#4: 'Blue Velvet' (David Lynch, 1986)

, door (es)

blue velvet

Zelden zo zenuwachtig geweest als toen we in zaal 2 van de Trioscoop zaten te wachten op de begingeneriek van ‘Blue Velvet’; we voelen nog steeds de zweetvlek in onze rug! Tot op het allerlaatste moment waren we doodsbang dat het cinemapersoneel ons zou betrappen – ‘Blue Velvet’ was namelijk ‘kinderen niet toegelaten’, en wij droegen in die tijd nog een korte broek. De ópluchting toen de film eindelijk begon – en we waren erbij!

Het gekke is: wanneer we nu nog eens naar ‘Blue Velvet’ kijken (die korte broek hebben we intussen ingeruild voor een G-Star Raw), keert dat schrikgevoel altijd een beetje terug; het gevoel dat we iets aan het doen zijn wat eigenlijk verboden is; het gevoel dat we iets zien wat eigenlijk niet gezien mag worden. Precies zoals Jeffrey Beaumont (Kyle MacLachlan) zich voelt wanneer hij vanuit zijn plekje in de wandkast getuige is van de bizarre taferelen in het appartement van nachtclubzangeres Dorothy Vallens (Isabella Rossellini).

Maar wacht, eerst even amylnitrietgas terugnemen: voor diegenen onder u die ‘Blue Velvet’ nog nooit hebben gezien (er staat u iets te wachten!) geven we mee dat Jeffrey, een student uit het houthakkersstadje Lumberton, in het begin van de film in het gras een afgesneden oor heeft gevonden. Jeffrey, een plichtsbewuste jongen, steekt het oor in een papieren zak en trekt er prompt mee naar de politie: ‘Ik dacht, laat ik het maar naar u brengen.’ Waarna agent Williams (George Dickerson) een blik in het zakje werpt en droogweg zegt: ‘Ja, dat is inderdaad een menselijk oor.’ Vraag ons niet waarom, maar we hebben die scène altijd onwaarschijnlijk grappig gevonden – humor uit Lynchland.

Agent Williams verzoekt Jeffrey om met niemand over het oor te praten en om er geen verdere vragen over te stellen, maar het is al te laat – de privédetective in Jeffrey is wakker geworden en samen met Sandy, de dochter van de agent (Laura Dern), trekt hij op onderzoek uit; om niet alleen in die wandkast terecht te komen, maar ook in een donkere maalstroom vol sadisme, sm, geflipte liefde en travestieten die Roy Orbison playbacken – het is dankzij ‘Blue Velvet’ dat we The Big O hebben leren kennen! Dank u, David Lynch!
In die maalstroom treffen we ook één van de meest memorabele filmpersonages ooit aan: Frank ‘Don’t you fucking look at me!’ Booth, de amylnitrietsnuivende maniak, met een griezelige intensiteit vertolkt door de grote Dennis Hopper.

Wij hebben ‘Blue Velvet’ altijd de beste film van David Lynch gevonden – de perfecte fusie tussen een surrealistisch Lynch-mysterie en een traditionele thriller; een verwrongen droom verpakt in een spannend moordverhaal. Lynch begint met je neer te planten in een onschuldig uitziend suburban Amerika; een perfecte, té perfecte wereld waar de tuinhekjes stralend wit zijn, de grasvelden biljartgroen en de rozen vuurrood – ‘Hey, it’s a sunny day in Lumberton, so get those chainsaws out!’ En vervolgens laat hij de vreemdheid door alle gaten en kieren binnensijpelen – de wriemelende insecten onder het grasperkje vormen de eerste aanwijzing dat niets is wat het lijkt, dat er onder die idyllische schoonheid van small town America (of van Deurle, of van Sint-Amandsberg) onnoemelijk veel ranzigheid schuilgaat. Lynch schept, zoals alleen hij dat kan, met relatief eenvoudige middelen een diepduistere, allesomhullende, ultraverontrustende atmosfeer: de melancholische openingsmuziek van Angelo Badalamenti; de wind die ’s nachts unheimlich door de bomen ruist; de beroemde shot waarin we letterlijk in de schelp van het afgesneden oor glijden (het sein dat we samen met Jeffrey door een mysterieus portaal stappen en een andere, licht surreële wereld betreden).

Maar er valt, zoals gezegd, ook veel te grinniken! Jeffreys kippenloopje. De Heineken-running gag. Jeffrey die zich als insectenverdelger vermomt – we kennen maar één iemand die ook zoiets zou durven, en dat is Lambik! Veel briljante vondsten ook – Jeffrey die ’s nachts stiekem in het appartement van Dorothy Vallens rondsnuistert en het afgesproken signaal van Sandy niet hoort (‘Ik zal vier keer toeteren, dan weet je dat ze eraan komt’) omdat hij precies op dat moment de wc doorspoelt.

Maar ‘Blue Velvet’ dringt ook op een dieper, onrustwekkender niveau bij je naar binnen. Wanneer Jeffrey vanuit zijn wandkast ademloos meemaakt hoe Dorothy en Frank zich overgeven aan een wel héél bizar spelletje, ontdekt hij prikkels en verlokkingen waar hij tot voor kort zelfs het bestaan niet van afwist. ’t is alsof je al je hele leven de liefde bedrijft in het klassieke missionarisstandje, en ineens komt Frank Booth de slaapkamer binnenvallen: ‘It’s daddy, you shithead! Baby wants to fuck!’ En net zoals Jeffrey ben je geschokt en gedegouteerd – maar kun je je ogen niet afwenden.

‘Blue Velvet’, zo beseffen we nu, is veel méér dan zomaar een film; het is een initiatie. Samen met Jeffrey maak je de oversteek van je eigen, veilige huis naar een godsliederlijke onderwereld; een wereld waar vrouwen wonen die zinnen uitspreken als: ‘Wil je stoute dingen doen? Zeg ’t maar.’ Yep, David Lynch voert je in ‘Blue Velvet’ mee op een onvergetelijke joyride op de scheermesdunne grens tussen normaal en bizar, tussen geilheid en zedenbederf, tussen goed en slecht, tussen licht en donker. Wanna go for a ride?

Bekijk de trailer:

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven