#2: 'Blade Runner' (Ridley Scott, 1982)

, door (es)

blade runner

De op één na beste film aller tijden speelt zich af tegen de verbijsterende achtergrond van een wonderbaarlijke metropool; in een tijd waarin de aarde zijn beste tijd heeft gehad.

De bewoners van Los Angeles krioelen onder laag overzwevende reclameschepen door elkaar in een door mist en neonlicht gedomineerde wereld waar het voortdurend regent, waar het eeuwig nacht lijkt, en waar – gezien de vele mondmaskers in het straatbeeld – de luchtvervuiling wel heel ongezonde proporties heeft aangenomen. De meeste aardbewoners (en dan vooral zij die het zich kunnen permitteren, zo stellen wij ons voor) zijn al jaren geleden verhuisd naar de verre sterren in de diepe ruimte, de Off World.

Zij die in Los Angeles – een stad die in sommige scènes meer wegheeft van een Arabische soek dan van een Amerikaanse metropool – zijn achtergebleven, zijn ofwel honkvast, ofwel om medische redenen afgekeurd, zoals J.F. Sebastian (William Sanderson), de genetische ingenieur van de Tyrell Corporation. Of zijn na hun vervroegd pensioen gewoon blijven plakken, zoals Rick Deckard (Harrison Ford), de ex-blade runner die op zijn kruk in het noedelkraam somber zit te mijmeren over het verleden.

En ziehier meteen één van de indrukwekkendste troeven van ‘Blade Runner’: het universum dat Ridley Scott heeft geschapen, oogt even realistisch als verbluffend, even bruisend als onheilspellend. ‘Blade Runner’ is een ware triomf van production design, van fotografie, van architecturale visie, van dystopische verbeeldingskracht. Zoals trouwens al blijkt uit het allereerste beeld, met die gigantische gebouwen van de Tyrell Corporation die als mysterieuze piramiden oprijzen uit een zee van flonkeringen en vuurpluimen. En daarbovenop krijg je die wondermooie muziek van Vangelis; diepmelancholische melodieën die in magische golven over je heen spoelen.

Maar de verrukkelijkheid van ‘Blade Runner’ schuilt ook in de details: die futuristische paraplu’s (al ontgaat de functionaliteit van die lichtgevende stokken ons wel), de knotsgekke outfits (het lijkt wel elke dag Oilsjt Carnaval op straat), de spinners waarmee de flikken door het zwerk zweven. Dit is Ridley Scott op zijn virtuoost; nooit meer zou hij dit niveau evenaren.

Wanneer Deckard, die de opdracht heeft gekregen om vijf losgeslagen androïden op te sporen en af te knallen, het appartement van Leon (de betreurde Brion James) doorzoekt, laat Scott ineens een flard oriëntaals klinkende muziek opdwarrelen – het effect van die piepkleine touch is wonderbaarlijk; je voelt jezelf opstijgen in een droom. De decors, de designs, de muziek, het spel met licht en schaduw: het vloeit in elkaar over tot er iets ontstaat dat meer op poëzie dan op cinema lijkt. Overigens valt het aan te raden om de director’s cut uit 1992 te bekijken – dat is de versie zonder die irritante voice-over van Ford, met méér aanwijzingen dat Deckard himself weleens een Replica zou kunnen zijn, en met een sterker, donkerder einde.

Weet u wat het is? In wezen combineert ‘Blade Runner’ ons favoriete genre, het sciencefictiongenre, met onze dominerende gemoedstoestand, de weemoed. Toen we klein waren, nog onaangeraakt door het Leven, zagen we in die Replica’s – die zich na een muiterij in de Off World een gewelddadige weg naar de aarde hebben gebaand – alleen maar een groepje booswichten die de wereld kwamen bedreigen; en Deckard was de heldhaftige premiejager die hen zo snel mogelijk moest zien te liquideren. Tegenwoordig, nu de smaak van zuurtjes en colaflesjes een verre herinnering lijkt, hebben we eindelijk door dat Deckard helemáál geen held is (hij schiet er zelfs eentje lafhartig in de rug), en dat de Replica’s door en door tragische figuren zijn, Roy Batty (Rutger Hauer) voorop.

De Replica’s, robots vrijwel identiek aan de mens, maar in kracht en snelheid superieur, vertonen één groot, onherstelbaar mankement: ze hebben een levensduur van slechts vier jaar. Vier jaar om ervaringen op te doen, om herinneringen te maken, om te léven. En dus komt Batty aan Dr. Tyrell (Joe Turkel), zijn schepper, om méér vragen: ‘Ik wil meer leven, klootzak.’ En willen we dat niet allemaal? We zijn allen zoals Batty – niet gemaakt om lang mee te gaan.

De tragiek, de suspense, het geweld, de onvergetelijke citytrip die Scott ons laat maken: het culmineert allemaal in die laatste ‘Ik heb dingen gezien die jullie mensen niet zouden geloven’-monoloog, schitterend gebracht door Hauer op het dak van het befaamde Bradbury Building, tussen de neonborden, in de plenzende regen. Hier vindt ‘Blade Runner’ zijn wezenskern; hier beleeft Hauer zijn Groot Moment; hier komt de ontroering als in een dijkbreuk naar binnen gutsen; ’t is één van die momenten in de filmgeschiedenis waarop het hele universum heel even in balans lijkt te hangen.

En dan, helemaal op het eind, komt dat ene zinnetje. De zin die het allemaal samenvat, de pinakelzin van de melancholie: ‘All those moments will be lost in time, like tears in rain.’

Bekijk de trailer:

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven