
Die ochtend ging Hans Van Themsche beneden in de refter ontbijten. Hij was intern in het Vrij Agro- en Biotechnisch Instituut in Roeselare en zat in het 5de jaar. Het was een ochtend zoals een andere: een boterham met choco en een kop koffie met suiker. Maar in plaats van naar de les te gaan, glipte Hans naar buiten en nam hij de trein naar Antwerpen. Hij liet er zich kaal scheren bij een kapper ('U mag achteraan wel een kleine staart laten') en kocht bij wapenhandelaar Georges Lang een repeteerbuks met munitie. Hans legde zijn geweer in de nek en was niet langer Hans de Slome, maar Hans de Verschrikkelijke.
Niets in de jeugd van Hans Van Themsche had erop gewezen dat hij ooit met een geweer bestemd voor de hertenjacht als een moorddadige ranchero door Antwerpen zou lopen. Hij groeide op in de wijk Neerland in Wilrijk en stond daar bekend als een brave loebas, die nooit een vlieg kwaad zou doen. Vader Peter was een hardwerkende schrijnwerker in loondienst; zijn orderboekje stond zo vol dat hij maar zelden thuis was. Moeder Lieve was een intelligente vrouw die makkelijk een universitair diploma had kunnen halen, maar besloot zich aan de opvoeding van haar zonen te wijden - en dat deed ze op haast religieuze wijze. Hans en zijn jongere broers Koen, Jef en Wim volgden het lager onderwijs in de Steinerschool aan de Boomsesteenweg - een vrij alternatieve schoolkeuze, maar Lieve zocht dan ook naar onderwijs dat de 'opmerkelijke kwaliteiten' van haar kinderen tot ontwikkeling zou brengen.
Later werden de jongens ingeschreven aan het Don Bosco College in Antwerpen. Op school gingen ze door voor vrij intelligent, maar bollebozen waren het niet. Hans kon goed mee in de eerste klassen van de lagere school, maar kreeg het later moeilijk. Moeder Lieve was er evenwel van overtuigd dat haar zonen bijzonder slim waren, in haar oudste zag ze zelfs een genie. 'Hans is hoogbegaafd,' vertelde ze vrienden. Ze had de jongen laten testen en hij bleek een IQ van ruim 130 te hebben. 'De lessen vormen geen uitdaging voor hem en daarom spant hij zich niet in. Hij verveelt zich dood in de klas.'
Maar Hans was ook pafferig en maakte op school eerder een lome indruk. 'Een gehoorzaam kind, maar teruggetrokken en futloos,' vertelt een lerares. 'Ik vrees dat hij geregeld werd gepest. Hij was groot en flink gebouwd, maar niet stoer. Hij hield niet van voetbal en wilde het liefst over dieren praten, bij voorkeur over poezen en konijntjes. De meisjes vonden hem schattig, maar de jongens lachten hem uit.' Zo werd hij eens in de toiletten gegijzeld door een groepje van vijf Marokkaanse jongens; ze duwden hem in een hoek en wilden hem niet meer laten gaan. Dat was de trigger voor de claustrofobie die het hem nog behoorlijk lastig zou maken. Toch reageerde Hans gelaten op de pesterijen; hij werd niet kwaad en ging niet vechten, hoewel zijn lichaamsbouw ongetwijfeld in zijn voordeel gespeeld zou hebben. Vaak liep hij maar wat alleen op de speelplaats rond om confrontaties te vermijden.
Moeder Lieve vertelde trots aan haar vriendinnen dat Hans 'zo lief en meegaand' was. In haar huis was trouwens geen plaats voor opstandigheid of woede. Hans wilde graag een speelgoedpistool, maar daar was Lieve tegen. En toen tante Frieda hem een pijl en boog cadeau gaf, liet ze duidelijk haar afkeuring blijken. Thuis moest er ouderwetse gezelligheid heersen: de snorrende kachel, de geur van koffie en vers brood, en de jongens die rustig hun huiswerk zaten te maken of met autootjes speelden. Hans had amper vrienden op school, maar hij had zijn broertjes en zijn moeder. Alles leek rozig en rustig ten huize Van Themsche.






















![Door het ijs! [videospecial]](http://img.humo.be/q100/w145/h82/http://img.youtube.com/vi/4LpIGU2lWqc/0.jpg)



![Door het ijs! [videospecial]](http://img.humo.be/q90/w148/h148/img_219/219584.jpg)







0 reacties
reageer ookReageer ook