Blade Runner 2049

, door (vvp)

We hebben er zo lang mogelijk mee gewacht – thema’s laten inzinken, sfeer laten sudderen, de bibber van ons afgeschud en ten slotte een halve fles whisky achterover gekapt – maar het is tijd om eindelijk onze gedachten bijeen te rapen over wat veel mensen hét cinema-evenement van het jaar noemen: de langverwachte terugkeer van de mythische sf-cultprent ‘Blade Runner’, zonder tegenspraak één van de uniekste, diepst in de botten kruipende, meest mágische films aller tijden. Waar te beginnen?

De logica dicteert: bij het verhaal, maar daar willen we net zo weinig mogelijk over kwijt. Dit is nu eenmaal één van die films die je moet bekijken zonder enige voorkennis. In twee zinnen: Ryan Gosling speelt een blade runner – iemand die zoekt naar mensachtige robots om hen permanent uit te schakelen – die tijdens een routinemissie een geheim ontdekt dat de gevestigde orde kan omverwerpen. Zo komt hij op het pad dat hem uiteindelijk tot bij Harrison Fords Rick Deckard, de blade runner uit het origineel, zal leiden. Komen de volgende tweeënhalf uur nog aan bod: een femme fatale met een carré, een hallucinant gevecht tussen hologrammen van Elvis Presley én het meest kinky virtualrealitytriootje sinds ‘Her’ van Spike Jonze. Rrrr!

Sony vertrouwde de teugels van ‘Blade Runner 2049’ toe aan rasfilmer Denis Villeneuve. Villeneuve is de man die de laatste jaren aan een verschroeiend tempo een klasse-oeuvre uitbouwde met films als ‘Incendies’, ‘Sicario’ en ‘Prisoners’. Hier kreeg hij carte blanche – ongezien voor een film van deze omvang – en met z’n 180 miljoen dollar zou je ‘Blade Runner 2049’ gerust de duurste auteursfilm aller tijden kunnen noemen. Geen idee of dat een goeie commerciële zet was van Sony, maar artistiek gezien heeft het alleszins z’n vruchten afgeworpen: de Canadees heeft zich niet alleen met verve van zijn taak gekweten, hij is zelfs – en dat zeggen we terwijl we de grootste moeite doen om dóór alle hype te kijken – boven zichzelf uit gestegen. Meer nog dan ‘Arrival’ is dit zijn magnum opus, het werk waarvoor hij herinnerd zal worden, zijn Mona Lisa.

Villeneuves grote verdienste is dat ‘Blade Runner 2049’ géén herkauwing is van het origineel, geen eindeloze knipogenparade en al helemaal geen zielloos flipperkastfestijn zoals de remakes van ‘RoboCop’ en ‘Total Recall’. Nee, Villeneuve is erin geslaagd om, zonder Ridley Scott schaamteloos na te apen, het origineel te vátten: het benauwende mysterie, de grenzeloze ambitie, de existentiële, ongemeen dróévige, melancholische doemsfeer. Scotts film speelde zich af op een volstrekt unieke frequentie, was met niks of niemand te vergelijken. ‘Blade Runner 2049’ heeft die frequentie óók te pakken, alsof Scott in 1982 de deur vond naar een andere dimensie en nu de sleutel heeft doorgegeven aan Villeneuve. Die is er op z’n uppie gaan rondneuzen en kwam terug met heel andere, maar al even boeiende indrukken.

Want hoe goed de nieuwe film de geest van het ‘Blade Runner’-universum ook weet te vatten – kijk naar de met flikkerende hologrammen versierde steegjes en naar de arme mensen die ze doorploeteren, naar de trillende bordeelramen en het opstapelende afval – het is wel degelijk een heel ander beestje. Het origineel was een poëtische koortsdroom met een betrekkelijk eenvoudig verhaaltje. Dit keer bricoleerde Hampton Fancher, de intussen 79-jarige scenarist, een drogere en wat uitleggerige, maar ook veel meer gelaagde plot waarin de logica van een droom werd vervangen door die van een vernuftige puzzel. (Die voorliefde voor in elkaar klikkende radertjes zie je trouwens in ál Villeneuves films, een trekje dat hij gemeen heeft met zijn collega Christopher Nolan.)

Begrijp ons niet verkeerd: het is niet dat Villeneuve u de antwoorden op alle filosofische vraagstukken uit ‘Blade Runner’ zomaar op een dienblaadje aanbiedt. Meer nog: Villeneuve graaft nog veel dieper in de morele beerput van de menselijke geest, morrelt aan knagende twijfels over artificiële intelligentie, kijkt naar de mechaniekjes die achter racisme en onderdrukking schuilgaan en stelt boven alles één cruciale vraag: wat betekent het om een ziel te hebben? Maakt dat ook überhaupt iets uit? Wat is bewustzijn en wat geeft je het recht om te beslissen over het leven van een ander – of die ander nu uit een baarmoeder dan wel een testtube komt. En dat is veel interessanter dan gewoon: is Rick Deckard nu zélf een Replicant of niet?

Wat nog? Ryan Gosling geeft de mooiste performance uit zijn carrière. Nooit eerder schuilde er onder zijn puppyblik meer pijn, meer twijfel en meer aan zijn geweten knagende verwarring. Gosling durft zich weleens te verbergen achter een laag ironische cool, maar hier laat hij zich in een handvol scènes helemaal gaan. Wat evengoed waar is voor Harrison Ford, die de laatste jaren vooral optreedt als zijn typetje ‘stonede oude man’ op Amerikaanse talkshows. Maar als Rick Deckard laat hij nog eens echte kwetsbaarheid, op apegapen liggende zielenwonden zien – en hij heeft ook nog eens een paar goeie oneliners. De grote verrassingen in de cast zijn Ana de Armas, meestal weinig meer dan een oogsnoepje, en de Nederlandse Sylvia Hoeks: zij spreidt nooit de dreiging van Roy Batty (Rutger Hauer) tentoon, maar haalt toch enkele keren een akelig monkellachje boven. Alleen die goeie ouwe Jared Leto – voor z’n kleine rol ging-ie weer volop aan het method acten – valt met z’n maniertjes wat uit de toon.

De échte ster van van de film – vergeet even Villeneuve, Gosling, Ford en zelfs componisten Benjamin Wallfisch en Hans Zimmer, die mooi ode brengen aan het werk van Vangelis – heet evenwel Roger Deakins. De Engelse cameraman is sinds jaar en dag de vaste director of photography van de Coen-broers en schilderde verder al de tableaus van films zoals ‘The Assassination of Jesse James by the Coward Robert Ford’ en ‘Skyfall’. Hij is al dertien keer genomineerd voor een Oscar, maar won nog nooit, waardoor de eerste winnaar van editie 2018 bij deze al mag worden uitgeroepen: Deakins maakte van ‘Blade Runner 2049’ een kunstwerk. Op elk aangedampt raam dwarrelen verdwaalde druppels naar beneden, de gloed van het neon vult het hele scherm en in de verwoeste straten van Los Angeles hangen in 2049 ontelbare stofdeeltjes, allemaal op zoek naar een lichtstraal om door te dwarrelen. Eén shot van Sylvia Hoeks die van de trap komt gewandeld: wauw!

Maar wij bomen door en u wilde eigenlijk gewoon weten of u de film moet gaan bekijken dit weekend. Het antwoord is natuurlijk ja, en wel op het grootste IMAX-scherm dat u kan vinden. Het zal nog een kijkbeurt of vijf duren vooraleer we ons definitieve oordeel klaar hebben – nog even geduld! – net zoals wij ook vijf keer naar de eerste ‘Blade Runner’ moesten kijken vooraleer we helemaal in tune waren met die bijna impressionistische beeldenstroom. Maar tot het zover is, moeten we ons buikgevoel volgen, en de filmgoden bedanken met vijf sterren. I’ve seen things you people wouldn’t believe, en ‘Blade Runner 2049’ is er één van.
 

Humo's tv-tips in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven