De 100 beste films: #49: 'The Year of Living Dangerously' (Peter Weir, 1982)

, door (es)

The Year of Living Dangerously

Heel even was het onze levensdroom om voor één of andere krant of radiozender buitenlands correspondent te worden; om vanuit verafgelegen continenten heldhaftig verslag te doen van opstanden en revoluties.

Vlak nadat we voor de eerste keer ‘The Year of Living Dangerously’ hadden gezien, was dat. En, zo kunnen we nu wel zeggen, het mooie is dat we die droom ook echt hebben kunnen waarmaken: vandaag hebben wij de onbeschrijflijke eer om uw vaste correspondent te zijn vanuit de wonderbaarlijke wereld van de cinema, haha!

‘The Year of Living Dangerously’ speelt zich af in Indonesië, anno 1965. Een broeierige tijd: het regime van president Soekarno wankelt, armoede heerst, rebellie dreigt. Op de luchthaven van de hoofdstad Djakarta arriveert Guy Hamilton (Mel Gibson), een jonge Australische journalist die zijn eerste klus in het buitenland te pakken heeft. Kent u dat fenomeen waarbij u na een vermoeiende vliegtuigreis in Azië of Afrika van het vliegtuig stapt en er onmiddellijk een loden hitte op u valt? Die sensatie wordt hier geweldig goed weergegeven; vanaf de eerste beelden voel je je bevangen door een mokerende, roodgloeiende hitte. Terwijl Guy door de drukke inkomhal stapt – zijn hemd tegen zijn lijf plakkend, zijn gezicht blinkend van het zweet – zien we achter hem een spandoek hangen: ‘Crush US and British imperialists!’

Toon en sfeer zijn meteen gezet – Guy is in een op springen staand kruitvat terechtgekomen, en tot overmaat van ellende zit hij in een hotelkamer met een slecht werkende airconditioning. De eerste weken heeft Guy het niet makkelijk: hij heeft geen contacten, vindt geen sterke verhalen, vindt zijn weg niet; hij is een hulpeloos groentje op drift in een vreemd land. ‘Is dat alles? Dit hadden we hier kunnen schrijven,’ zucht zijn chef vanuit Sydney na zijn eerste radioverslag.

Enter Billy Kwan, een Indonesische, immer in tropische hemden gehulde fotograaf met een klein postuur, een raadselachtig glimlachje en een nog geheimzinniger verborgen agenda. Hij stelt Guy een partnerschap voor: ‘Ik word jouw vaste fotograaf, en in ruil bezorg ik jou exclusieve interviews.’ Billy voelt een blinde adoratie voor president Soekarno: ‘Hij doet tenminste iets voor zijn volk.’ Billy wil Guy het échte Djakarta leren kennen, hem laten zien dat er een grote kloof gaapt tussen de rijke elite en de straatarme bevolking, maar Guy – die snel bijleert – reageert zoals een echte buitenlandcorrespondent: ‘Niemand wil dit horen.’

Intussen krijgt u een stevige portie journalistenactie, zoals wanneer Guy en Billy zich met hun camera in de kolk van een massabetoging storten, én u krijgt een felgloeiende dosis romantiek, zoals wanneer Guy en zijn liefje Jill Bryant (Sigourney Weaver), een medewerkster van de Britse ambassade, er na een feestje samen vandoor gaan in de nacht en op muziek van Vangelis door een wegblokkade rammen.

Maar de grootste troef van deze Australische classic is de mysterieuze couleur locale waarin regisseur Peter Weir (tevens de maker van nummer 74 van onze top 100) ons zo meesterlijk onderdompelt; ‘The Year of Living Dangerously’ is een film vol exotische geuren, nooit eindigende moessons, mysterieuze krachten en ritselende geesten. Overdag zitten we samen met Guy en zijn collega’s in redactielokalen, bars en restaurants, maar ’s nachts is het alsof er in Djakarta een andere wereld tot leven komt; een wereld vol geheimzinnigheid en bijgeloof.

In het donker weerklinken trommels; mensen zitten met zachte stemmen te praten rond vuren; de krekels wisselen in hun eigen taal de laatste nieuwsjes uit; en wat zijn die griezelige kraakgeluiden die we voortdurend in de tropische nacht horen? ‘Het bamboe,’ volgens Billy, die weet dat er in zijn land ongeziene, oeroude dingen rondwaren; misschien is het dit wel wat de Nederlandse schrijver Louis Couperus bedoelde met ‘de stille kracht’.

Liefhebbers van puur natuurschoon zullen hun hart dan weer kunnen ophalen aan dat ene magistrale shot waarin Guy in de avondschemering het terras opstapt en een sigaret opsteekt, waarna de camera een werkelijk adembenemend vergezicht op de rijstvelden ontsluiert. Niet te geloven eigenlijk dat hele happen uit deze film in Australië werden opgenomen: de crew diende na enkele weken uit Indonesië weg te trekken na doodsbedreigingen van moslimfundamentalisten – die kerels bestonden toen blijkbaar ook al.

En Mel was in die tijd op z’n best: in 1982 was hij nog niet Mel Gibson, de superster, maar een jeugdige, knappe, messcherpe acteur van wie je kon geloven dat hij zijn personage wás. Toch is het niet Mel die de diepste indruk nalaat, maar wel het dwergvrouwtje dat de rol speelt van Billy Kwan – het morele en spirituele hart van de film. Linda Hunt kreeg in 1984 de Oscar voor beste vrouwelijke bijrol.

Naar het einde toe wordt de sfeer bijzonder grimmig: er is sprake van clandestiene wapenleveringen, er wordt gefluisterd dat ze alle Europeanen en Amerikanen gaan afslachten, tijdens een fuif in een bar richt iemand een pistool op Guy, en de blinde adoratie die Billy voor Soekarno voelde, slaat – in een zielsaangrijpende scène – om in grauwe verbittering. ‘Ik heb je dingen laten zien en ik heb je dingen laten voelen,’ zegt Billy tegen Guy, even voordat hij een wanhopige daad van verzet tegen het regime zal stellen.

En dat is precies wat ‘The Year of Living Dangerously’ zo meesterlijk doet: ons dingen laten voelen; ons dingen laten zien; ons meevoeren naar een andere, mysterieuze wereld. Breng muggenzalf mee.

Bekijk de trailer:

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven