#5: 'Rumble Fish' (Francis Ford Coppola, 1983)

, door (es)

rumble fish

Na ‘The Godfather: Part II’ was Francis Ford Coppola de oppergod van Hollywood – er stonden drie Oscars op zijn schoorsteenmantel, hij zwom in het geld, de wereld lag aan zijn voeten. Diep, diep, diep zou zijn val zijn.

Bijna even diep als de val die Gandalf maakte toen de Balrog hem van de Brug van Khazad-dûm trok. Al was het geen Balrog die Coppola nekte, maar zijn eigen megalomanie. Coppola’s Moria heette ‘One from the Heart’: een financieel uit zijn voegen barstende musical waarmee hij naar eigen zeggen eventjes de cinema zou heruitvinden – tijdens de opnames sloot hij zich op in een met de modernste technologische snufjes volgestouwde container en sprak hij zijn acteurs toe via een intercom.

Probleempje: het resultaat leek nergens naar, de film werd massaal afgekraakt en geen kat ging kijken. De gevolgen waren catastrofaal voor Coppola: de deurwaarders verdrongen zich voor zijn deur, hij werd bankroet verklaard en hij diende zijn studio, zijn huizen en zijn inboedel te verpanden – het enige wat hij uiteindelijk kon redden, was zijn wijngaard in Napa Valley. En toen, net toen hij rock-bottom zat, gebeurde een wondertje: er viel een brief in zijn bus van de secretaris van een middelbare school in Fresno, Californië.

In die brief stond dat de leerlingen van de school Coppola hadden uitgeroepen tot de meest geschikte regisseur om ‘The Outsiders’ te verfilmen, een novelle van S.E. Hinton die in die tijd erg populair was in studentenkringen, over de rivaliteit tussen twee straatbendes. Coppola, geflatteerd en ontroerd door de 110 kleine handtekeningen die in de brief stonden, zette zich niet alleen aan de verfilming van ‘The Outsiders’, maar ook van ‘Rumble Fish’, een andere novelle van Hinton. ‘The Outsiders’ werd een lyrisch drama; ‘Rumble Fish’ werd Coppola’s meest magische film.

Matt Dillon speelt Rusty James, een straatbendeleider die niet zo goed beseft dat het era van de straatbendes eigenlijk voorbij is. Rusty James gedraagt zich tegenover zijn vrienden en zijn liefje zo stoer en macho mogelijk, maar iedereen weet dat hij in de schaduw staat van zijn oudere broer, de mythische Motorcycle Boy (Mickey Rourke), die na een lange afwezigheid naar het stadje is teruggekeerd. Coppola kon op de set niet langer beschikken over de grote middelen en budgetten van weleer, maar wie ‘Rumble Fish’ bekijkt, kan niet anders dan concluderen dat die beperking een zegen voor hem was; zijn creatieve sappen, die op de set van ‘One from the Heart’ toch een beetje waren gestold, begonnen weer à volonté te stromen.

Coppola bestempelde ‘Rumble Fish’ als een ‘artfilm voor jongeren’, en hoewel die omschrijving een beetje angstaanjagend klinkt (veel mensen beginnen bij het horen van het woord ‘arthousefilm’ spontaan te kotsen), klopt ze wel. Coppola goot de ballade van Rusty James en de Motorcycle Boy in een wonderbaarlijke vorm: bedwelmend mooi zwart-wit, prachtige expressionistische schaduwen, wonderlijke camerastandpunten; Coppola’s liefde voor de cinema en zijn virtuoze beheersing van het medium spátten van het scherm. En Stewart Copeland, de briljante drummer van The Police, componeerde voor ‘Rumble Fish’ één van de mooiste filmsoundtracks aller tijden; een op hypnotiserende ritmes drijvende klankdroom waarin je aldoor het droeve voorbijtikken van de tijd hoort.

De muziek, de look, de zachte galm die in sommige scènes op de stemmen van de personages lijkt te liggen en de steeds terugkerende beelden van de in fast forward voortsnellende wolken geven aan de film een prachtige poëtische vibe; ’t is alsof ‘Rumble Fish’ zich niet in de échte wereld, maar in een droomuniversum afspeelt. Het knokduel tussen Rusty James en Biff Wilcox, onder de bogen achter de dierenwinkel, heeft dan weer de allure van een dans van Vandekeybus.

En kijk eens naar die onwaarschijnlijke cast. Mickey Rourke was nog lang niet de botoxfreak die hij vandaag is, maar een jonge, knappe, sierlijke acteur met een spectrale mystery quality. En verder: Dennis Hopper als de laveloze vader! Tom Waits als de filosofische wisecracks afvurende uitbater van Benny’s Billiards! De amper 19-jarige Nicolas Cage als Smokey – hij en Dillon hebben een prachtige scène aan het raam van Benny’s Billiards. Vincent waer bestu bleven Spano als Steve! Laurence Fishburne! De diep betreurde Chris Penn – broer van Sean – als B.J. Jackson! En daar: de 12-jarige Sofia Coppola als het wijsneuzige zusje van Diane Lane! Reken maar dat het op de set van ‘Rumble Fish’ was dat Sofia voor de eerste keer de weemoedige sfeer opsnoof waarin ze later haar eigen films zou onderdompelen.

‘Rumble Fish’ is ook van grote invloed geweest op onze garderobe en zelfs op onze manier van doen: vroeger liepen we altijd door het nachtleven met de armen cooltjes voor de borst gekruist, net zoals de Motorcycle Boy (niet dat we er ooit successen mee hebben geboekt). En tot op de dag van vandaag lopen we over straat met de kraag van ons colbertje recht omhooggeslagen, Motorcycle Boy-style!

Tot slot vinden we in ‘Rumble Fish’ ook één van de mooiste zinnen aller tijden terug, prachtig gebracht door Rourke: ‘Californië is als... Yeah, Californië is als een bloedmooi, wild meisje dat heroïne gebruikt... Ze zweeft hoog als een vlieger, denkt dat ze alles onder controle heeft en merkt niet dat ze sterft, zelfs als je haar de tekens laat zien.’

Bekijk de trailer van 'Rumble Fish':

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven