
Naast hem lagen lege flessen water, blikjes sardines en cornedbeef, en enkele snoeprepen. De blinde passagier was meegekomen met een lading uit het Congolese Matadi: daar was het schip op 9 april vertrokken. De container, die nog altijd verzegeld was, had het schip niet meer verlaten tot in de haven van Antwerpen.
'Je hebt moed nodig om de boot te nemen. Het is een strijd op leven en dood'
Volgens de politie ging het om een zevenendertigjarige Congolees, die vermoedelijk door verstikking of ontbering was overleden. Volgens de Dienst Vreemdelingenzaken was het de drieëntwintigste verstekeling die dit jaar in de haven van Antwerpen werd aangetroffen. Het was van al die gevallen wel de eerste dode.
David Lowyck trad lang op als voogd voor minderjarige verstekelingen. Vandaag is hij directeur van Minor-Ndako, een vzw die niet-begeleide minderjarigen opvangt.
David Lowyck «De verstekelingen kruipen meestal zo diep mogelijk in het schip. Dicht bij de machines, of op moeilijk bereikbare plaatsen waar bijna nooit iemand komt. Maar omdat de zeereis vaak langer duurt dan ze hadden verwacht, raken ze in de problemen: hun water en eten is op, ze worden ziek of claustrofobisch, krijgen last van de warmte of te weinig zuurstof... Dan komen ze aan dek, op zoek naar eten of frisse lucht, en worden gesnapt. Soms geven ze zichzelf ook aan.
»Wanneer de bemanning hen betrapt, worden ze opgesloten tot het schip in de volgende haven aanmeert. De kapitein moet op voorhand aan de autoriteiten melden dat ze een verstekeling aan boord hebben. Zodra ze aan wal zijn, komt de zeevaartpolitie aan boord om de verstekeling te ondervragen. En vroeger, toen ik nog voogd was, werd ik opgeroepen als bleek dat het om een minderjarige ging.
»Die jongens waren niet altijd even goed behandeld door de bemanning. Ik ben eens op een schip geweest waar ze twintig minuten moesten zoeken naar de sleutel van de kajuit waar ze de jongere hadden opgesloten. Hij lag in een ijskoude ruimte onder een klein dekentje te rillen. Zijn behoefte moest hij doen in een zakje in de hoek van de kamer.
»Een andere keer hadden de matrozen de verstekelingen in een kooi gestopt die ze zelf met dranghekken in elkaar gestoken hadden. Er zijn ook verhalen over mishandelingen, verkrachtingen en verstekelingen die geketend overboord gegooid worden, maar die zijn moeilijk te controleren.
»Wat je wel kan vaststellen, is dat veel jongeren er bij aankomst slecht aan toe zijn. Bang en in de war. Uitgedroogd, uitgeput of ziek. Luizig. Ik herinner me een jongen, ik zie hem nog altijd de boot afkomen, in een smerige trainingsbroek, op blote voeten, met zijn hebben en houden in zijn ene hand: een vuil washandje met een tandenborstel erin. Het was een straatjongen uit Ghana, die als kind in de haven van Ivoorkust had gewerkt en zijn kans had gezien om op een boot te glippen.
»De meeste verstekelingen die in de haven van Antwerpen arriveren zijn aan boord gekomen in de havens van Dakar (Senegal), Abidjan (Ivoorkust), Lagos (Nigeria) en Safi, een havenstad in Marokko met een belangrijke sardinevangst. Het zijn vaak straatarme jongeren die in de haven aan de slag kunnen als kruier, en die in achtergelaten boten en lege containers wonen.
»Ze zijn wanhopig om aan hun ellendige situatie te ontsnappen, en proberen om op om het even welke boot te raken, zelfs zonder de bestemming te kennen. En dan maar hopen dat ze ergens in Europa zullen aankomen, of in Engeland, of Amerika.
»Meestal worden ze gewoon aan boord van het schip gehouden om terug te keren naar de haven vanwaar ze zijn vertrokken. Omdat ze voor een boel administratieve rompslomp hebben gezorgd, heeft het schip soms langer aan de kade gelegen, en daar kunnen de rederijen niet mee lachen.
»'Zullen ze onderweg wel goed behandeld worden?' vraag ik me dan af. Het gebeurt ook dat ze per vliegtuig gerepatrieerd worden. Alleen minderjarigen mogen van het schip af en kunnen hier een tijdje blijven omdat ze een beschermingsstatuut hebben. Maar meestal moeten ook zij op hun achttiende terugkeren.
»Verstekelingen op boten hebben niets te maken met mensensmokkelorganisaties. Dat is het grote verschil met illegalen die in de luchthaven aankomen: daar is altijd mensensmokkel mee gemoeid, en moet er dikwijls veel geld worden betaald. Bootvluchtelingen hebben dat geld niet. Ze handelen bijna altijd op eigen houtje. Het is de meest kwetsbare en minst bekende groep onder de zogenoemde gelukzoekers.»


































0 reacties
reageer ookReageer ook