#6: 'La Dolce Vita' (Federico Fellini, 1960)

, door (es)

la dolce vita

Hoe vreemd. Toen we ons ongeveer twintig jaar geleden voor de allereerste keer in ‘La Dolce Vita’ onderdompelden (we waren drie), zagen we een opzwepende film waarin, zo leek het wel, onafgebroken werd gefeest; een spetterend bacchanaal vol Gin Fizz, Veuve Clicquot, voluptueuze mamzels en twinkelend droomstof à gogo.

Maar wanneer we nu kijken, met een baard in de keel die angstwekkend goed op een krop lijkt, zien we een onwaarschijnlijk wrange film vol gefnuikte ambities, verbrijzelde dromen en Veuve Tristesse. Heeft ons geheugen een truc met ons uitgehaald? Is het Leven er ergens onderweg tussen gekomen? 

Hoe dan ook: twintig jaar geleden zouden we ‘La Dolce Vita’ op 23 in onze Top 100 van Beste Films hebben gezet, nu staat hij op 6. Let wel: Fellini’s beroemdste klepper blijft een onweerstaanbaar schouwtoneel, een meesterlijk toverwerk dat zin geeft om je in de bruisende nacht te storten en om champagne en valpolicella te drinken. Marcello (Marcello Mastroianni), de onvergetelijke hoofdfiguur, is een societyreporter die dag en nacht door de straten van Rome suist, op zoek naar scoops, roddels en nieuwtjes over de sterren en de celebs die zich in de nachtclubs en de luxerestaurants ophouden – de term paparazzo komt trouwens uit ‘La Dolce Vita’: Paparazzo is de naam van Marcello’s opdringerige fotograaf.

Zijn kostuum, zijn das, zijn zonnebril: zo cool dat Mastroianni, onze favoriete Italiaanse acteur aller tijden, er in die tijd uitzag! Telkens als we hem in ‘La Dolce Vita’ zien, voelen we de enorme aandrang om onze van hippe gaten en scheuren voorziene G-Star-jeans in de vuilnisemmer te kieperen en in Café De Video te verschijnen in een onberispelijke smoking met een sexy strikje (maar uiteindelijk hebben we nooit de ballen).

Net zoals Marcello gaat waar zijn opdrachten hem heen brengen, zo gaan wij – in een heerlijk losse, sensueel meanderende plot – waar de film ons heen voert: we fladderen door restaurants, dansclubs, cabarets, luxeflats en door het feestgedruis op de Via Veneto; we ontmoeten hoeren, acteurs, kunstenaars, would-be-intellectuelen en clowns; Fellini trakteert ons op een overweldigende rondrit door de Eeuwige Stad. In één van de zaligste scènes barst er in een als Romeinse tempel ingerichte nachtclub een uitzinnig feest los: enkele knappe dames en heren dansen de conga, een rock-’n-rollgroepje neemt over, Anita Ekberg gooit haar schoenen uit en roept ‘Kom, iedereen, volg mij!’, en ineens zet iedereen het in haar kielzog op een dansen terwijl de saxofoon en de elektrische gitaren van jetje geven – een tafereel waar we nooit genoeg van zullen krijgen.

Dit is overigens een cruciale film in het oeuvre van de Maestro: wie naar ‘La Dolce Vita’ kijkt, ziet, hoort en voelt hem de oversteek maken van de neorealistische cinema die hij in zijn beginjaren bedreef, naar de exuberante droomcinema die we als ‘typisch Fellini’ zijn gaan beschouwen. En o, wat is het genieten van zijn meesterschap. Zoals Da Vinci zijn schilderpenselen gebruikte om grootse kunstwerken te scheppen, zo verlustigt Fellini zich in de fantastische mogelijkheden die Vrouwe Cinema hem biedt.

Waarom waadt Anita Ekberg, in één van de beroemdste scènes uit de filmgeschiedenis, door het water in de Trevi-fontein? Omdat haar personage in een onbezonnen bui is, uiteraard. Maar ook omdat Fellini gewoon wíst dat die opname, in dát decor en met díé actrice, een scène voor de eeuwigheid zou opleveren . En omdat hij de innerlijke vreugde die hij ongetwijfeld moet hebben gevoeld toen hij de hele scène regisseerde, met u wil delen. Persoonlijk intermezzo: we vragen ons af of onze hang naar rondborstige blondines niet is ontstaan doordat we als kind Anita Ekberg aan het werk zagen in ‘La Dolce Vita’ – smijt een dwerg in haar decolleté, en je vindt hem nooit meer terug.

Maar let op: ineens komt de wrangheid de film binnensijpelen. Ineens krijg je in de smiezen dat Marcello, waarvan we eerst dachten dat hij het ultieme embleem van cool was, in feite een tragische, door zelfhaat verteerde man is die evenveel walging als fascinatie voelt voor het wereldje waarin hij zich beweegt. Marcello en zijn celebrityvrienden zijn als feestvlinders die in de nacht proberen te ontsnappen aan het aardse bestaan, ze maken hun leven zo intens en zo bruisend mogelijk, maar dat wil nog niet zeggen dat ze gespaard blijven van de verschrikkelijke slagen die hun innerlijke demonen hen toebrengen.

Het mooie leven dat ze leiden, blijkt uiteindelijk maar een flinterdunne, steeds meer afbrokkelende façade; ‘La Dolce Vita’ is het portret van een illusie. Fellini voert de bitterheid naar een krankzinnig hoogtepunt tijdens het laatste feestje, wanneer Marcello finaal knapt – ineens zien we hem paardjerijden op de rug van een ladderzatte vrouw en zien we hem de veertjes uit een opengescheurd kussen uitstrooien over de beschonken feestvierders die nu één voor één het huis verlaten, alsof hij hen – arme zielen – wil zegenen.

Ja, aan alle feestjes komt een einde. Ook aan dat van de Top 100. Nog vijf!

Bekijk de trailer van 'La Dolce Vita':

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven