Bart De Wever van A. tot Z

, door (jm)

BDW
© Jelle Vermeersch

Ter voorbereiding heb ik 'De ware De Wever' gelezen, het boek waarin gewezen De Morgen-journalist Kristof Windels de N-VA-voorzitter volgt tijdens zijn campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen in Antwerpen. Ik vertel De Wever - afgelopen vrijdag is hij 42 geworden - dat ik al op de eerste bladzij op een verrassing ben gelopen. Een petieterig dankwoordje van zijn hand aan de auteur laat hij beginnen met een smiley,die ludieke handtekening van de eenentwintigste eeuw. Hij reageert fijntjes: 'Is dat een verrassing? Je mag mij gerust een wandelend anachronisme vinden, maar ik ben wel al in de eenentwintigste eeuw aangekomen. Gedeeltelijk toch. Ik geef toe dat het voor mij moeilijk culturele hoogtepunten vinden is na 476 na Christus, maar toch heb ik een aantal dingen van de vorige eeuwen al geaccapareerd.'

Ik grijns. Voor het eerst zie ik De Wever in real life, en het is allemaal wáár: de cementen pokerface waarmee hij zijn komische sneren serveert, de mondhoeken die sip halfstok hangen, de vermoeide lodderoogjes. Een posterboy voor cassant formulerende melancholici. Ik vraag De Wever of ik hem mag tutoyeren. Dat mag. Of, correcter: 'Dat moet.' Klachten over mijn overmatig jijen en jouen in wat komt, stuurt u dus per aangetekende zending naar het Antwerpse stadhuis.

We beginnen, en al snel merk ik dat er nog een derde man aan tafel zit. Het is Marcus Tullius Cicero, politicus en redenaar, en dood sinds 43 voor Christus. Maar voor De Wever - een klassieke oudheid-aficionado - is Cicero de meest betekenisvolle der Oude Romeinen: in zijn stem schiet een aandoenlijk tremolo als hij het over zijn lichtende voorbeeld heeft.

Om dit Humo-artikel verder te kunnen lezen,
heeft u een abonnement nodig:

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven