#13: Blood Simple (Joel en Ethan Coen, 1984)

, door (es)

coen

De nacht dat we ‘Blood Simple’ ontdekten, de debuutfilm van de gebroeders Coen, was een nacht vol kippenvel, elektriciteit, en verrukking.

Onze oudjes waren gaan slapen, maar wij waren gewoontegetrouw opgebleven voor ‘Moviedrome’, het legendarische filmprogramma op de BBC waarin regisseur Alex Cox iedere zaterdag na de klok van middernacht twee cultklassiekers van een even spitante als meeslepende inleiding voorzag.

We kunnen ons niet meer precies herinneren wat Cox over ‘Blood Simple’ te zeggen had, maar sowieso had niets of niemand ons helemaal kunnen voorbereiden op de overrompelende wow!-ervaring die ons die onvergetelijke nacht te beurt viel: het was alsof de wereld rond ons wegviel (onze Calvé-nootjes bleven anderhalfuur lang onaangeroerd) en we samen met de film in een soort magisch krachtveld gevangenzaten.

À propos: ‘Blood Simple’ is lang niet de enige geliefde classic die we dankzij Cox hebben leren kennen. ‘The Wicker Man’, ‘Electra Glide in Blue’, ‘Razorback’, ‘Johnny Guitar’, ‘At Close Range’, #98, #32, #8: allemaal voor de allereerste keer gezien in ‘Moviedrome’! Yep, achteraf gezien is Alex Cox bijna even belangrijk voor ons geweest als ons poatjen, die ons in onze vlegeljaren aan ’t handje meenam naar de Trioscoop. Zulke goede gidsen vind je in geen enkele App Store.

Terug nu naar ‘Blood Simple’. Ook al hadden we op dat moment nog nooit van de Coens gehoord (het briljante ‘Miller’s Crossing’, de eerste film van hen die we in de cinema zagen, moest nog uitkomen), het was overduidelijk dat die twee prille, uit Minnesota afkomstige cineasten iets heel bijzonders in hun mars hadden; het was alsof we tijdens die magische nacht de bevoorrechte getuige waren van de geboorte van twee rasechte filmmakers; heel ons lijf was doordrongen van een ‘die mannen schrijven filmgeschiedenis in onze ziel’-gevoel. O ja: voor de liefhebbers van statistieken geven we gauw mee dat er in onze Top 100 slechts drie debuutfilms staan, en dat ‘Blood Simple’ van die drie de hoogstgenoteerde is (#37 en #47 zijn de andere twee).

De allereerste scène, met die zinderende landschappen en die heerlijk mijmerende voiceover (‘In Texas sta je er alleen voor’), dompelt je meteen onder in een onheilszwangere atmosfeer; scène nummer twee, een virtuoos gefilmd gesprek tussen een man en een vrouw in een auto, zet vervolgens de raderen van een bloederig moordcomplot in werking (een complot waarover we hier verder niets gaan onthullen, behalve dan dat het duivels goed in elkaar zit). Vijf minuten, meer hebben de Coens niet nodig om hun briljante visitekaartje af te geven.

Echt grote cineasten kun je ook herkennen aan de geniale details waarmee ze hun films besprenkelen – zoals de kras die de teennagel van de jeugdige Frances McDormand in de houten vloer maakt wanneer ze door Dan Hedaya, een geweldige acteur met een kinnegleuf waarin je een lijk kunt laten verdwijnen, door het huis wordt gesleurd. En hoeveel cineasten zouden de ballen hebben om hun film te laten eindigen met een close-up van de druipende onderkant van een lavabo? Alleen zij.

‘Blood Simple’ zit trouwens barstensvol met camerahoeken en camerabewegingen die de aandacht onbeschaamd naar zichzelf toe trekken, zoals wanneer de broers hun camera over de vloer van de bar laten glijden terwijl ze het schitterende ‘It’s The Same Old Song’ van de hartverheffende Four Tops laten losbarsten. Je kunt argumenteren dat die camerabewegingen geforceerd en gekunsteld zijn, en dat de Coens hier stijl boven inhoud laten primeren, maar het punt is dat het camerawerk in ‘Blood Simple’ zó opwindend oogt, en zó veel bijdraagt aan het kijkplezier, dat al die argumenten pardoes in het water vallen.

Mogen zeker niet onvermeld blijven: de heerlijke vertolking van de prachtige New Yorkse acteur M. Emmett Walsh als de boosaardige privédetective Loren Visser, de magistrale sequens waarin John Getz een plas bloed probeert op te kuisen met zijn opgevouwen windjack en zich vervolgens met veel moeite tracht te ontdoen van een gestaag leegbloedend lichaam, en de nu en dan binnendwarrelende pianoklanken van Carter Burwell; klanken die de hele film onder de gehoordrempel van een zekere dromerigheid voorzien.

Alles bij elkaar genomen was ‘Blood Simple’ veel meer dan zomaar het spreekwoordelijke visitekaartje; het was de formidabele droomtrap waarmee de Coens de poorten naar de roem openschopten. Vijftien films hebben de broers sindsdien gedraaid, ze naderen intussen al de 60, maar wie vandaag ‘Blood Simple’ aanschouwt, zal merken dat alles eigenlijk al in hun eerste film besloten ligt – hun virtuoze stijl, hun onnavolgbare humor (‘Ik had graag z’n gezicht gezien toen de straat bleek dood te lopen’), hun aandacht voor kleine maar cruciale plotelementen (de chromen aansteker!), hun hang naar onconventionele slotbeelden. ‘No Country For Old Men’ (#43) mag dan (althans wat ons betreft) hun meesterwerk zijn, ‘Blood Simple’ is hun machtige bronader. En dan gaan we nu eindelijk die Calvé-nootjes opsmikkelen.

Bekijk de trailer van 'Blood Simple'

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven