Op zoek naar de 1 procent rijkste Belgen

, door (rw)

procent

Die ene procent zijn rijken: de bedrijfsleiders met toplonen, renteniers en bankiers. In interviews en schotschriften zijn ze een makkelijk doelwit. Een doelwit met diepe portefeuilles ook, waarmee de crisis te dempen valt. Maar wie zijn ze? Hoort u er, zonder het te beseffen, misschien zélf bij de Belgische één procent?

In september 2011 verzamelden zich op Wall Street zo'n duizend man: Occupy Wall Street noemden ze zichzelf, en in de maanden daarna zouden overal ter wereld tentenkampen opduiken onder de Occupy-vlag. Hun actie was opgevat als een protest tegen het bankwezen, het grootkapitaal en de groeiende kloof tussen arm en rijk.

Occupy had geen concreet eisenpakket en dus zou er niks veranderen, werd er geschokschouderd. Dat was fout geredeneerd. Occupy maakte één idee tot gemeengoed: het idee dat wij, de gewone mensen, de negenennegentig procent zijn. Jan met de pet die zich keer op keer de kaas van het brood geroofd ziet door de rijkste één procent. Nochtans is het die ene procent die de crisis heeft veroorzaakt, en die nu wéér langs de kassa passeert. Bankiers die gefaald hebben, krijgen een extra pensioen van een half miljoen euro per jaar, terwijl de pensioenen en uitkeringen van de gewone man worden teruggeschroefd.

Om dit Humo-artikel verder te kunnen lezen,
heeft u een abonnement nodig:

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven