#15: Barry Lyndon (Stanley Kubrick, 1975)

, door (es)

barry lyndon

Dit is ’m dan. De vijfde en laatste Kubrick in onze Top 100; de hoogstgenoteerde; wat ons betreft zijn beste; zijn verrukkelijkste; zijn meest glorieuze en zijn meest aangrijpende; zijn kroonjuweel.

‘Barry Lyndon’, een kostuumfilm met de elegantie van een diamanttuiltje, speelt zich af tegen de turbulente achtergrond van de 18de eeuw, toen heel Europa in oorlogsalarm verkeerde (oprukkende legers! Blaffende musketten! Bulderende kanonnen!). In beelden die zo subliem zijn dat je zowat om de drie seconden naar adem moet happen, verhaalt dit meesterwerk de gestage opgang en de droeve neergang van de Ierse schavuit Redmond Barry (Ryan O’Neal, die kerel uit het überkleffe ‘Love Story’: Kubricks castingkeuzes blijven verbazen). Nu moeten we u waarschuwen dat in deze bespreking enkele vette spoilers staan, maar die zitten eigenlijk ook al in de film: de piasserige vertelstem van Michael Hordern lijkt er een duivels genoegen in te scheppen om ons lang op voorhand te vertellen dat Barry arm, kreupel en kinderloos zal eindigen.

Het banket der heerlijkheden vangt al aan bij de begingeneriek: ‘A Film by Stanley Kubrick’, en dan die schitterende muziek van Georg Friedrich Händel (de even machtige als droefgeestige ‘Sarabande’, die op dit eigenste moment ons kamertje vult!): het volstaat om een eerste (maar lang niet de laatste) overrompelende golf van vreugde en genot door je lijf te laten trekken. De eerste shot maakt onmiddellijk duidelijk dat je in één van de mooist ogende films aller tijden bent beland: een eeuwenoud muurtje, twee bomen met laag overhangend gebladerte, een afwisselend helder en donker wolkendek en een smaragdgroen grasveld waarop een ouderwets duel plaatsvindt (‘Heren, spant uw pistolen!’), vormen samen een magnifiek schilderij dat evengoed aan de muur van The National Gallery had kunnen prijken, tussen de landschappen van Turner en Constable. Naar verluidt liet Kubrick, perfectionist tot in de kist, voor ‘Barry Lyndon’ zijn location scouts heel Engeland afschuimen op zoek naar precies het juiste boompje, het sensueelst afbrokkelende muurtje, de elegantst glooiende heuvels, het helderste riviertje, de fraaiste dalen en valleien. En eens ter plekke wachtte hij urenlang op de meest magische lichtinval, op de juiste zonnegloed, op die ene voorbijstrijkende slagschaduw. Je kunt het maniakaal noemen, maar het resultaat is ernaar: puur visueel bestaat er wellicht geen luisterrijkere film dan ‘Barry Lyndon’ (overigens durven we er onze hele soundtrackcollectie op vinyl op verwedden dat er geen enkele digitale camera bestaat die de look van ‘Barry Lyndon’ ook maar kan benaderen).

En wat is het heerlijk meereizen met Barry door die vreemde 18de eeuw: zo zien we hoe hij, in wat de hoffelijkste roofoverval ooit moet zijn, onderweg wordt beroofd door de beruchte struikrover Captain Feeny (‘Nu het pijnlijke deel van onze vluchtige ontmoeting. Draai u om en houd uw handen alstublieft boven uw hoofd’); hoe hij achtereenvolgens dienst neemt in een Brits én een Pruisisch infanterieregiment; hoe hij vervolgens aan de bak komt als spion en als beroepsgokker; en hoe hij een wanhopige poging onderneemt om zich in de adelstand te laten verheffen.

Opvallend is dat Barry bij alle avonturen een gevoel van berusting lijkt uit te ademen; het is alsof Kubrick, die goeie ouwe sombere Stan, ons wil inpeperen dat Barry meer de speelbal is van het lot en het toeval dan een bewust handelend individu – en zijn we dat niet allemaal? Helemaal in het begin zien we ook hoe hij voor het eerst zijn hart verliest: ‘De eerste liefde! Wat een verandering voor een knaap!’ mijmert de vertelstem, en zo is het ook. En eens te meer kun je ervaren dat Kubrick als geen ander beelden en muziek kon laten versmelten tot iets Hogers: terwijl Barry en zijn hartenlapje zich op hoofse manier in hun liefdesgloed wentelen (de nekbandscène!), laat hij voortdurend de Ierse traditional ‘Woman of Ireland’ opwolken, één van de meest smachtende melodieën ooit, hier in de bedwelmend mooie versie van The Chieftains.

En toch zijn er nog altijd lieden die durven uit te kramen dat ‘Barry Lyndon’ een koude, glaciale film is. Een domme stelling die schitterend werd gepareerd door Martin Scorsese in zijn voortreffelijke documentaire ‘A Personal Journey With Martin Scorsese Through American Movies’: ‘Aan de oppervlakte lijkt ‘Barry Lyndon’ koel en afstandelijk,’ aldus Scorsese, ‘maar ik vind het één van de emotioneelste films die ik ooit heb gezien. Een goed voorbeeld is de verleidingsscène tussen Ryan O’Neal en Marisa Berenson; een scène die hij zó lang uitrekt tot er een soort trance ontstaat. Het ballet van emoties in die scène heeft me altijd enorm aangegrepen. De spanning tussen de camerabewegingen, de lichaamstaal van de acteurs en de muziek, is betoverend.’ Right on, Marty – die woordeloze liefdesverklaring waarvan sprake behoort tot het ontroerendste wat we ooit hebben gezien; ’t is een scène die ons altijd weer het gevoel geeft dat we door een prachtige droom aan het waden zijn.

Kubrick is intussen vijftien jaar dood, de wormen hebben zijn lichaam allang verteerd, maar wij zullen hem altijd blijven zien als – en we zeggen het zonder de minste schroom – een grote kunstenaar die ons leven rijker en magischer heeft gemaakt. Hier met die roemer wijn; en hier is onze dronk op u, Meneer Kubrick.

Bekijk de  trailer:

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven