
HUMO: Bent u soms jaloers?
JEAN-LUC DEHAENE « Neen: als je nooit naar een postje hebt gestreefd, word je niet makkelijk jaloers. Ik had destijds helemaal niet de ambitie om minister te worden: ik was perfect gelukkig als kabinetschef van Martens. En toen ze mij vroegen als premier, was ik mij net aan het voorbereiden op mijn exit uit de politiek.»
HUMO: In 1988 hielp u als formateur een rooms-rode regering in het zadel, maar toch werd Wilfried Martens premier: dat moet toch gestoken hebben?
DEHAENE « Neen. Ik wist zeer goed dat ik niet zelf premier kon worden: na onze switch van de liberalen naar de socialisten moest Martens de continuïteit garanderen, anders waren er problemen opgedoken binnen de CVP. Ik besefte trouwens zeer goed dat die regering geen cadeau was voor Martens: ik wist dat het voor hem wellicht een brug te ver zou zijn.»
HUMO: Hebt u hem dat toen ook gezegd?
DEHAENE « Neen: anders zouden Boudewijn en ik hem nooit overtuigd hebben.»
HUMO: En toen u in 1994 naast het voorzitterschap van de Europese Commissie greep, was u ook niet jaloers op Jacques Santer?
DEHAENE (ferm) « Na Korfu (waar Dehaenes kandidatuur gekelderd werd door de Britse premier John Major, red.) zat ik niet in zak en as. Ik vroeg me vooral af hoe ik dat duidelijk kon maken aan de bevolking.»
HUMO: En dus dacht u: ik voer een stevig medianummertje op?
DEHAENE (pretoogjes) « Zeer zeker: die RTBf-beelden, hier in de living tijdens België-Nederland, waren enorm belangrijk. Ik had vooraf tegen mijn woordvoerster gezegd: 'Als ik verkozen word, zeg je alle afspraken af, ook die met de RTBF. Maar als ik niet verkozen word, moet ik die match absoluut kunnen bekijken voor de camera's - zelfs wanneer dat betekent dat we alle Europese journalisten op Korfu moeten achterlaten.' Ik moest laten zien dat ik helemaal niet ontgoocheld was. (lachje) En dat is op wonderbaarlijke wijze gelukt: vanaf dat moment is mijn populariteit beginnen te stijgen.»
HUMO: Eigenlijk bent u een uitgekookt mediastrateeg?
DEHAENE « Als de mediaspecialisten en krantencommentatoren zeiden dat ik naar rechts moest gaan, wandelde ik graag naar links. Pas aan het eind van mijn ministeriële carrière zijn de échte strategen opgestaan: verander Dehaene niet, want dan is het Dehaene niet meer. De basisregel is: blijf altijd jezelf - en zet desnoods je meest markante trekjes extra in de verf.
.... » Ik wist heel goed hoe ik de media kon gebruiken. Als ze mij uitnodigden voor een debatprogramma, keek ik of het mij goed uitkwam. Op de redactie van 'De zevende dag' hebben ze mij ooit een bijzonder leuk compliment gegeven: 'U was de enige politicus van wie we niet op voorhand wisten of hij zou komen als we hem uitnodigden.' Dat is waar: als het moment niet goed zat, of als de andere gasten mij niet aanstonden, bleef ik gewoon thuis (lacht).»
HUMO: Leo Tindemans veroverde eind jaren zeventig het CVP-voorzitterschap met een beruchte speech in de Magdalenazaal: bent u jaloers op zoveel retorisch talent?
DEHAENE « Neen. Ik speech op een totaal andere manier - minder bevlogen, meer recht voor de raap - maar ik kan een zaal wel onder controle houden. Gisteren is in Vilvoorde de eerste steen gelegd voor het Huis van de Toekomst. We hadden verveeld staan luisteren naar een ellenlange reeks speeches, en toen het mijn beurt was, heb ik gezegd: 'Blijkbaar wordt het Huis van de Toekomst geopend met methodes uit het verleden.' (trots) Ik had de zaal meteen op mijn hand.»
HUMO: Zou u graag oneliners kunnen bedenken, zoals Steve Stevaert?
DEHAENE « Eigenlijk ben ik dáár jaloerser op: in onze mediamaatschappij zijn oneliners een enorme troef. Al vond ik de VRT-reportage over Stevaert in de campagne van 2003 wel ontluisterend: toen zag je dat hij zijn oneliners vooraf repeteerde. (fijntjes) Ik dacht dat het iets spontaner verliep.»
HUMO: Is echte vriendschap mogelijk in de politiek? Of zijn poltici daarvoor toch net iets te jaloers op mekaar?
DEHAENE « Vriendschap is moeilijk in alle beroepen, en het wordt nog moeilijker wanneer de concurrentie groot is. In de politiek is het vaak: jij of ik. Zelfs wanneer je al jaren uitstekend met iemand samenwerkt, zit in je achterhoofd toch altijd de gedachte: 'Het is mijn concurrent.' En de grootste concurrenten zitten vaak in je eigen partij. Als ik een staande ovatie kreeg op een CVP-congres, keek ik altijd recht in de ogen van de man van wie ik wist dat hij mij bij de eerste gelegenheid een mes in de rug zou proberen te planten.»
Voor de andere hoofdzonden, zie Humo 3411...




























![Aimé Van Hecke: 'Humo heeft afspraak met de 21ste eeuw gemist' [fotospecial]](http://img.humo.be/q90/w148/h148/img_352/352566.jpg)


0 reacties
reageer ookReageer ook