© Photonews
Zijn vader, Gary Wiggins, was een Australische baanwielrenner die eind jaren zeventig in ons land zijn geluk kwam zoeken. Gary stond bekend als een begenadigd pistier, maar hij had vooral de reputatie van een dronkaard en een vechtersbaas, die zijn gezin al na twee jaar in de steek liet. In zijn autobiografie ‘In Pursuit of Glory’ (Orion Books) rekent Bradley af met zijn demonen en blikt hij terug op zijn afwezige vader.
'Hij heeft maar één doel: hij wil een legende worden'
Bradley Wiggins blijft een curiosum in het peloton. Eerst en vooral door zijn omscholing van succesvol baanwielrenner tot winnaar van rittenkoersen – hij vermagerde hiervoor bijna tien kilo.
Maar er is ook zijn uiterlijk: Wiggins is een mod, met het bijbehorende kapsel en de bakkebaarden - Paul Weller en The Who zijn z’n grote helden. En hij spreekt altijd vrijuit, ook over zijn drankprobleem, met een stevige dosis Britse humor – iets wat vooralsnog niet is ingeburgerd in het peloton.
Zijn bewogen levensloop is daar niet vreemd aan, en dat heeft hij gemeen met andere grote kampioenen - zoals Lance Armstrong, om er maar één te noemen.
Mijn vader groeide op in Morwell, een ruig mijnstadje op zo’n 150 kilometer van Melbourne, ver van alle paradijselijke stranden. Al snel bleek zijn talent voor wielrennen en toen hij op de piste nationaal kampioen werd bij de junioren, ontvouwde zich een mooie toekomst.
Gary zag het groots en maakte meteen plannen om naar Europa te verhuizen. Blind van ambitie hoopte hij roem en fortuin te vinden in het lucratieve zesdaagsecircuit. Het was zijn enige manier om te ontsnappen aan de sleur van de ‘smalltown’. Dat hij daarvoor een dochter en een tienermoeder moest achterlaten, kon hem niet schelen. (Bradley Wiggins in 'In Pursuit of Glory'.)
Op amper zeventienjarige leeftijd belandt Gary in Londen, waar hij Linda leert kennen, die al snel zijn vrouw wordt. Van daaruit gaat het naar Gent, het mekka van het baanwielrennen. Daar zijn ze hem nog niet vergeten.
Patrick Sercu «In die tijd woonden hier tientallen Australiërs en Nieuw-Zeelanders, allemaal avonturiers op zoek naar geluk – een beetje zoals de asielzoekers nu. Dat waren geen doetjes, hoor. Ik weet niet of je de Australiërs een beetje kent, maar da’s een ruw volkske.»
Staf Boone «Ik ving al die buitenlandse coureurs op die hier kwamen aangespoeld. Hij had letterlijk niets toen hij hier aankwam. Hij heeft een tijdje op één van mijn kamers gewoond. Een sympathieke gast, maar als hij gedronken had, veranderde hij in een beest.
»Ik herinner me nog dat hij en zijn maat Horse - we noemden hem zo omdat hij zoveel kon eten - geregeld opgepakt werden: ze hadden dan weer eens gebraden kippen gestolen in de Delhaize, en ze daar op de wc opgegeten. Die gasten wisten niet of ze de volgende dag wel iets te eten zouden hebben, hè.
»De plaatsen in de zesdaagsen waren duur, de concurrentie bikkelhard: het was een kwestie van overleven. Gelukkig bood Patrick Lefevere een oplossing.»































![Femen: sextremisten in Parijs [documentaire]](http://s5.img.humo.be/q80/w145/h82/img_886/886785.jpg)
0 reacties
reageer ookReageer ook