Murder on the Orient Express

, door ()

murder1200

Tsjoeke-tsjoeke-tsjoeke-tsjoeke-fwiet-fwiiiiiiiiet! Daar komt – na de door prachtige vertolkingen gedragen verfilming van Sidney Lumet uit 1974 – de Oriënt Express van Agatha Christie nog eens de bioscoopzalen binnenzoeven, met aan boord een lijk, een moordenaar en een Belgische detective die een perfect geknoopte stropdas minstens even belangrijk vindt als het vinden van de dader. Eerste zucht van opluchting: in tegenstelling tot Guy Ritchie, die van die andere wereldberoemde detective Sherlock Holmes een kickboksende actieheld maakte, heeft regisseur Kenneth Branagh de verleiding kunnen weerstaan om van zijn verfilming van Christies klassieker een kinetische blockbuster te maken vol dolgedraaid camerawerk, flitsende montages en hippe slow motion. Wat u integendeel krijgt, is een vrij klassieke film die ons doet dromen van de invoering van een luxueuze restauratiewagen op de verbinding Oostende-Eupen, zodat we op weg naar de persvisies in Brussel kunnen genieten van een fluit champagne en een ontbijt op een zilveren dienblad. Tweede, nog grotere zucht van opluchting: hoewel de door Christie in meer dan zeventig romans en kortverhalen opgevoerde speurneus zich met die snor en dat Franse accent makkelijk leent tot karikaturale overdrijving, zet Branagh – tevens hoofdacteur – een zeer draaglijke Poirot neer, die gerust naast de interpretaties mag staan van Peter Ustinov (‘Death on the Nile’, ‘Evil Under the Sun’), Albert Finney (de versie uit ’74) en de van de televisie bekende David Suchet. Zijn intrede is nochtans tenenkrullend ongrappig, met Poirot die aan de Klaagmuur in Jeruzalem met zijn rechterschoen in een drol stapt en, teneinde het evenwicht in het universum te bewaren, dan ook maar zijn linkervoet in de stront zet – vergeef het hem, hij is een Belg. Het grote verschil tussen Branagh en die andere klasbakken zit ’m in de wolharige hamster die op zijn bovenlip heeft plaatsgenomen. Rooiden Finney en Suchet het met een Salvador Dalí-achtige moustache, dan beschikt de nieuwe Poirot over een zich van oorlel tot oorlel uitstrekkende knevel die sméékt om lid te mogen worden van de West-Vlaamse Snorrenclub.

Zucht van ellende: zodra alle sterren (Johnny Depp! Michelle Pfeiffer! Daisy Ridley!) aan boord zijn geklommen en de trein is vertrokken, valt het verhaal – fwiet-fwiet-kedáng! – stil. Het moordmysterie wil op geen enkel moment spannend worden, de whodunit-vraag weet nooit echt te begeesteren en de meeste vedetten – Penélope Cruz voorop – zitten er in hun coupé voor spek en slecht acterende bonen bij. Dé vraag is evenwel wie anno 2017 nog zit te wachten op een ietwat theatraal detectiveverhaal waarin de spannendste elementen worden gevormd door een loper die gesloten deuren opent, een ontvreemd conducteursuniform en een gil in de nacht. In ieder geval niet de kids: die gaan liever kijken naar Thor en Captain America dan naar een Belgische detective die eist dat zijn eieren precies vier minuten lang in kokend water liggen. Misschien ware het zelfs beter geweest als Branagh de vlucht vooruit had genomen en Poirot meteen de 21ste eeuw had binnengeloodst, in navolging van de geweldige tv-reeks ‘Sherlock’ met Benedict Cumberbatch. Moord op de trein Oostende-Eupen, met vijftien minuten vertraging!

Humo's tv-tips in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven