#18: '2001: A Space Odyssey' (Stanley Kubrick, 1968)

, door (es)

2001 a space odyssey

De '100 films' heeft ons al naar a galaxy far, far away (#29) en naar the time when the oceans drank Atlantis (#24) geleid, maar #18 voert ons verder, véél verder – beyond the infinite.

Ha, u dacht dat de beroemde uitroep ‘To infinity and beyond!’ een uitvindsel was van Buzz Lightyear uit ‘Toy Story’, maar eigenlijk parafraseert Buzz de titel van het laatste, legendarische hoofdstuk uit ‘2001: A Space Odyssey’, Stanley Kubricks sciencefictionmeesterwerk en tevens één van de grote triomfen van de cinema.

Eerst dit: schenk geen aandacht aan de idioten – ze bestaan – die beweren dat ‘2001’ een gedateerd stuk antiek uit de jaren 60 is. Oké, de toetsenborden, de televisieschermen en de mantelpakjes van de hostessen in het ruimteveer ogen anno 2015 een beetje vintage. Maar u moet het zo zien: het is toch niet omdat vandaag niemand nog (op uw dienaar na) de regenjassen en de vilten hoeden van Humphrey Bogart draagt dat je ‘Casablanca’ voorbijgestreefd moet noemen?

Nee, ‘2001’ staat voor eeuwig en altijd – en beyond the infinite – overeind als een kathedraal. Alleen al dat beroemde beeld van dat omhooggeworpen bot dat in een ruimteschip overvloeit: mooier, genialer, tijdlozer kan een shot niet worden. Het eerste hoofdstuk, ‘The Dawn of Men’, zadelt ons – behalve met een diep ontzag voor Kubricks meesterschap – ook altijd op met een gevoel van angst – de angst die onze prehistorische voorouders misschien wel voelden toen ze voor de donder en de bliksem in een grot gingen schuilen en dicht bij elkaar kropen.

Echt akelig (zoals een horrorfilm akelig kan zijn) wordt het wanneer de op hol geslagen HAL, de beruchte, met artificiële intelligentie uitgeruste boordcomputer van de Discovery One, in de nabijheid van Jupiter afrekent met de bemanning: er bestaat niets griezeligers dan die ene onbemande pod die ineens 180 graden rond z’n as draait en met uitgestoken grijparmen door de ruimte begint te zweven – ook Dr. Poole (Gary Lockwood) spreekt er nog van.

Wat een vondst, trouwens, om HAL, ‘het zesde bemanningslid’, het uitzicht van een klein rood lampje te geven – en hij kan nog liplezen ook! Eén van de sterkste scènes uit de film, HALs ‘sterfscène’, begint adembeklemmend (‘Just what do you think you’re doing, Dave?’), maar vloeit gaandeweg over in de mooiste, de aangrijpendste, de meest poëtische doodssnik uit de geschiedenis van de cinema. HAL mag dan een machine zijn, terwijl Dr. Bowman (Keir Dullea) zijn geheugencellen één voor één uitschakelt, is het echt alsof je het leven uit hem voelt wegvloeien: ‘Daisy...’

Maar er valt ook te lachen! Kubrick mocht er dan een somber mensbeeld op nahouden, de man beschikte daarnaast ook over een heerlijk gevoel voor humor, zoals blijkt uit die korte scène waarin Dr. Floyd (William Sylvester) aan boord van het ruimteveer nauwlettend de instructies van het ‘zero gravity toilet’ staat te bestuderen (gelijk heeft-ie: niemand krijgt graag z’n eigen pis in de smoel).

Maar nu ter zake! Iedereen die ‘2001’ heeft gezien, heeft het zich vast al eens afgevraagd: wat betékent het nu in godsnaam allemaal? Wat is de functie van die zwarte monolieten? Zijn het intergalactische radiozenders? Voor wie zijn die radiosignalen bedoeld? Waarom wordt HAL eigenlijk boosaardig? Wat is dat met die rare slaapkamer waarin Bowman belandt? Hoe moeten we de verschijning van dat ‘star child’ interpreteren? Hoe werkt dat zero gravity toilet nu eigenlijk? Raadsels, raadsels, raadsels: ‘2001’ als frusterende kosmische sudoku.

Ook wij hebben vroeger urenlang het hoofd over die vragen gebroken, maar weet u: wanneer wij ‘2001’ vandaag bekijken doen we dat met de ratio volledig uitgeschakeld en vragen we ons helemaal níéts meer af. Het enige wat echt telt, zo weten we nu, is níét de verklaring, níét de uitleg, maar de majestueuze zintuiglijke ervaring, de onvergetelijke trip die Kubrick en coscenarist Arthur C. Clarke ons willen bezorgen. Zoek niet naar antwoorden, maar laat de film als een magische golf over je heen komen en door je heen trekken. Probeer deze uitbarsting van schoonheid en mysterie te bekijken in een staat van kinderlijke verwondering – de verwondering die ook Bowman voelt wanneer hij zich tijdens zijn ultieme reis door tijd en ruimte zit te vergapen aan de kaleidoscopische landschappen die hij onderweg tegenkomt.

Eigenlijk laat Stanley Kubrick zich hier kennen als een ware en pure beoefenaar van het medium cinema, waarmee we bedoelen dat hij álle hem ter beschikking staande cinematografische middelen – decors, speciale effecten, production design, geluid en muziek – inzet om ons de sensatie van ons leven te bezorgen; het is geen raadsel, maar een droom waarin Kubrick ons meetrekt.

O ja: als u ooit de kans krijgt om ‘2001’ op het grote witte doek te zien: niet aarzelen. Wij, die twee keer dat onbeschrijflijke geluk hebben gekend, zeggen u: om die ruimteschepen op het grote scherm te zien rondwentelen, met die walsmuziek van Strauss eronder, komt héél dicht in de buurt van – en als je het over ‘2001’ hebt, hoef je de grote woorden niet te schuwen – een religieuze ervaring. Zelfs Buzz Lightyear zou er stil van worden.

Bekijk de trailer:

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven