#14: Escape From New York (John Capenter, 1981)

, door (es)

efny

We dachten al dat hij dood was, maar daar komt hij dan toch in de Gulf Fire, zijn geliefde zweefvliegtuig, eindelijk de Top 100 binnenzweven: Snake Plissken, de immens coole vrijbuiter uit John Carpenters fantastische sciencefictionclassic ‘Escape From New York’. U merkt het, we komen stilaan in de buurt van de écht goeie films!

Snake Plissken! Luister, in sommige opzichten zijn we heel soepel in de leer: u vindt Stanley Kubricks ‘Barry Lyndon’ toch maar een afstandelijke film? Alle begrip daarvoor. Maar op andere vlakken zijn we fundamentalistischer dan de paus: wie bij het uitspreken van de naam Snake Plissken niet een héél klein beetje spontaan begint te grinniken, mág zichzelf eenvoudigweg geen filmfan noemen, voilà! Wat ons betreft is het simpel: samen met Indiana Jones en Han Solo vormt Snake Plissken het Gouden Truimviraat der Onsterfelijke Jeugdhelden; als we – rennend door de speeltuin of dwalend door de kamers in ons ouderlijke huis – Han of Indy niet waren, dan waren we hém. Snake Plissken: wereldwijd gezocht gangster. Een ex-combatsoldaat die nog in de Derde Wereldoorlog heeft gevochten (in Leningrad, meer bepaald). Een eeuwige rebel met een vermetele niets-raakt-mijn-kouwe-kleren-attitude. Een futuristische piraat, die met die ooglap, die camouflagebroek, die morsige leren jas en dat zwarte mouwloze onderhemdje wel lijkt weggelopen uit één of andere sombere graphic novel.

Er wordt gezegd dat Snake wordt vertolkt door ene Kurt Russell, maar de fans weten dat Snake zich door niemand laat vertolken – Snake is Snake, punt. In het begin van het verhaal staat politiecommandant Bob Hauk (Lee Van Cleef) op het punt om de pas gearresteerde Snake per helikopter over te brengen naar New York City – ooit een wereldstad, nu een volledig ommuurde maximum security-staatsgevangenis (de voice-over: ‘De regels zijn simpel. Eens binnen, raak je nooit meer buiten’). Maar de politiebasis op Liberty Island staat om een nog andere reden in rep en roer: een terrorist van The National Liberation Front of America heeft zonet Air Force One, het vliegtuig van de Amerikaanse president, in Manhatten tegen een wolkenkrabber laten knallen. De beelden van die crash, die wij reeds als kind bijzonder angstaanjagend vonden, hebben er in de loop van de geschiedenis een extra hallucinante dimensie bijgekregen: de roodverlichte cockpit, de brullende terroriste en de piloot met de overgesneden keel doen denken aan Mohammed Atta en 9/11, en het daaropvolgende beeld van die veiligheidsagent die vergeefs tegen de cockpitdeur staat te beuken, roept de verschrikking op van Germanwings-vlucht 4U9525. En wie, denkt u, krijgt vervolgens van Hauk de opdracht om de president (Donald Pleasance), die zich in een reddingspod heeft weten te verschansen, binnen de 24 uur uit de hel van New York weg te halen? Inderdaad: Snake Plissken – want hij is de enige die met de Gulf Fire ongezien de skyline kan binnenglijden. Zodra Snake op het dak van het World Trade Center is geland, betreden we samen met hem een waarlijk spookachtige, uit een duistere verbeeldingskracht afkomstige, in schitterende widescreencomposities gevatte wereld. De door fakkels verlichtte schouwburg waar een groep in jurken gestoken gevangenen een vrolijk musicalnummer brengt (‘Shoot a cop/With a gun/The Big Apple is plenty of fun!’). Snake die in de geelverlichte krochten van die schouwburg aanschouwt hoe twee freaks een naakt meisje aan elkaar doorgeven terwijl een derde nozem ritmisch in de handen staat te klappen. De geheimzinnige kléng-kléng-kléng!-geluiden in de nacht. Carpenter (‘Halloween’, ‘The Fog’) wist in ‘Escape From New York’ voor heel weinig geld een indrukwekkende, ongemeen beklemmende, bijna onwezenlijke atmosfeer te scheppen; de sfeer van een postapocalyptische nachtmerrie. In de lange New Yorkse nacht kruisen we het pad van een hoop andere onvergetelijke figuren, die Snake allemaal uit het verleden schijnen te kennen (‘Hey Snake! Ik dacht dat je dood was!): Cabbie (Ernest Borgnine), een met molotovcocktails gewapende taxichauffeur die Snake uit een benarde situatie redt; Brain (Harry Dean Stanton), een goochemerd die zich met zijn mokkel Maggie (Adrienne Barbeau, aan wier décolleté we indertijd onze eerste natte droom te danken hadden) ophoudt in de New York Public Library; en natuurlijk The Duke (Isaac Hayes) – de Number One, The Big One die rondrijdt in een Cadillac waarvan de koplampen zijn vervangen door kroonluchters.

En bekijk nu eens die cast: Ernest Borgnine! Harry Dean Stanton! Donald Pleasance! Lee Van Cleef! Isaac Hayes! Wij zeggen u: Marlon Brando, Robert De Niro en Daniel Day-Lewis mogen objectief bekeken dan de betere acteurs zijn, ons hart heeft altijd sneller geklopt voor dit vreemde stelletje verwaaide B-film-karakterkoppen (aangevuld met één verloren gelopen soulzanger). Snake, Brain, Cabbie, Maggie: ze zijn ons even dierbaar als Suske, Wiske, Lambik en Jerom. Wist u overigens dat de soundtrack van ‘Escape From New York’ – die prachtige, monumentale, legendarisch geworden synthsoundtrack die tot op de dag van vandaag zo veel componisten en cineasten beïnvloedt – de allereerste plaat is die ooit in ons bezit is gekomen? En dan hebben we het niet over de digitaal geremasterde versie, maar over de oorspronkelijke ‘Bande Originale du Film’ op vinyl! Op de nu totaal vergeelde hoes staat nog een boodschap van ons poatjen te lezen: ‘Voor uw uitslag in de 5de klas bij meester Croes. Doe zo verder.’ Of hoe we, telkens we naar Snake Plissken kijken, ook altijd weer een beetje aan meester Croes moeten denken. En dan gaan we nu de laptop dichtklappen, onze ooglap aandoen, en verder doen: call me... Snake!

Bekijk de trailer:

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven