De 100 beste films: #55: 'First Blood' (Ted Kotcheff, 1982)

, door (es)

First Blood

Rambo: de meesten onder ons denken bij het horen van die legendarische naam onmiddellijk aan de nietsontziende vechtrobot met de opgepompte bicepsen, de zwarte bandana, het gekartelde mes, het vuurspuwende M60-machinegeweer en de losjes rond de pols gewikkelde kogelriem. In ‘Rambo: First Blood Part II’ speelt Rambo op zijn eentje klaar wat het Amerikaanse leger indertijd niet kon: de Vietcong verslaan. En in ‘Rambo III’ maait hij opnieuw op zijn eentje zowat het hele Sovjetleger neer. Rambo’s glimmende tricepsen vielen bij de toenmalige Amerikaanse president Ronald Reagan wel in de smaak – na de kaping van een Amerikaans passagiersvliegtuig in Beiroet, riep hij doodleuk: ‘Volgende keer stuur ik Rambo!’

Maar vóór hij het dubbelgespierde testosteronsymbool werd van de patriottische Reagan-jaren, was John Rambo een diep getraumatiseerde, aan survivor’s guilt lijdende Vietnamveteraan op zoek naar een thuis; een man met wie we méé konden voelen.

In ‘First Blood’ was dat: het allereerste, ietwat vergeten Rambo-avontuur, gebaseerd op de gelijknamige roman van David Morrell uit 1972. In de eerste scènes, waarin de melancholische Rambo (Sylvester Stallone) naar een oude legermakker zoekt, heeft hij zelfs iets aandoenlijks: ‘Ik heb ergens een foto waar we samen op staan... Ergens... Al die troep ook in m’n jaszak...’ – de verbale onbeholpenheid van een veteraan die zich niet meer thuisvoelt in de beschaafde wereld. Maar hij krijgt treurig nieuws: zijn buddy is overleden aan kanker. ‘Het komt door die gassen die ze in Vietnam rondspoten. Op ’t laatst was hij helemaal uitgeteerd, ik kon hem zó optillen.’ De waanzin van Vietnam, samengebald in één aangrijpend monoloogje, uitgesproken door een geknakte zwarte vrouw die de was staat op te hangen.

Vervolgens aanschouwen we hoe Rambo het bloed onder de nagels vandaan wordt gepest door Teasle (Brian Dennehy), de dictatoriale sheriff van een klein stadje dat ironisch genoeg de naam Hope draagt. De onverdraagzame Teasle belichaamt uiteraard het rechtse, kleinburgerlijke Amerika dat niets moet weten van outsiders, drifters, nonconformisten en hippies; hetzelfde rechtse Amerika waarvan – o bittere ironie! – Rambo in de sequels zélf het icoon zou worden. ‘Mensen als jij zijn hier niet welkom,’ slingert Teasle hem in het gezicht. ‘Dit is een klein, rustig stadje, en zo hebben we het graag. Als ik je een tip mag geven: neem een bad en ga naar de kapper.’

Maar Rambo keert terug naar het stadje (wat wil je: hij heeft honger), waarop de nijdige Teasle hem in flikkerend rood zwaailicht (knappe fotografie!) in de boeien slaat en meevoert naar het politiebureau, waar we overigens twee bekende gezichten zien: de jonge David Caruso (‘CSI: Miami’) en Michael Talbott, beter bekend als detective Stan Switek uit ‘Miami Vice’. In de cel gaan de flikken Rambo achtereenvolgens te lijf met een matrak, een waterslang en een scheermes: pijnlijke vernederingen die hem nét iets te hard doen terugdenken aan de gruwelijke folteringen die hij in handen van de Vietcong diende te ondergaan.

En het onvermijdelijke gebeurt: Rambo breekt los en vlucht de ijskoude, in de mist gehulde bergen in. Wat volgt is een grimmige actiefilm waarin de typische Stallone-oneliners niet ontbreken: ‘In de stad ben jij de wet, hier ben ik het!’

Regisseur Ted Kotcheff, die in het outbackmeesterwerk ‘Wake in Fright’ (de nummer 67 in onze Top 100) al aantoonde dat hij geweldig goed gebruik weet te maken van natuurlijke locaties, dompelt je onder in een levensechte mastbosatmosfeer – je ruikt het natte kreupelhout, de varens schuren langs je enkels, de nevel vriest vast op je lippen. Tussen de actietaferelen door verschaft Kolonel Trautman (Richard Crenna), Rambo’s mentor, ons nog wat meer inzicht in wie zijn pupil eigenlijk is: ‘Verrassend dat jullie nog in leven zijn. U wilt niet inzien dat u met een guerrilla-expert te maken hebt. Hij blinkt uit in overleven, met geweren, met messen, met zijn blote handen. Hij is getraind om pijn of slecht weer te negeren. Hij leeft van het land, eet dingen waar een bok van zou kotsen.’ En de Oscar voor de beste profilering gaat naar Richard Crenna.

Maar waag het niet om ‘First Blood’ een ordinaire actiefilm te noemen: daarvoor is de sfeer te somber, is de spanning te meesterlijk, en zijn de vertolkingen te intens. De zwaar miskende Brian Dennehy, die we al tegenkwamen in de nummers 100 en 76 van deze Top 100, is ijzersterk als Teasle. En zeg wat je wilt over het beperkte acteerbereik van Stallone, maar tijdens de ‘Waar zijn m’n maten’-slotmonoloog, die ons altijd weer tot op het bot ontroert, gáát hij ervoor. De scènes waarin Rambo met een flakkerende toorts een uitweg zoekt uit de oude mijn, hoeven wat ons betreft niet onder te doen voor de befaamde rioolscènes uit ‘The Third Man’, en ook aan de prachtige muziek van Jerry Goldsmith, die eerder melancholisch dan triomfantelijk klinkt, voel je dat ‘First Blood’ veel méér is dan een gewone actiefilm. (Weetje: in de eerste versie van de film pleegt Rambo zelfmoord, maar de slotscène werd na negatieve reacties van het testpubliek opnieuw ingeblikt.)

Nu zou het iets te ver gaan om de eerste Rambofilm te omschrijven als een drama dat thuishoort in het rijtje van ‘The Deer Hunter’ en ‘Born on the Fourth of July’, maar ook ‘First Blood’ laat niettemin zien hoe hard de Amerikaanse natie indertijd omging met haar oorlogsveteranen; ook ‘First Blood’ is in hart en ziel een krachtig statement tégen de oorlog.

Alleen zag niemand het zo: tot immense frustratie van Stallone werd ‘First Blood’ door het kortzichtige Amerikaanse publiek onthaald als een domme actieflick, en voor hij wist wat er gebeurde zat Sly opgezadeld met het imago van vechtmachine. Een imago dat, het dient gezegd, door Stallone vervolgens gretig werd uitgebuit: amper drie jaar later, in het door een belachelijk hoge bodycount gekenmerkte ‘Rambo: First Blood Part II’, was Rambo al verworden tot een hilarisch opgepompt stripfiguurtje dat onder het uitroepen van ‘HUHHH!’ de Vietnamoorlog opnieuw uitvecht – en wint (veelzeggend detail: in ‘First Blood’ valt slechts één dode. Eén!).

Maar de waarheid heeft haar rechten, en de waarheid is dat ‘First Blood’ een onovertroffen, onvergetelijke, hoogstaande film is. HUHHH!

Bekijk de trailer van 'First Blood':


 

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven