#19: 'The French Connection' (William Friedkin, 1971)

, door (es)

French Connection

‘The French Connection’: spreek de titel uit en je proeft meteen de klasse, de weergaloosheid, de iconische kracht. Je hoort het nijdige getoeter van de Buicks en de Cadillacs in 69th Street; je ruikt de dampen die uit de metrokokers opstijgen en het zweet van de flikken die in de straten van New York achter de pooiers en de dealers aanrennen; en je voelt de wonderlijke grootsheid van de Amerikaanse seventiescinema. Ziehier (toch wat ons betreft) de beste politiefilm aller tijden.

Ziehier de visionaire voorloper van al die fantastische urban cop movies waar we even wild van zijn als van het sciencefictiongenre – we hebben het over oneindig coole meesterwerkjes als ‘The Laughing Policeman’ (#95 in de Top 100), ‘Across 110th Street’ (#78), ‘Serpico’ (net niet in de countdown geraakt), ‘Dirty Harry’ (idem dito), ‘Badge 373’, ‘Electra Glide in Blue’, ‘The New Centurions’, ‘The Seven-Ups’... Ziehier de filmische vader van ‘Sabotage’, de beroemde clip die Spike Jonze indertijd voor de Beastie Boys draaide, en van ‘The Wire’ – de briljante HBO-serie die net als ‘The French Connection’ meer inzoomde op het alledaagse politiewerk (het verkrijgen van de nodige gerechtelijke vergunningen, het uittikken van rapporten, het organiseren van telefoontaps, de wrijvingen tussen de verschillende politiediensten) dan op de arrestaties en de shootouts; Buddy Russo (Roy Scheider) en Popeye Doyle (Gene Hackman), de twee hoofdfiguren uit ‘The French Connection’, zouden zelfs de nonkels kunnen zijn van Bunk en McNulty.

Ziehier één van de redenen waarom we überhaupt met de top 100 zijn begonnen – omdat we al lang op zoek waren naar een goede gelegenheid om in Humo onze liefde voor ‘The French Connection’ onder woorden te brengen! Ziehier ook één van de allerbeste New York-gedreven films (zie ook #40). 42nd Street was in het begin van de jaren zeventig nog niet die romantische fonkelboulevard waar Carrie Bradshaw (Sarah Jessica Parker) en haar vriendinnen kirrend op zoek gaan naar de nieuwste handtas van Louis Vuitton, maar een grauw, van pornobioscopen en groezelige bars vergeven voorgeborchte waar hoeren en dealers rondhingen en waar dode bedelaars dagenlang in de portalen bleven liggen.

Tegen die broeierige achtergrond maakt Popeye Doyle (de kalende Hackman vormt niet bepaald het protoype van de fotogenieke actieheld, maar zijn verwaaide smoel past perfect in het plaatje) jacht op Charnier (Fernando Rey), een drugsbaron uit Marseille die in The Big Apple de heroïnedeal van de eeuw komt sluiten.

Het is echt magistraal hoe regisseur William Friedkin (zie ook #85 en #39) het kat- en muisspel tussen de geslepen Fransman en de hondsbrutale, racistische Popeye (op een bepaald moment neemt hij zelfs het woord ‘nikker’ in de mond) gedurende anderhalf uur in crescendo laat gaan. Eerst komt de lange zoektocht naar aanwijzingen – terwijl ze een verdacht pand in de gaten houden, zitten de agenten soms urenlang op dezelfde oudbakken donut te kauwen. Daarna de doorbraak – zie Popeye en Buddy een vreugdedansje maken wanneer de telefoontap eindelijk een bruikbaar spoor oplevert. Vervolgens het schaduwen van de verdachte – terwijl de gedistingeerde Charnier in een verfijnd Newyorks restaurant het etiket van een wijnfles zit te bestuderen, staat de verkleumde Popeye buiten te stampvoeten, in de handen te wrijven en lauwe meeneemkoffie op te slurpen. En al die tijd is het alsof we met Buddy en Popeye embedded meestappen in de New Yorkse vrieskou – u bekijkt ‘The French Connection’ het best met een dikke winterjas aan en met uw vingers rond een mok hete koffie gevouwen.

De welhaast documentaire feel die Friedkin in de beelden legde (let op het shot van die twee lachende kinderen achter het raam terwijl Popeye met getrokken revolver voorbij de gevel sluipt), was anno 1971 behoorlijk revolutionair, en de ironie is dat ‘The French Connection’ vandaag – in het tijdperk van de fantasyfranchises en de Marvel-verfilmingen – opnieuw ongelooflijk fris, origineel, gedurfd en elektriserend overkomt. Zelden hebben we een film gezien die zó fel in het moment zit; elke scène, elk shot, elke dialoog, elke ‘son of a bitch!’ en elke ‘How many kilos?’, elke handeling, elk gebaartje staat in het teken van de jacht op Charnier.

De schitterende soundtrack van jazztrompetist Don Ellis, een experimentele mix van grommende strijkers, opzwepende bongodrums, donkere synthklanken en jazzy pianoriedels die van Jools Holland hadden kunnen zijn, geeft aan de hele film dan weer een licht bevreemdende touch. In de tweede helft schakelt Friedkin een versnelling hoger en mag de actie eindelijk losbarsten – de denderende achtervolging in de metro (de manier waarop Charnier Popeye uiteindelijk weet af te schudden, neigt naar de pure slapstick, stijl Jacques Tati); de shoot-out in de schaduw van de woonkazerne; de klassieke, adembenemende, nooit overtroffen car chase onder de West End Subway Line.

En onze favoriete scène: die waarin Popeye in de garage het bevel geeft om de Cadillac van Charnier uit elkaar te halen – en wanneer Popeye zegt ‘uit elkaar halen’, dan bedoelt hij níet dat de hoedenplank eventjes moet worden weggenomen. Hell, dankzij ‘The French Connection’ zullen we nooit meer vergeten wat kokerbalken zijn.

En dan dalen we nu af naar ons eigen garagetje om die scène na te spelen – ‘Mannen, haal die Berlingo uit elkaar!’

Bekijk de trailer:

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven