ‘The Robe’: hilarisch slechte films waren dat eigenlijk, waarvan de regisseurs het verdienden om zélf gekruisigd te worden. Het was ook het tijdperk van de musicals met Gene Kelly en van de ‘zwemfilms’ met Esther Williams, en van westernvedetten als Rex Allen en Gene Autry: zingende cowboys die in saloons en rond kampvuren te pas en te onpas in levensliederen losbarstten (‘If you want to be a cowboy / just come along with me!’).

Dit artikel volledig gratis lezen?

Humo's tv-tips in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven