
Het is maart 2005. De vredige wereld in Medina, Minnesota ontwaakt langzaam uit een winterslaap als in huize LeMond de telefoon gaat. De beller huilt. Geoffrey LeMond, Gregs oudste zoon, vraagt of hij naar huis mag komen. Hij kan niet meer. Hij is op, doodop. Een vriend van hem is overleden aan een overdosis heroïne, en hij ziet het niet meer zitten. 'Je moet me helpen pap,' smeekt hij.
"'De schaamte zit zo diep... Alsof je niets van je succes verdient'"
De noodkreet komt niet onverwacht. Geoffrey is de rebel van de familie. Het jochie dat in 1989 nog zo vrolijk naar de wereld zwaaide toen zijn vader zich op de Champs Elysées in Parijs liet huldigen als winnaar van de Tour de France, zei altijd ja als zijn ouders nee schudden. En andersom. Hij kreeg geld van ze, maar net genoeg om op de universiteit van Wisconsin-Madison, op vijf uur autorijden van huis, te overleven. Meer konden ze niet voor hem doen.
We zijn amper een halfuur binnen als Greg LeMond (46) het levensverhaal van zijn oudste zoon uit de doeken doet. Hij vertelt hoe de jongen eens drie maanden in een ziekenhuis doorbracht, zodat hij zichzelf tenminste niks zou aandoen. Over hoe zijn zoon nooit met hem vergeleken wilde worden en voorbestemd leek zichzelf te vernietigen. Hij gebruikte marihuana en cocaïne, hij dronk en hij rookte. Het is een privéaangelegenheid, maar ze hebben er uitgebreid over gesproken: als Greg hij over zichzelf wil vertellen in een interview, kan hij de episode van zijn zoon niet weglaten. De twee zijn met elkaar versmolten.
Het is alsof LeMond op springen staat, acht uur lang. Zijn telefoon negeert hij al die tijd. Hij vertelt. In de keuken, in de gang, in zijn bibliotheek. Soms heeft hij de neiging af te dwalen, maar altijd komt hij terug waar hij was begonnen. Zijn verhaal vergt geduld.
Vriend van de familie
Hij is Greg LeMond, Tourwinnaar in 1986, 1989 en 1990, golden boy, personificatie van de American Dream. Hij deed als renner wat hij wilde. Hij at tijdens de Tour cheeseburgers als hij daar zin in had, hij flikte Laurent Fignon op de Champs Elysées met acht seconden, hij ontsnapte aan de dood tijdens een jachtongeluk en kwam toch weer terug aan de top. Iedere jongen met een fiets wilde in die tijd Greg LeMond zijn. Wisten zij veel.
Het gele papiertje waarop hij in 1978, na zijn eerste trip naar Europa, zijn vier grote doelen als wielrenner schreef, heeft hij nog steeds. Als we dat willen, kan hij het wel even zoeken. 1: wereldkampioen bij de junioren worden in 1979. 2: Olympisch kampioen worden in Moskou in 1980. 3: wereldkampioen bij de profs worden met 22 of 23 jaar. 4: de Tour winnen met 24 of 25 jaar. Doel één, drie en vier voltooit hij keurig op tijd, en als Amerika in 1980 de Spelen niet had geboycot, zou hij zonder twijfel aan ál zijn hoge verwachtingen hebben voldaan. Wat hij wil, krijgt en bereikt hij. Zelfs zijn eigen zoon confronteert hem ermee.
Als Kathy en Greg LeMond hun oudste zoon na dat telefoontje weer in hun huis in Medina opnemen, stellen ze een afkickprogramma samen. Hij moet om 10 uur naar bed, hij mag niet uitgaan, elke dag ondergaat hij een drugstest, eenmaal per week wordt in een laboratorium zijn bloed onderzocht. Dat is de deal.
Ze krijgen hem clean, maar het gezin valt bijna uit elkaar. Vergeleken met wat hij de laatste vier jaar heeft meegemaakt, is de Tour eenvoudig, zegt Greg LeMond. Er zijn veel succesvolle sport- en zakenmensen die worden gedreven door demonen uit het verleden. Hij weet zelf hoe ongezond dat is, want geld of glorie kunnen de leegte nooit opvullen. Hoe hard je het ook probeert.
'Jij hebt alles pa, je weet helemaal niet wat ik doormaak, je weet niet wat het is om ongelukkig te zijn,' zegt zoon Geoffrey voortdurend tegen zijn vader.
Het is de eerste van drie keer dat in zijn ogen tranen zullen opwellen. 'De pijn die hij had, de woede die hij voelde... Ik was wanhopig. Ik dacht: als je mijn verhaal maar kénde. Ik wilde hem vertellen wat ik als kind had meegemaakt. Ik wist dat het hem zou helpen, maar ik kon het niet,' zegt LeMond.
'Ik was depressief. Ik heb geprobeerd het mijn vrouw te vertellen, maar ik kon het niet. Zelfs toen ik stomdronken was, zei ik alleen maar: ik vertel het je wel op mijn sterfbed.'
Hij probeert uit te leggen hoe het voelt om als kind seksueel misbruikt te zijn, maar gaat er bij voorbaat van uit dat bijna niemand hem zal begrijpen. 'De schaamte, dat is het. Mannen die worden misbruikt, trekken alles in twijfel. Hun seksualiteit, wie ze zijn. En als je toegeeft dat je bent misbruikt, wil dat dan zeggen dat je dat zelf ook gaat doen? Er is het stigma. Het druist zo in tegen je mannelijkheid. Ik leer het nu pas een beetje te begrijpen.'
Hij was dertien. Zijn vader werkte, zijn moeder zorgde voor hem en zijn twee zussen. Het huwelijk van zijn ouders stond op springen en Ron, een vriend van de familie, hielp hem door die moeilijke periode.
'Ik weet niet... Ik herinner me niet meer of het misbruik drie maanden of een jaar en drie maanden heeft geduurd. Ik weet dát het gebeurd is. Ik weet wanneer het de eerste keer gebeurde. Ik kende hem sinds mijn achtste. Hij was mijn beste vriend. Er was daarvoor ook nooit iets gebeurd, tot ik in de puberteit kwam. Dat is wat pedofielen doen: ze wachten tot je oud genoeg bent.'
Marije Randewijk
Volkskrant





























![Aimé Van Hecke: 'Humo heeft afspraak met de 21ste eeuw gemist' [fotospecial]](http://img.humo.be/q90/w148/h148/img_352/352566.jpg)


0 reacties
reageer ookReageer ook