
De vrouw ligt op haar rug met de vuisten half gebald naast haar hoofd. Haar knieën heeft ze half opgetrokken, alsof ze nog vruchteloos heeft geprobeerd om in een embryohouding te gaan liggen: het is de houding van iemand die zich kwetsbaar voelt. Tussen haar vingers zitten plukken haar. Ze heeft een wonde aan het hoofd die niet fataal was, en vier messteken in haar lichaam die dat wél waren. Ze heeft enkele liters bloed verloren. In het bloed rond haar lichaam heeft haar doder voetsporen achtergelaten. Het lichaam is aangetroffen op de tweede verdieping van een huis in een dure buurt in Brussel. Een straat waar mensen gaan wonen omdat het er rustig en discreet is.
"Onze Man wordt Witse"
Karel Vastesaeger is net thuisgekomen als hij de oproep krijgt van de lokale politie. Karel is hoofdinspecteur bij de Division de Recherches 6 van de Federale Gerechtelijke Politie te Brussel, gemeenzaam de moordsectie genoemd, of la crime. Zoals gewoonlijk stelt hij niet veel vragen aan de telefoon. Tijdverlies: hij vertrekt toch meteen naar de plaats delict. Maar eerst belt hij zelf zijn teamleden Astrid Wanlin en Jamal Douidar op: ''t Is weer koekenbak.' De twintigste keer al dit jaar.
Per jaar verricht de moordsectie zo'n veertig 'afstappingen'. Vroeger waren er dat veel meer, maar na een hervorming in 2001 is beslist om de moordsectie alleen nog in te zetten voor zaken waarbij de dader onbekend is. Als een man zijn vrouw de hersens inslaat en hij wordt aangetroffen met de bebloede koekenpan nog in de hand, dan mag de lokale politie dat afhandelen. De moordsectie is een specialisteneenheid, die alleen de moeilijkste gevallen voor haar rekening neemt: roofmoorden, afrekeningen in het milieu, lustmoorden, seriemoorden.





























![Aimé Van Hecke: 'Humo heeft afspraak met de 21ste eeuw gemist' [fotospecial]](http://img.humo.be/q90/w148/h148/img_352/352566.jpg)


0 reacties
reageer ookReageer ook