#20: 'Jaws' (Steven Spielberg, 1975)

, door (es)

Jaws

Al sinds de start van de '100 Beste Films' glijdt hij geruisloos mee onder het oppervlak... Af en toe kon je zijn rugvin al zien... En nu komt hij – terwijl de grommende strijkers van John Williams in shark attack-modus gaan – eindelijk boven water: ‘Jaws’, het tijgerhaaimeesterwerk waarmee het toen 29-jarige supertalent Steven Spielberg zichzelf na twee knappe stijloefeningen – ‘Duel’ en ‘The Sugarland express’ – definitief op de kaart zette.

Ook vandaag kan ‘Jaws’ nog steeds verrassend fel bijten – ’t is een onwaarschijnlijk spannende, verrassend gruwelijke en waanzinnig knap gemaakte film die het ‘Je moet zo weinig mogelijk van het monster tonen!’-principe (zie ook: ‘Alien’) tot edele kunst verhief. De film mag dan ‘Jaws’ heten, eigenlijk valt er (vette spoilers op komst!) van die kaken nauwelijks iets te zien: in de hallucinante openingsscène zie je hoe een zwemster gillend heen en weer door het water wordt gesleurd, maar de Grote Witte zélf valt nergens te bespeuren (wat die scène overigens zo sterk maakt is niet de gruwelijke doodsstrijd van die zwemster, maar het onheilspellende ting! ting! ting! van die eenzame boei in de nacht).

Zelfs tijdens de actiescènes wordt er vooral over de Scherpgetande gepráát: ‘Hij zit onder de boot!’ ‘Hij zit eronder!’ ‘Ofwel is hij heel slim, ofwel heel dom!’ En tijdens het ultieme duel op zee weten we alleen maar dat de Vinnige in de buurt is doordat Quint (Robert Shaw), Brody (Roy Scheider) en Hooper (Richard Dreyfuss) de hele tijd zitten te wijzen naar drie op het wateroppervlak dobberende gele boeien die ze zogezegd aan de rug van de haai hebben vastgeklonken! Pas wanneer hij even komt proeven van het aas dat Brody aan het uitgooien is – een schitterende scène die resulteert in de beroemde, door Scheider geïmproviseerde oneliner ‘You’re gonna need a bigger boat!’ – laat de haai zich voor de allereerste keer in vol ornaat zien.

De tactiek om het beest zo weinig mogelijk te laten zien wordt vandaag beschouwd als een geniale zet, maar eigenlijk was het van moeten: er wás eenvoudigweg geen haai om te laten zien! De gigantische mechanische haai die Spielberg speciaal voor de opnamen had laten bouwen, Bruce genaamd, was tijdens een testopname linea recta naar de bodem van de oceaan gezonken, en de twee reserve-exemplaren functioneerden niet naar behoren – de kaken wilden niet dichtklappen! Ramp! Catastrofe! Film ei zo na naar de haaien! Spielberg houdt vol dat hij het was die vervolgens op het idee kwam om van de haai een onzichtbare aanwezigheid te maken (‘Wat je niet kunt zien is véél angstaanjagender dan wat je wél kunt zien’), maar sommigen beweren dat het editor Verna Fields was die de film redde door de haai zo veel mogelijk uit de film te knippen en vooral de reacties óp het monster te laten zien.

Ook in de allerbeste scène uit de hele film – wat zeggen we: één van de allerbeste scènes uit de filmhistorie tout court! – blinkt de haai uit door afwezigheid; en dan hebben we het natuurlijk over Quints zielsaangrijpende USS Indianapolis-monoloog. Een monoloog – ’t lijkt wel een meesterlijke kortfilm-in-de-film – die overigens uit de magische pen van John Milius komt, de regisseur van #24 uit onze Top 100! ‘Japanese submarine slammed two torpedoes into our side, chief,’ zo begint die scène, en ineens is het alsof de tijd even stilstaat; alsof alle vogels op de wereld heel even ophouden met fluiten; alsof de ijskappen stoppen met smelten; alsof de hele natuur haar adem inhoudt; het enige wat je kunt doen is aan Quints lippen hangen. Robert Shaw, vandaag jammer genoeg een zo goed als vergeten acteur, geeft hier gedurende vijf minuten een fenomenale masterclass acteren; ’t is bijna alsof je de doodskreten van de matrozen in je onderbewustzijn kunt horen.

Quints afschuwelijke dood blijft – samen met de moord op Sonny Corleone in ‘The Godfather’ – één van de beklijvendste ‘Oh nééééé!’-sterfgevallen uit de filmgeschiedenis, maar ‘Jaws’ vermaalde nog een ander, eerder onverwacht slachtoffer tussen zijn kaken: namelijk het in deze '100 Beste Films' al zo vaak ter sprake gebrachte New Hollywood; de seventiesdroomfabriek waaruit meesterwerken als ‘Easy Rider’, ‘Badlands’, ‘McCabe & Mrs. Miller’, ‘Mean Streets’, ‘The Last Detail’ en ‘The Last Picture Show’ waren voortgevloeid. Toen duidelijk werd dat ‘Jaws’ een gigantisch commercieel succes was, ging er de studiobonzen een licht op: ‘Wacht even: waarom zouden we onze centen nog steken in sombere auteursfilms als ‘Five Easy Pieces’ en ‘The Last Detail’, als er zoveel meer poen valt te rapen met pretentieloos entertainment als ‘Jaws’?’

Het resultaat was dat de filmindustrie een omwenteling beleefde: het New Hollywood-era begon stilaan ten einde te lopen; het tijdperk van de blockbusters was begonnen. Het heeft geen zin om hier nostalgisch over te doen, maar het loont misschien wel de moeite om op te merken dat Robert Altman, toch niet de eerste de beste, Steven Spielberg en George Lucas, met hun haaien en hun ruimteschepen, altijd persoonlijk verantwoordelijk heeft gehouden voor de dood van de Amerikaanse auteurscinema. De beet van de haai bleek diep, grondig, en dodelijk.

Bekijk de trailer:

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven