#16: 'The Godfather: Part II' (Francis Ford Coppola, 1974)

, door (es)

the godfather II

And the saga continues. De Coppola die in oktober 1973 begon aan de opnames van ‘The Godfather: Part II’ was niet dezelfde Coppola die in 1972 op de set van ‘The Godfather’ stond.

In 1972 had Coppola weliswaar al enkele langspelers op de teller staan (‘Dementia 13’, ‘You’re a Big Boy Now’, ‘Finian’s Rainbow’, ‘The Rain People’), maar had hij in Hollywood nog geen náám; hij was een onbeduidende cineast die hard voor een deftig budget diende te vechten, meermaals clashte met zijn crew, en tot op de laatste dag van de montage geloofde dat hij een stinker van formaat had gedraaid.

In 1973 – ‘The Godfather’ was intussen een hit geworden en had drie Oscars gewonnen – lag het speelveld er helemaal anders bij: de producenten kropen voor hem door het stof, hij kreeg vette cheques uitbetaald en de groupies dienden zich bij bosjes tegelijk aan – Coppola was de keizer van Hollywood. En voor ‘The Godfather: Part II’ kreeg hij vanzelfsprekend een groter budget, wat zich ook laat zien: deel twee van de Corleone-saga is epischer, grootschaliger, ambitieuzer en in veel opzichten ook boeiender, meeslepender en béter dan het sowieso al schitterende ‘The Godfather’.

De speelduur is langer, de sets zijn gigantischer en de verhaallijnen complexer; zelfs de muziek van Nino Rota is lyrischer. Er duiken nog meer onvergetelijke maffialeiders, secondanten en huurmoordenaars op: Hyman Roth (Lee Strasberg), Frankie Pentangeli (Michael V. Gazzo), Al Neri (Richard Bright), Johnny Ola (Dominic Chianese), de nooit bij naam genoemde ‘zwarte doodsengel’ die Michael als een schaduw volgt.

De eerste tekenen van Coppola’s beruchte megalomanie, die hem drie jaar later in de Filipijnse jungle waar hij ‘Apocalypse Now’ draaide, finaal zou verteren, zijn hier al goed voelbaar. In onze gedachten zien we Coppola op de set van ‘The Godfather: Part II’ niet op een regisseursstoeltje maar op een troon zitten, hoog boven zijn figuranten uittorenend, zijn aanwijzingen roepend door een megafoon met de afmetingen van een bombardon.

Maar Coppola stond in ’73 niet alleen op het toppunt van zijn macht, hij stond ook op het toppunt van zijn kunnen. Zijn meesterschap – en dat van zijn director of photography Gordon Willis – blijkt uit de massascènes, zoals de Mariaprocessie door de straten van New York City, maar evenzeer uit de kleine momenten – de lange witte gordijnen die opwaaien net voordat de zwarte doodsengel zijn wurgsnaar rond de hals van Johnny Ola legt.

Schitterend ook hoe Coppola de verschillende tijdslijnen door elkaar laat lopen. Niet alleen krijgen we te zien hoe Michael, die net als Coppola op de top van zijn heerschappij staat (wanneer ze hem wil spreken, moet zelfs zijn zus in de wachtrij gaan staan!), een poging onderneemt om zijn misdaadsyndicaat in legaal vaarwater te brengen, in een reeks heerlijke lange flashbacks maken we ook mee hoe de piepjonge Vito (de messcherpe Robert De Niro) vanuit Sicilië naar Amerika emigreert, hoe hij aan de naam ‘Corleone’ raakt (een slordigheidje van een beambte!), en hoe hij in New York de eerste grondvesten van zijn imperium legt. Men zou ‘The Godfather: Part II’ zelfs kunnen bestempelen als een origin story; net zoals de eerste ‘Iron Man’ laat zien hoe Tony Start in een superheld verandert, zo vertelt ‘Part II’ ons hoe de jonge Vito Andolini – zijn echte naam – zich opwerkt tot super-Don.

Die breed uitwaaierende plot laat Coppola toe om ‘The Godfather: Part II’ de prachtige allure te geven van een epische, zestig jaar omspannende vertelling, waarbij de melancholische muziek van Nino Rota heel mooi de hoop, de dromen en de nostalgie van de eerste Italiaanse immigranten vertolkt, en waarbij we zelfs een bezoekje brengen aan het bruisende Havana van de door de oprukkende Fidel Castro bedreigde dictator Batista (by the way: graag zouden we het adres kennen van die kinky club waar die ‘Superman’ die vastgebonden deerne bedreigt).

Maar behalve epischer is ‘The Godfather: Part II’ ook veel donkerder dan de eerste aflevering. In ‘Part II’ zien we hoe Michaels overgang naar de dark side, ingezet in het eerste deel, wordt voltooid; op het eind is hij helemaal Darth Corleone geworden. De geur van de spaghetti die de eerste ‘Godfather’ zo charmant en zo waarachtig maakt, moet hier wijken voor de stank van dood en verval – het is wellicht geen toeval dat Coppola de film laat beginnen met een begrafenisstoet. Was Vito nog een warme en loyale Don, dan is Michael een kil en berekenend monster – wanneer hij aan het woord is (‘Als je niet naar me luistert... stel je me teleur’), zie je de ijsbloemen bijna op zijn netvliezen staan. Het verschil tussen de succesrijke vader en de tragische zoon valt zelfs af te lezen uit hun voedingsgewoonten – terwijl we Vito in de flashbacks vaak zien genieten van een glaasje wijn en een bord dampende pasta, drinkt Michael in ‘The Godfather: Part II’ uitsluitend sodawater (zij het met een schijfje limoen).

Hoe meeslepend ‘Part II’ ook is, de ijzigheid die Michael tentoonspreidt, maakt van deze prent bijwijlen een ondraaglijke kijkervaring. Wanneer Michael definitief breekt met Kay (Diane Keaton), een scène als een bijlslag, moeten we altijd weer de ogen van het scherm afwenden. Hoe vreemd eigenlijk, dat een film die zes Oscars won, een film waar we met z’n allen zoveel van houden, zóveel ijskoude, bikkelharde, emotioneel platmokerende feelbadscènes bevat.

Blijkbaar zijn het niet de romcoms, de crowdpleasers of de feelgoodfilms die ons bijblijven, maar de bijlslagen.

Bekijk de trailer:

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven